Je leest:

Heeft de mens een eigendomsinstinct?

Heeft de mens een eigendomsinstinct?

Auteur: | 6 december 2010

Toen de reiziger Ibn Batutta in de veertiende eeuw langs de Wolga reisde was hij getuige van een opmerkelijke handelswijze. Handelaren lieten hun spullen op een bepaalde plek achter en verlieten het gebied. Kopers legden waardevol bont daar vervolgens te ruil naast. Ook zij lieten het bont onbewaakt achter. Dit proces herhaalde zich totdat één van de twee partijen de spullen van de ander meenam. Zij handelden zonder elkaar te zien of zonder bang te zijn voor diefstal. Hoe kan dat? Zou de mens van nature eigendom respecteren?

Het belang van eigendom

Handel wordt doorgaans begrepen als de uitwisseling van goederen. Maar een uitwisseling van goederen alleen is onvoldoende; ook de eigendomsrechten moeten worden uitgewisseld zodat het verkregen goed niet alleen in jouw bezit is, maar je ook rechtmatig toebehoort. Eigendomsrechten bepalen wat je wel en niet mag doen met een goed. Iemand die het meest mag doen met een goed, wordt doorgaans de ‘eigenaar’ genoemd. Iedereen is wel eigenaar van iets, bijvoorbeeld geld of spullen. In een wereld zonder eigendomsrechten heb je geen eigenaren waardoor handel veel lastiger is. Niemand weet dan immers wie precies wat bezit.

Economen gaan ervan uit dat het respecteren van eigendomsrechten door wetgevers, politie en rechters moet worden afgedwongen. Maar klopt deze aanname wel?

Maar waar komen die eigendomsrechten vandaan? Met andere woorden: hoe bepaal je wie wat mag bezitten? Het gebruikelijke antwoord op deze vraag is dat de rechtsstaat voorschrijft onder welke omstandigheden iemand iets mag bezitten. Justitie is daarbij verantwoordelijk voor de naleving van die regels. Dieven worden bijvoorbeeld gestraft omdat zij zich niet houden aan dat eigendomsrecht en het daarmee feitelijk onmogelijk maken voor eigenaren over hun (eigen) goederen te kunnen beschikken of deze te kunnen verkopen.

De meeste economen zijn van mening dat de handhaving van eigendomsrechten noodzakelijk is voor economische groei. De econoom Douglass North ontving in 1993 de Nobelprijs voor de economie omdat hij had verduidelijkt waarom eigendomsrechten belangrijk zijn geweest voor de opmerkelijke economische groei in het Westen.

Hij stelt dat de handhaving van eigendomsrechten handel bevordert omdat meer zekerheid bestaat over wie wat bezit, kan bezitten en wie dat eigendomsrecht kan overdragen. Dit prikkelt ondernemers en consumenten om te handelen en te kopen aangezien zij dan minder vrezen voor het verlies van hun eigendom. Als we bijvoorbeeld online een boek kopen, vinden betaling en levering vaak niet op hetzelfde moment plaats. Maar omdat we zeker weten dat eigendomsrechten zullen worden gehandhaafd, is de kans op diefstal klein. Daardoor zullen zulke transacties vaker plaatsvinden.

Een biologische benadering van eigendomsrechten

Bij deze economische benadering van eigendomsrechten wordt verondersteld dat mensen van nature niet in staat zijn om eigendom vrijwillig te respecteren. Mensen moeten dus volgens deze benadering door wetgevers, politie en rechters worden gedwongen om het eigendom van anderen te respecteren.

De economische benadering hoeft echter niet correct te zijn. Vanuit de biologie wordt er op een andere manier naar eigendomsrechten gekeken. Het is namelijk onder biologen welbekend dat veel diersoorten instinctief territoriale eigendomsrechten van soortgenoten respecteren. Volgens evolutiebiologen heeft dit gedrag evolutionaire voordelen. Het respecteren van eigendomsrechten voorkomt conflicten wat de overlevingskans van een individu ten goede komt. Het is immers niet bevorderlijk voor de overlevingskans van het individu als soortgenoten onderling continu met elkaar moeten vechten over wie recht heeft op wat.

Ook rupsen respecteren het eigendom van een soortgenoot.

Cognitief psycholoog Ray Jackendoff stelt dat ook mensen -net als alle andere dieren- genetisch zijn aangelegd om eigendomsrechten te herkennen en te respecteren. Het verschil tussen mens en dier is wel dat mensen in staat zijn om eigendomsrechten niet alleen toe te passen op praktisch alle materiële zaken, maar zelfs ook op immateriële zaken zoals ideeën. Dieren daarentegen zijn wat bescheidener in hun toepassing van eigendomsrechten. Veelal geven zij geurtjes of andere signalen af om duidelijk te maken dat een gebied of een partner bezet is. De mens beschikt over een abstracter concept van eigendom. Dit verklaart waarom verschillende culturen anders omgaan met eigendom en de handhaving ervan.

