Je leest:

Hebben wij nog vertrouwen in de wetenschap?

Hebben wij nog vertrouwen in de wetenschap?

Auteur: | 11 april 2006

De winnaars van de Erasmusprijs 2005 Steven Shapin en Simon Schaffer gingen op 15 november 2005 in de Rode Hoed in Amsterdam in debat met wetenschappers, beleidsmakers en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven.

Debat over objectiviteit en autoriteit van wetenschappen

‘Overeenstemming tussen wetenschappers is griezelig. Het is een verwarrende situatie, want normaal zijn wetenschappers het niet met elkaar eens’, aldus Simon Schaffer, wetenschapshistoricus uit Cambridge, Engeland. Dat wetenschappers elkaars uitspraken continu betwisten maakt een slechte indruk op het publiek, dat daardoor weinig vertrouwen in wetenschap heeft. Bovendien vermelden kranten zoals de New York Times tegenwoordig de belangen van wetenschappers in hun eigen onderzoek, zoals aandelenbezit. Wetenschap wordt daardoor verbeeld als een politieke en commerciële strijd, waarin ware kennis van ondergeschikt belang is.

Links Steven Shapin en rechts Simon Schaffer

Schaffer en zijn collega Steven Shapin van Harvard University zijn de Erasmusprijswinnaars van 2005. De Erasmusprijs wordt jaarlijks toegekend aan een persoon of instelling die een voor Europa buitengewoon belangrijke bijdrage heeft geleverd op cultureel, sociaal of sociaal-wetenschappelijk terrein. De winnaars vroegen zich af hoe het staat met het vertrouwen in wetenschappelijke objectiviteit en autoriteit en gingen op 15 november 2005 in de Rode Hoed in Amsterdam in debat met wetenschappers, beleidsmakers en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven.

Commercialisering

Shapin: ‘Wetenschapscultuur is gebaseerd op twee waardensystemen, de traditionele benadering, waarin de zoektocht naar betrouwbare kennis vooropstaat, en de benadering waarin wetenschap de aanjager is van de economie en ook onbetrouwbare kennis veel geld kan opbrengen. Aangezien de onderzoeksbudgetten, met name voor biotechnologie, enorm zijn toegenomen, ontstaat het dilemma dat onderzoek goed kan zijn voor de mensheid, maar dat commercialisering ervan er ook toe kan leiden dat wetenschappers hun geloofwaardigheid verliezen. Daarom verkeert de wetenschappelijke autoriteit in een instabiele toestand.’ Enkele forumdeelnemers illustreerden hoe wetenschap en bedrijfsleven verstrengeld zijn geraakt, onder andere bij publikaties in wetenschappelijke tijdschriften. Het bleek echter ook dat wetenschap vroeger evenmin vrij was van commerciële belangen en het verleden wellicht onterecht wordt geïdealiseerd. Zo financierde Alexander Fleming zijn onderzoek met de verkoop van nepvaccins.

Pseudo-wetenschap

Wetenschap loopt ook veel schade op door toedoen van pseudo-wetenschappers. Het beeld van de altruïstische en rationele natuurwetenschappers is zo sterk dat behalve vele sociale wetenschappers ook pseudo-wetenschappers hun best doen om hun werk zoveel mogelijk op dat van bèta’s te laten lijken. Dat geeft verwarring, omdat de media geen onderscheid willen maken tussen echte en pseudo-wetenschap. ‘Een voorbeeld is dat Andrew Wakefield, die in The Lancet publiceerde dat mazelenvaccinatie een rol kan spelen in het ontstaan van autisme, wordt behandeld als een viroloog, terwijl dat niet zijn specialisme is’, aldus een forumdeelnemer.

De winnaars van de Erasmusprijs 2005, Simon Schaffer en Steven Shapin, verwierven internationale faam met hun veelgeprezen boek Leviathan and the airpump (1985), waarin zij een pleidooi hielden voor een andere kijk op de geschiedenis van wetenschap.

Onzekerheid

Nu wetenschap, terecht of onterecht, deels de rol van godsdienst heeft overgenomen, maken de verhitte wetenschappelijke debatten een slechte indruk op het publiek, dat immers op zoek is naar een nieuwe bron van zekerheid. Volgens José van Eijndhoven, voorzitter college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is de heftigheid van discussies slechts een tijdelijk verschijnsel en zal het debat vanzelf stoppen als de oplossing is gevonden. Een debat is dus ook een teken van de gebruikelijke wetenschappelijke onzekerheid, zoals wordt bevestigd door Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker instituut: ‘Vroeger, als beleidsmedewerker, was ik vaak teleurgesteld in de criminologen die ik uitnodigde voor advies. Ze zeiden meestal: “Er is meer onderzoek nodig”. Daarom probeer ik onderzoekers nu zo veel mogelijk te stimuleren om hun resultaten met veel overtuiging te presenteren. Natuurlijk zonder dat het bedrog wordt.’

Het belang van de maatschappelijke relevantie van wetenschap en van goede communicatie en discussie met de samenleving werd regelmatig genoemd. Schaffer was dan ook tevreden met het debat. ‘Nog niet zo lang geleden was het moeilijk om mensen ervan te overtuigen dat wetenschap een sociale bezigheid is. Nu is het vanzelfsprekend om te zeggen dat wetenschap onvoldoende sociaal is.’

Dit artikel is een publicatie van Facta (Tijdschrift voor Maatschappijwetenschappen).
© Facta (Tijdschrift voor Maatschappijwetenschappen), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 april 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.