Je leest:

Herrijzende zuilen?

Herrijzende zuilen?

Auteur: | 26 september 2005

In het licht van de voortgaande modernisering en secularisering worstelen organisaties met de vraag hoe zij hun identiteit vorm kunnen blijven geven. Een identiteit die lang niet meer zo duidelijk is als tijdens de verzuiling.

In het NRC van 22 november 2003 stond een bericht dat meldde dat katholieke scholen weer trots zouden zijn op hun identiteit en die trots ook weer durven tonen. Zelfs leerlingen zouden verwijzingen naar katholieke symbolen niet langer als ouderwets of achterhaald beschouwen. De katholieke nestgeur, de kruisbeelden en de bezinnende sfeer: docenten durven er weer voor uitkomen zich daarbij thuis te voelen.

Lege hulzen

Speelt (christelijke) identiteit (nog) een rol in werksituaties en is er een verband met de aard van dit werk? Dit soort vragen doemen op wanneer we kijken naar de veranderingen in de praktijk van de vele christelijk-maatschappelijke organisaties die het Nederlandse middenveld sinds de verzuiling telt (vakbonden, ziekenhuizen, omroepen, zorginstellingen). Het proefschrift van Geurt van Hardeveld, Bijzonder Bekwaam (2003), over het belang van (christelijke) identiteit op basisscholen, geeft aan dat dit thema grote delen van de samenleving raakt.

Het proefschrift “Bijzonder Bekwaam” van Geurt van Hardeveld (2003).

Dat de auteur bij de Onderwijsinspectie, die de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs bewaakt, werkzaam is vormt hier slechts een pikant detail. Hij concludeert dat veel scholen nog wel een identiteit bezitten, maar dat dit veelal een dode letter in de schoolgids is die geen concrete invulling in de dagelijkse lespraktijk meer krijgt. De zuilen staan er nog, zo zou gesteld kunnen worden, maar ze zijn tot lege hulzen uitgehold. Ook met betrekking tot katholieke ontwikkelingssamenwerking is een vergelijkbare conclusie te trekken (Kamsteeg 2001).

Voorbeelden van verzuiling in Nederland.

Het gaat hier om een zeer breed verschijnsel binnen maatschappelijke organisaties waarbinnen identiteitsdiscussies overigens vaak uit verlegenheid worden vermeden, dan wel schouderophalend worden behandeld en een plaats aan de rand van de dagelijkse praktijk krijgen. Toch blijkt bij enig doorvragen dat (managers van) deze organisaties hier serieus mee worstelen. Onderzoek op dit terrein kan de betrokken instellingen dan ook helpen aan een type kennis dat hun de gelegenheid biedt zelf het beleid te ‘herijken’ en nieuwe initiatieven te nemen tot ‘revitalisering’.

Verschuivingen

Wat zit er achter dit probleem? De verhoudingen in de civil society of zoals we dat in Nederland noemen, het maatschappelijk middenveld, zijn sinds de jaren ’50 aan het schuiven gegaan. Deze naast de overheid en de markt fungerende sociale sfeer van onderwijs, gezondheidszorg en welzijnsinstellingen, is meer en meer gehybridiseerd. Dit wil zeggen dat ze worden gedomineerd door een mix van staat, markt en civil society logica. Rollen en verantwoordelijkheden verwijzen niet langer meer naar onderscheiden bestuurlijke taakopvattingen: ziekenhuizen worden b.v. als bedrijven gerund.

De zich uitbreidende welvaartsstaat heeft ervoor gezorgd dat christelijke zuilorganisaties steeds meer zijn veranderd in semi–statelijke, zelfs commerciële dienstverlenende instellingen. Daarbij is veel van het –vaak op vrijwilligheid gebaseerde– verenigingskarakter en van de voor iedereen duidelijke en inspirerende levensbeschouwelijke achtergrond verloren gegaan. Dit is een proces dat parallel loopt met een verregaande secularisering van de samenleving.

In de nadagen van, of positiever geformuleerd, de herpositionering van de klassieke zuilen in Nederland (protestant, katholiek, socialistisch, liberaal) is juist binnen organisaties die tot de levensbeschouwelijke –in meerderheid christelijk- zuilen behoren bezinning op de eigen identiteit en taak op gang aan het komen. Modernisering, verzakelijking en secularisering laten immers ook hier duidelijke sporen na die specifieke problemen aan het licht brengen, zoals de spanning tussen professionaliteit en identiteit.