Prof. dr. Arthur Schram, hoogleraar Experimentele Economie aan de Universiteit van Amsterdam, begeleidde de scriptie waar dit artikel op gebaseerd is. “De scriptie van Anouar El Haji past uitstekend in de nieuwe tendens om economisch gedrag te bezien in het kader van psychologische en biologische processen. Door op deze wijze naar eigendomsrechten te kijken wordt de wetenschappelijke discussie over economisch gedrag aanzienlijk verbreed.” De scriptie werd dan ook met een 10 beoordeeld.

De theorie van een psychologische aanleg voor eigendomsrechten is natuurlijk een andere benadering van eigendomsrechten dan die van economen. Het is daarom noodzakelijk om het volgende onderscheid te maken.

Juridische eigendomsrechten worden voorgeschreven door formele instituties zoals de Nederlandse rechtsstaat. Het zijn deze eigendomsrechten die normaliter door economen worden bestudeerd.

Morele eigendomsrechten worden bepaald door onze psychologie en worden verder ingevuld door de cultuur waarin iemand opgroeit. Dit betekent niet dat de invulling van morele eigendomsrechten volkomen afhankelijk is van wat je van je omgeving leert. De theorie stelt namelijk dat er universele principes van morele eigendomsrechten bestaan die voor elke cultuur gelden, net zoals er wordt verondersteld dat elke gesproken taal wordt beperkt door een universele grammatica.

Vrijwillig respecteren van verdiend geld

Een mogelijk universeel principe van morele eigendomsrechten is de zogenoemde labor theory of property. Deze theorie stelt dat je de morele eigenaar wordt van een goed als je je moest inzetten om dit goed te produceren. De boomplanter is de morele eigenaar van de door hem geplante bomen, ook al waren de zaden in eerste instantie van niemand.

Volgens de labor theory of property is de boomplanter de morele eigenaar van de door hem geplante bomen: hij heeft immers moeite moeten doen om de boom te produceren.

Politiek filosoof John Locke formuleerde in de zeventiende eeuw deze theorie om het bestaan van eigendom te verdedigen. Hij baseerde zijn theorie op filosofische overwegingen, niet op basis van psychologisch onderzoek. Maar door de toegenomen interesse in morele psychologie heeft deze theorie een nieuw en wetenschappelijk jasje gekregen.

Zo wordt Locke’s theorie tegenwoordig getoetst in een laboratorium. Een klein aantal experimentele onderzoeken wijst uit dat een aanzienlijke meerderheid zich gedraagt zoals de labor theory of property voorspelt. In een Canadees onderzoek bijvoorbeeld, kregen participanten geld dat iemand anders had verdiend. Zij konden het geld doorgeven aan de morele eigenaar of -anoniem- weglopen met het geld. Een overgrote meerderheid gaf het geld terug. Dat is opmerkelijk, aangezien deelnemers zonder enige consequenties konden weglopen met het geld op zak. Dit wijst erop dat mensen in staat zijn om instinctief moreel eigendom van anderen te herkennen en dit vrijwillig te respecteren, zonder dat dit afgedwongen hoeft te worden. Evolutionair gezien is dit een knap staaltje zelfdiscipline.

Belang van morele eigendomsrechten

De handelswijze waarvan Ibn Batutta getuige was, kon dus naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden omdat wij als mensen geboren zijn om het eigendom van een ander te herkennen en in de meeste gevallen vrijwillig te respecteren. Bij de mens leidt dit niet alleen tot een verhoogd evolutionair succes, maar ook tot economische groei.

Het is nog niet duidelijk hoe de erfelijke aanleg voor morele eigendomsrechten precies heeft bijgedragen aan ons handelsgedrag. Wel is duidelijk dat de mens geneigd is om te denken in termen van ‘wat van mij is’ en ‘wat van jou is’. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het falen van een communistische inrichting van de samenleving. Het communistisch idee van gemeenschappelijk eigendom houdt mogelijk onvoldoende rekening met de morele psychologie van de mens.

Een kapitalistisch economisch systeem daarentegen zou wel eens beter kunnen aansluiten bij onze moraal en ons eigendomsinstinct. Maar of deze hypothese ook echt klopt, moet toekomstig onderzoek uitwijzen. Wetenschappers binnen de experimentele economie en cognitieve psychologie zijn in ieder geval druk bezig met de vraag welk economisch systeem het best bij de menselijke natuur past. Zij willen ontrafelen wat ons (economisch) gedrag bepaalt, om zo onder andere te kunnen werken aan een betere samenleving.

