Je leest:

Herfst, winter, lente, zomer.. en herfst

Herfst, winter, lente, zomer.. en herfst

Waar komt het woord herfst vandaan? Is er een verband met het Engelse harvest en waarom gebruikt een Engelsman eigenlijk het woord autumn, dat heel veel lijkt op het Franse woord voor herfst? En zijn er nog andere benamingen voor dit jaargetijde?

Oogstmaand

Herfst (Nl), Herbst (Du), autumn (En), automne (Fr): als we de woorden voor ‘herfst’ in de ons omringende landen met elkaar vergelijken wordt al snel duidelijk dat we hier met twee taalfamilies te maken hebben. De herfst-varianten zijn afgeleid van een Germaanse, de autumn-varianten van een Romaanse wortel. In het stadium vóór de Germaanse en Romaanse talen, we spreken dan van het Indo-Europees, werd de wortel ’karp gebruikt, waarmee de oogsttijd werd aangeduid. Van deze stam zijn het Griekse karpós (vrucht) en het Latijnse carpere (plukken) afgeleid. Denk maar aan het Latijnse carpe diem: pluk de dag. Ook het Engelse harvest (oogst) is verwant aan ons woord herfst. Het is dus wel duidelijk dat de herfst de maand is waarin van oudsher de oogst wordt binnengehaald.

Betekenisverandering

De Germaanse wortel ’harbista werd in het Oudhoogduits herbist, in het Middelhoogduits herbest en in het Middelnederlands hervest. In het Engels had je het woord harvest dat tot de zestiende eeuw werd gebruikt voor de oogsttijd, de herfst dus. Toen ontstond een betekenisverruiming van het Engelse harvest, waarmee in het vervolg ook de oogst zelf werd aangeduid. Langzamerhand verviel de oudere betekenis van oogsttijd en werd geheel vervangen door het al eerder in zwang geraakte autumn dat afgeleid was uit het Frans. Het Duitse Herbst, evenals het Nederlandse herfst bleven wel hun betekenis van jaargetijde behouden.

Verfransing

De Romeinen gebruikten al het woord autumnus dat vermoedelijk afkomstig is uit het Etruskisch. In eerste instantie hadden de verschillende Romaanse talen hun eigen woorden voor dit jaargetijde, maar in de twaalfde en dertiende eeuw werden in verschillende talen verbasteringen van het Latijnse autumnus overgenomen. Tegenwoordig worden de volgende woorden gebruikt: autunno (It), otono (Sp), autono (Portugees) en automne (Fr). Het woord autumn is op een vreemde manier in het Engels terecht geraakt. In zijn vertaling van Boëtius’ De Consolatione Philosophiae verengelste Chaucer het Latijnse autumnus via het Oudfranse autompne tot autumpne, dat later veranderde in autumn. In de Verenigde Staten wordt overigens meestal het woord fall gebruikt voor herfst, een afkorting van ‘fall of the leaf’.

Nazomeren

Naast het woord herfst werd in de zestiende eeuw het woord najaar gebruikt, als tegenhanger van het in die tijd gevormde begrip voorjaar. In het Ierse Gaelic worden zowel de herfst als de oogst aangeduid als fómhar. In het Schotse Gaelic is het overigens loghard, dat ‘vóór de winter’ betekent. Een ander bekend begrip is nazomer, een periode ergens tussen begin september en half november waarin het weer nog zomers aanvoelt. In het Amerikaans-Engels spreekt men van Indian summer, van oudsher de periode waarin de Indianen gingen oogsten. En daarmee is het cirkeltje rond.

Literatuur:

De acht jaarfeesten, Ko en Joke Lankester.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 september 2006

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE