Je leest:

Heb ik soms met u geknikkerd?

Heb ik soms met u geknikkerd?

Auteur: | 26 mei 2007

Wat moet het zijn in teksten voor een algemeen publiek: u of je? Die keuze brengt veel getob met zich mee. Afschaffen dan maar, die dubbelvorm? Veel taalgebruikers blijken toch gehecht aan het verschil tussen u en jij. Waarom? En hoe los je (lost u) het probleem in de praktijk op?

In september 2004 verdedigde ik in de rubriek ‘Hom of kuit’ de stelling “In teksten voor een algemeen publiek hoort de lezer aangesproken te worden met u.” Ruim 800 mensen reageerden hierop. Het grootste gedeelte van de stemmen kwam binnen via de website van Onze Taal, waar mensen ook de gelegenheid hebben hun stem te motiveren en met elkaar in discussie te treden. Dit forum bevatte na verloop van tijd een interessante verzameling meningen.

Macht en afstand

Op het forum verschenen 500 reacties, waarvan er 206 ingingen op het ’ u of _jij_’-probleem. Om enig systeem in de baaierd van opvattingen aan te brengen, kunnen we gebruikmaken van de sociolinguïstische theorie die Roger Brown en Albert Gilman opgesteld hebben over talen met twee of meer voornaamwoorden om de gesprekspartner aan te spreken. Zij menen dat er bij de keuze tussen de mogelijkheden twee belangrijke drijfveren een rol kunnen spelen: macht en solidariteit.

Een aanspreekvorm kan in een niet-gelijkwaardige relatie het machtsverschil tussen spreker en hoorder weerspiegelen. Dat is het geval als een hogergeplaatste tegen een lagergeplaatste ‘je’ zegt en de lagergeplaatste ‘u’ terugzegt. Een aanspreekvorm kan ook een soort solidariteit uitdrukken. Dat zien we gebeuren als personen die tot een en dezelfde groep behoren, elkaar aanspreken met je, en al degenen die niet tot deze groep behoren met u. Voor dergelijke gelijkwaardige relaties vind ik het wat overdreven om te spreken van (al dan geen) solidariteit. Ik gebruik liever de term afstand: bij weinig afstand wordt _je_gebruikt, bij veel afstand u.

Illustratie: Hein de Kort

Macht

In hoeverre vinden we macht als motief terug bij de deelnemers aan het forum? Het komt vooral voor bij voorstanders van algemeen gebruik van u. In alle citaten uit het forum heb ik de spelfoutjes verbeterd maar de levendige spreektaal ongemoeid gelaten:

- _U_staat vriendelijk, beleefd en getuigt van respect. _U_gebruiken betekent dat men de aangesprokene serieus neemt.

Of zoals een zestienjarige het formuleert (let in het voorbijgaan op het Balkenendse elkaar):

-Het is juist erg goed om algemeen publiek aan te spreken met u, klinkt veel beleefder en er wordt mee aangegeven dat er ook nog bepaalde vormen van gezag voor elkaar zijn.

Niet zelden doen inzenders kond van hun verwachting dat de herinvoering van u tot herstel van de gezagsverhoudingen zal leiden:

- U moet zijn plaats in onze taal terugveroveren. In gezagsverhoudingen kan het gebruik van u in plaats van jij wonderen doen.

Hiertegenover staan de inzenders die het u- je-onderscheid wel opvatten in termen van gezag, maar niks van u willen weten omdat ze tegen gezagsverhoudingen zijn:

Het krampachtige ge u is me een doorn in het oog. Zo snel mogelijk afschaffen lijkt me. Vooral oude mensen die zelf ‘jij’ zeggen, maar geen ‘jij’ willen horen. Ook afschaffen.

En er zijn er die zich tegen de weerspiegeling van gezagsverschijnselen in taalvormen keren:

-Daarnaast zit er natuurlijk ook een ideologisch kantje aan [aan het louter gebruiken van _je_– FJ]: het wordt onmogelijk om standsverschillen (leeftijdsgebonden of anderszins) te benadrukken door de een ‘u’ te laten zeggen en de ander ‘jij’. Dat voordeel gaat natuurlijk in eenzijdige publieke communicatie niet op.

Een enkeling constateert hoofdschuddend dat u-voorstanders hun norm aan sprekers opleggen:

-Al die mensen die zo gebrand zijn op ‘u’ zeggen snappen niet dat ze daarmee hun norm opleggen aan een ander. En dat is pas onbeschoft.