Concreet wordt deze spanning zichtbaar in het vraagstuk van vrijwilligheid, een belangrijk bestanddeel van de meeste klassieke zuilorganisaties. Bij de grote veranderingen die deze organisaties de laatste 25 jaar hebben ondergaan op het terrein van organisatie en management is juist bij de gemengde inzet van vrijwillige en professionele kwaliteiten van burgers voor en in deze organisaties de identiteitskwestie krachtig naar voren gekomen. Enerzijds zijn het gedragingen en oriëntaties van de leden (werknemers, professionals, managers, vrijwilligers) van deze organisaties die de organisatie-identiteit problematisch maken (de binnenkant van de organisatie). Anderzijds stellen ook de afnemers (klanten) vragen bij de specifieke identiteitsgekleurde ‘producten’ van deze middenveldorganisaties.

Het belang van een identiteit

Onderzoek dat serieus in de leefwereld van werknemers van deze identiteitsgekleurde organisaties duikt, laat zien dat identiteit nog wel degelijk blijkt te leven, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt. Christelijke identiteit is b.v. al lang geen eenduidig begrip meer. Individuen in de postmoderne samenleving, waar vaststaande grote ideologieën niet langer domineren, gaan er constructief mee aan de gang. In een nog niet zo lang verleden tijden waren de bronnen voor die betekenisgeving betrekkelijk eenduidig en onbetwist, maar dat is niet meer zo. Wat voor individuen geldt, geldt echter ook voor organisaties. Daar blijkt de behoefte aan cultuurvorming en identiteitsprofilering groot, denk maar aan de populariteit van mission statements. Maar ook daar –en in het bijzonder in organisaties voortkomend uit de verzuiling– is niet langer sprake van een eenduidig en geïntegreerd beeld van wat zo’n identiteit moet zijn en hoe die vorm moet krijgen in de dagelijkse organisatiepraktijk.

“Joy”, een lifestyle magazine met een christelijke identiteit.

Sierk Ybema (2003) beschrijft in zijn proefschrift b.v. hoe bij de dagbladen Trouw en De Volkskrant de redactieleden elkaar bestrijden in hun pogingen die identiteit vorm te geven. Nostalgie naar de heldere religieuze ordeningsprincipes uit de tijd van de verzuiling wordt daarbij geprojecteerd in een toekomst waarin een nieuwe helderheid zou moeten ontstaan. Hij noemt dit postalgie, een variant van nostalgie die niet terugkijkt maar juist vooruit.

In een tijd waar rationalisering, schaalvergroting en sterk door managers gedomineerde organisatieveranderingen (vaak onder de vlag van professionalisering) de boventoon voeren, krijgt het inhoudelijk debat over identiteit in organisaties echter vaak bitter weinig kans. De identiteitsvraag wordt dan ofwel overgeslagen of van bovenaf per decreet “opgelost” (“dit is vanaf nu onze nieuwe identiteit”). Mensen voelen zich daardoor gepasseerd, of erger, in de steek gelaten met hun identiteitsvragen en dilemma´s. Wanneer we ervan uitgaan dat mensen in de eerste plaats betekenisgevers zijn, is het belangrijk deze mismatch tussen wat organisaties doen en waar hun leden behoefte aan hebben in kaart te brengen. Vanzelfsprekende en vaststaande identiteiten zijn er wellicht niet meer, maar het (wetenschappelijk) debat erover mag in het belang van de samen–leving en haar organisaties niet verstommen.

Literatuur

Hardeveld, G. van (2003) Bijzonder bekwaam. Amersfoort: CPS

Kamsteeg, Frans H. (2001) ‘Het voortbestaan van de katholieke ontwikkelingssamenwerking: over cultuur en identiteit in een fusieproces’. In: Bartels, Edien, Anton van Harskamp and Harry Wels, Cultuur maken, cultuur breken. Essays over mogelijkheden en onmogelijkheden van invloeden op cultuurverandering. Delft: Eburon, pp. 87-103.

Ybema, Sierk (2003) Vertogen over identiteit bij Trouw en de Volkskrant. Amsterdam: Vrije Universiteit

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 september 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.