Anouar El Haji studeerde Organisatie-economie aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op zijn MSc-scriptie, getiteld ‘Voluntary enforcement of moral property rights in economic exchange’. Momenteel werkt hij als docent aan de Hogeschool van Amsterdam.

Zie ook:

Commentaar van een lezer…

Eigendomsinstinct? Gelukkig staat in het betreffende artikel ook een verwijzing naar het verschil dat er is tussen bezit en eigendom. Trouwens, zelfs de Van Dale maakt dit onderscheid! Lees ook eens wat er in het begin vd voorbije eeuw gedacht werd over bezit versus eigendom. Waarom, als eigendom ‘natuurlijk’ is, moet er dan politie zijn, moet er een leger zijn om eigendom te beschermen of te veroveren? Wat is er natuurlijk aan de kolonisaties van Congo of Java? Waarom is het dan een constante dat door de eeuwen heen mensen droomden van een gemeenschappelijk ingerichte samenleving? Overigens veelal gruwelijk vernietigd dor de “boeven van boven”. De vraag naar zin en onzin van eigendom, zou wel eens productiever beantwoord kunnen worden, door eens goed na te denken over wat de mes is. En niet de mens te zoeken via de economie. De meest lome boer weet dat het paard voor de kar moet gespannen worden. (Adrien, 10 december 2010, 19:33)

De auteur reageert…

Adrien stelt de vraag waarom de politie en, in extreme gevallen, het leger worden ingezet om eigendom te beschermen terwijl ik beweer dat mensen eigendom instinctief beschermen. Allereerst maakt Adrien geen onderscheid tussen juridische en morele eigendomsrechten. Dit onderscheid maak ik wel in het artikel. Het geweldsmonopolie van een staat wordt ingezet om juridische eigendomsrechten te handhaven. Ik beweer dat mensen een aanleg hebben om morele eigendomsrechten te respecteren en dus niet juridische eigendomsrechten. Deze twee benaderingen van eigendomsrechten komen veelal niet overeen. Zo stellen Oliver Goodenough en Gregory Decker, juristen met een interesse in biologie, dat mensen nauwelijks in staat zijn om intellectuele eigendomsrechten vrijwillig te respecteren terwijl deze juridisch scherp zijn afgebakend. Een mogelijke verklaring is dat onze morele cognitie moeite heeft om morele eigendomsrechten toe te passen op intellectueel eigendom, wat weer het wijdverspreide illegale downloaden verklaart.

Stel toch dat mensen in staat zijn om instinctief zowel juridische als morele eigendomsrechten te respecteren. Bij een lage bevolkingsdichtheid kan een duurzaam evenwicht worden gehandhaafd zonder dat de politie of de justitie ingezet hoeft te worden voor het voorkomen en bestraffen van diefstal. Bij een hoge bevolkingsdichtheid is dit niet vanzelfsprekend. Een bekend fenomeen uit de sociale psychologie is het bystander effect. Dit effect houdt in dat naarmate het aantal getuigen van een incident, in ons geval diefstal, toeneemt, hoe kleiner de kans is dat iemand ingrijpt, terwijl elke getuige zou hebben ingegrepen indien hij of zij de enige getuige was. Met andere woorden, bij een hoge bevolkingsdichtheid is het belangrijk om mensen in te zetten die specifiek de rol hebben van handhavers, aangezien minder vertrouwd kan worden op de instinctieve wil van het collectief om eigendom te respecteren.

Adrien stelt dat eerst goed nagedacht moet worden over wat de mens is. Ik ben het volkomen eens met deze stelling. Economen, in het bijzonder experimenteel economen, proberen te ontdekken wat het menselijke gedrag verklaart. Economische theorieën bieden hulp door dat deze gebruikt worden om zeer specifieke verwachtingen te formuleren. Deze verwachtingen worden empirisch getoetst om de waarheidsgehalte te bepalen. Veelal blijken deze verwachtingen niet waar te zijn waardoor het mogelijk is om de theorie bij te werken. Dit is een uiterst wetenschappelijke benadering van menselijk gedrag. Andere sociale wetenschappen dragen ook hun steentje bij. Zo staan economen open voor theorieën uit de andere sociale wetenschappen die gedrag beter verklaren. Theorieën uit de sociale psychologie zijn, bijvoorbeeld, populair onder experimenteel economen.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 december 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.