Afstand

Sommigen kiezen niet vanwege het machtsmotief voor u, maar vanwege de afstand die ze daarmee kunnen creëren:

-Ik spreek mensen die ik niet of nauwelijks ken met u aan. Alstublieft niet te dichtbij! Ik verwacht van hen hetzelfde tegenover mij. Jij/ je/ jou/ jouw reserveer ik voor intimi, voor de mensen die ik kus en omhels, een warme handdruk geef, met hun voornaam aanspreek.

Wie zijn dan die intimi? Daarvoor hanteren sommigen het ‘knikkercriterium’:

-Ik heb niet met de tekstschrijver geknikkerd en wens met u aangesproken te worden.

Maar voorstanders van je kunnen zich net zo goed op het afstandsmotief baseren:

-Ik ben ook boven de 50; 61 om precies te zijn. Dus jongvolwassen in de zestiger jaren. Wat een vreugde en vrijheid toen die afschuwelijke formele afstandelijke cultuur van ‘u’ zeggen werd vervangen door het meer informele _jij_– ook tegen meerderen, ouderen, etc.! Het _jij_is directer, geeft meer intimiteit.

Macht versus afstand

Zo scherp als de twee motieven hiervoor onderscheiden werden, zien de meeste inzenders het niet, al was het maar omdat veel voorstanders van u beide motieven noemen. Anderen geven zich rekenschap van het onderscheid. De volgende inzender meent dat er twee soorten respect bestaan. De ene komt overeen met eerbied voor de machtige, de andere met genegenheid:

- Ik bestrijd dat u per definitie gelijkwaardig is aan respect, en jij aan disrespect. Veel mensen op dit forum willen respect en afstandelijkheid en herleiden dat naar het woordje u. Juist dat klopt niet met mijn beleving. Respect voor de persoon en afstandelijkheid passen niet bij elkaar. Het is altijd goed beleefd te blijven, maar daarmee wordt slechts respect op een formeel niveau uitgedrukt. Gaat het werkelijk om respect voor de persoon, dan staat u en de zo gewenste afstand dat jammerlijk in de weg.

Strategie

De meerderheid van de inzenders lijkt te denken dat uit de eigenschappen van de spreker en hoorder automatisch de keuze voor u dan wel je volgt. Maar er zijn er ook die benadrukken dat het omgekeerde verband evenzeer kan bestaan: door de keuze van een van de vormen definieert de spreker doelbewust hoe hij de relatie met zijn hoorder ziet. Bij _u_kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een oprechte poging om ruimte te scheppen:

- Op internet, in fora, doet zich een grappig verschijnsel voor: doordat iedereen opereert onder een alias, is tutoyeren gebruikelijk. Maar je ziet dat mensen die zich aangevallen voelen, of willen aangeven dat ze zich willen distantiëren van de vorige ‘spreker’, heel subtiel overgaan op ‘u’. Doodse kilte, zeg maar.

Bij je leidt deze strategische inzet tot het verwijt van manipulatie:

- Gevoelsmatig beleef ik tutoyeren in algemene teksten als een vorm van dwang, er wordt een valse intimiteit geschapen die (vooral commerciële) meegaandheid poogt af te dwingen. Uitzendbureauspeak. Nou: doei!

Verandering naar je?

Hoe moeten we deze voorkeuren voor _u_of _jij_en de motiveringen daarvoor interpreteren? Als een uitvloeisel van de mentaliteit van de sprekers? Of mogen we de verwarring beschouwen als een momentopname van een tussenstadium in een geleidelijke verandering van u (met macht als dominant motief) naar je (met afstand – of eigenlijk het verkleinen van afstand – als dominant motief)? Taalwetenschappers als M.C. van den Toorn en Hanny Vermaas, die zich in het probleem verdiept hebben, denken het laatste. Volgens hen zijn in de loop van de twintigste eeuw je en het afstandsmotief geleidelijk belangrijker geworden. Als dat zo is, ligt het voor de hand dat oudere inzenders meer voor u zijn en jongere meer voor je. Is dat zo?

De inzenders waren gemiddeld 46,3 jaar. De jongste was 15, de oudste 96. De gemiddelde leeftijd van de u-voorstanders was 46,2 jaar, die van de je-stemmers 46,5 jaar De verwachting komt dus niet uit. Is er dan misschien verschil in het gebruik van de twee motiveringen? De cijfers zijn weer overduidelijk: mensen die op grond van afstand hun voorkeur uitspreken, zijn gemiddeld 47,2 jaar oud, en mensen die op grond van macht beslissen 46,4. Dus we vangen weer bot.

