Je leest:

Hersengymnastiek

Hersengymnastiek

Auteurs: en | 1 juni 2012

Je hebt je hersens nodig om te bewegen, maar je hebt ook beweging nodig om je hersens in conditie te houden.

De invloed van bewegen op je brein begint al in de vroege ontwikkeling. Verbindingen in de hersenen die vaak worden geactiveerd, omdat ze horen bij alledaagse bewegingen als lopen of iets pakken worden versterkt terwijl verbindingen die niet gebruikt worden zelfs helemaal kunnen verdwijnen. In de biologie wordt dit de neuronale groepselectietheorie genoemd. Je hersenen worden daardoor ‘handiger’ in het coördineren van belangrijke motorische vaardigheden. Buiten deze doodgewone, onbewuste invloed van bewegingen op je brein, worden er tegenwoordig ook bewuste pogingen gedaan om de hersenen met behulp van bewegingsprogramma’s te beïnvloeden.

Slimmere kinderen

Kinderen op de basisschool die meer bewegen, presteren ook beter op school. Ook het zogenoemde cognitief functioneren van adolescenten (grofweg tussen 10 en 20 jaar oud) die zelf naar school moeten lopen of fietsen is beter. Vreemd genoeg wordt dat laatste effect alleen bij meisjes gevonden, niet bij jongens. Maar uit al deze statistische verbanden valt niet op te maken of deze kinderen en adolescenten beter presteren dankzij het bewegen, of dat ze meer bewegen omdat ze sowieso al wat slimmer waren.

Om een eventueel causaal verband aan te tonen moet je interventieonderzoek doen naar de relatie tussen beweging en schoolprestaties van kinderen. Het weinige onderzoek dat op die manier is gedaan, laat zien dat extra bewegen daadwerkelijk een positief effect heeft op schoolprestaties. Zo was er in Amerika enkele jaren terug een onderzoek met 94 kinderen met overgewicht. Deze kinderen van verschillende scholen deden mee aan een intensief bewegingsprogramma van 15 weken. Ze moesten iedere dag 20, dan wel 40 minuten sporten in een gymzaal. Voor en na het programma voerden ze rekensommen en planningsopdrachten uit. De groep met kinderen die 40 minuten trainde bleek uiteindelijk beter te scoren op de reken- en planningstaken. Of het bewegingsprogramma een structurele invloed had op het ontwikkelende brein van de kinderen is natuurlijk de vraag, maar dat hun brein na een bewegingsprogramma beter werkt was hiermee wel aangetoond.

Zeepaardje profiteert van beweging

Om te ontdekken wat er fysiek, dus ín de hersenen gebeurt onder invloed van beweging, is proefdieronderzoek gedaan. Onderzoek met muizen laat zien dat zij onder invloed van extra beweging ook meer zogenoemde neurotrofines produceren. Dat zijn stoffen die de groei van zenuwcellen stimuleren, onder andere in de hippocampus. Letterlijk betekent dit ‘zeepaardje’, wat in dit geval slaat op de vorm van dit hersendeel. De hippocampus is erg belangrijk voor zowel het geheugen als het integreren van binnenkomende informatie, zoals reuk, zicht, gehoor en tast. Neurotrofines die vrijkomen in de hippocampus creëren een gunstig klimaat voor hersencellen. Op deze manier zorgt bewegen via vrijmaking van neurotrofines voor de aanmaak van nieuwe hersencellen (de neurogenese_), de aanmaak van nieuwe verbindingen tussen de hersencellen (synaptogenese_) en een betere bloedvoorziening van de hersencellen door de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes (angiogenese). Daarnaast laat proefdieronderzoek zien dat beweging de negatieve effecten van stress op de hersenen kan tegengaan.

Onderin de hersenen ligt een kleine structuur in de vorm van een zeepaardje: de hippocampus.
Hollandse Hoogte

Reserves voor de rest van je leven

Het ene hersengebied lijkt gevoeliger voor de positieve effecten van beweging dan andere. Naast de hippocampus profiteert ook de prefrontale cortex en de gebieden die daar direct mee verbonden zijn. Deze gebieden spelen een belangrijke rol bij complexe functies, zoals het aanpassen van gedrag. Voor kinderen is het in het dagelijks leven belangrijk om het eigen gedrag te kunnen reguleren. Ze moeten leren ongepaste reacties te remmen of het geduld op te brengen om te wachten op iets leuks. Dit soort hersenfuncties is al op heel jonge leeftijd actief, maar is pas volledig ontwikkeld als we ongeveer 25 jaar oud zijn. Bewegen lijkt juist op die ontwikkeling een positieve invloed te hebben.

Tegelijk zijn dezelfde hersengebieden die bij deze complexe functies in de ontwikkeling betrokken zijn, ook gevoelig voor de effecten van veroudering. Als je ouder wordt treedt heel geleidelijk zogenoemde atrofie op van de hersencellen: ze verschrompelen. In de prefrontale cortex leidt dit tot zowel cognitieve achteruitgang als motorische stoornissen. De combinatie van beide zorgt er bijvoorbeeld voor dat ouderen eerder en vaker vallen, wat hun dagelijks functioneren op een gegeven moment erg kan beperken.

Bewegingsprogramma’s voor ouderen

Met Magnetic Resonance Imaging kan een gedetailleerd beeld van de levende hersenen worden gemaakt.
Paul Schuurmans

Met moderne beeldvormende technieken als Magnetic Resonance Imaging (MRI) kun je bewijzen dat bewegen ook positieve effecten heeft op de hersenen van ouderen. Na een 6 maanden durende intensieve bewegingsinterventie (3 dagen per week een half uur hardlopen) blijkt uit MRI-beelden bijvoorbeeld dat de hippocampus van ouderen zich beter ontwikkelt. Ook uit neuropsychologische studies met gezonde ouderen blijkt dat soortgelijke, intensieve bewegingsprogramma’s de prestaties te verbeteren. De ouderen kunnen hun handelingen beter plannen en zijn flexibeler. Cognitieve functies worden onder andere gemeten door middel van een geheugentest waarbij gezichten of een rij losse woorden moeten worden onthouden, of een test waarbij ouderen op een vel papier letters en cijfers zo snel mogelijk moeten afwisselen.

Cognitieve functies van ouderen worden gemeten met onder andere een geheugentest.
Imageselect

Bewegen tegen dementie

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat voldoende beweging ook een remmend effect heeft op het optreden van dementie. Zo blijkt dat volwassenen van middelbare leeftijd die meer bewegen, 25 jaar later een kleinere kans hebben op geheugenstoornissen. Toch is het ook hier weer moeilijk om dat verband heel direct te leggen. Er kunnen immers verschillende redenen zijn waarom mensen die meer bewegen later een kleinere kans hebben op dementie.

De positieve effecten van extra wandelen op het geheugen van dementerende ouderen zijn nog niet hard aangetoond.
Nationale Beeldbank

Gewoon lekker!

Al met al zijn er verschillende verbanden gevonden tussen beweging en functioneren van de hersenen van kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen. Proefdieronderzoek geeft hints wat de achterliggende biologische mechanismen kunnen zijn. Bewegen kan misschien een strategie zijn om cognitieve achteruitgang en dementie op latere leeftijd te voorkomen. Maar er is vervolgonderzoek nodig om vast te stellen of bewegen op middelbare leeftijd echt een reductie van het risico op dementie later in het leven kan veroorzaken. Ondanks die behoefte aan meer onderzoek is al wel duidelijk dat bewegen in het algemeen prettig is en alleen al daardoor een positief effect heeft op de kwaliteit van leven op de oude dag.

Onderzoek waarbij bijvoorbeeld dagelijks een half uur wordt gelopen, laat geen eenduidig remmend effect zien op de cognitieve achteruitgang van ouderen. De studies die wél gunstige effecten beschrijven berusten op de subjectieve ervaringen van verzorgingshuispersoneel, of ze zijn niet uitgevoerd volgens de officiële wetenschappelijke richtlijnen die voor interventiestudies worden gehanteerd, bijvoorbeeld omdat er geen controlegroep is meegenomen die géén bewegingsinterventie krijgt aangeboden.

Bij een interventiestudie die wel volgens de officiële richtlijnen werd uitgevoerd, moesten 97 ouderen met een matig gevorderde dementie in een verzorgingshuis zes weken lang dagelijks een half uur wandelen. Na die zes weken was er geen verschil in cognitief functioneren met een groep die geen ‘wandelprogramma’ had gekregen. Wellicht kan toekomstig onderzoek waarbij een langere periode van beweging wordt aangeboden de inzichten nog veranderen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.