Maar zou de combinatie van voorkeur en motivering leeftijdsafhankelijk kunnen zijn? Nu hebben we eindelijk beet, althans een beetje. De voorstanders van u die van het gezagsmotief gebruikmaken, zijn met hun 47,4 jaar duidelijk ouder dan de voorstanders van je die van hetzelfde motief gebruikmaken: 36,0. Bij deze – overigens kleine – groep gaat het dus om mensen die je inzetten omdat ze geen hiërarchische relatie willen uitdrukken. De andere groepen hebben weer dezelfde leeftijd.

Leeftijd nog eens bekeken

Er is dus geen duidelijke relatie tussen aanspreekvorm en leeftijd van de inzender. Dat is merkwaardig, omdat veel mensen daar wel een opvatting over hebben – zie bijvoorbeeld de volgende inzendingen:

- Je is een signaal voor jong. - Ik ben echter van mening dat voor jongeren u als aanspreekvorm afstand schept en dat je dan een goed alternatief is. In geval van twijfel (is de ontvanger van de tekst jong of oud?) geef ik de voorkeur aan u, aangezien respect dan vooropstaat. - Het gebruik van je komt mij dikwijls voor als een van de fenomenen van ‘verkleutering’, zoals het overvloedig gebruik van verkleinwoordjes.

Die relatie tussen ‘je’ en ‘jong’ wordt als zo vanzelfsprekend beschouwd dat sommige lezers zich erdoor buitengesloten voelen:

- Als werkloze van 52 jaar word ik al ontmoedigd als een personeelsadvertentie in de jij-vorm is opgesteld. ‘Vermoedelijk is dit een verborgen aanwijzing dat ze een jong persoon zoeken’, denk ik dan.

Vogelvrij wild

Waarschijnlijk is er wel degelijk een relatie tussen u, macht en oud aan de ene kant, en je, afstand en jong aan de andere kant, maar die komt in proefondervindelijk onderzoek moeilijk uit de verf omdat er zo veel verschillende kanten aan zitten.

Allereerst is er een groep mensen die het gezagsmotief hanteren en voor wie leeftijd het criterium voor macht is. Zij vinden dat ouderen de macht hebben om jongeren met je aan te spreken, en van die jongeren respect in de vorm van _u_terug te mogen verwachten. Het vermoeden ligt voor de hand dat deze opvatting vooral onder ouderen leeft.

Dan is er een groep mensen die het afstandsmotief hanteren en voor wie overeenkomst in leeftijd het criterium is voor wie er wel en wie er niet tot de eigen groep behoort (iets waar de persoon hieronder bezwaar tegen maakt). Deze mensen spreken leeftijdgenoten dus met je aan.

- Helaas voelen veel mensen van mijn leeftijd, 23, nog niet eens meer de drang om te vragen of ik het er wel mee eens ben om te worden getutoyeerd. Immers ik ben jong en die mag je als vogelvrij gewaand wild zo bestormen met jij en jou.

Waarschijnlijk horen de inzenders van het knikkercriterium tot deze groep.

Bovendien kan de leeftijd een weerspiegeling zijn van verschil in generatie. In de sociolinguïstiek geldt als adagium dat sprekers vasthouden aan (uitspraak) gewoonten die ze in hun jeugd hebben opgedaan. Als dat klopt, verwachten we dat ouderen tussen de 50 en 65, die zijn opgegroeid in de vrijgevochten jaren zestig en zeventig, een voorkeur voor _je_hebben behouden:

Ik ben 55 en ik ben altijd een klein kind gebleven. Vandaar dat men mij mag tutoyeren.

Niet alle jongeren zijn daarvan gecharmeerd. Een 23-jarige voorstandster van u motiveert haar voorkeur als volgt:

- Er circuleren op mijn universiteit nog weleens teksten van meer dan twintig jaar geleden. Die maken zo’n ouderwetse indruk, zowel door de spelling ( aksie) als door het uitsluitende jij- je-gebruik. Niemand voelt zich meer in zo’n taalcultuurtje thuis. Dat is echt definitief voorbij.

Maar uit het forum blijkt dat er ook ouderen zijn die in de loop der jaren van standpunt zijn veranderd. Het opmerkelijke feit doet zich voor dat niemand bekent dat hij vroeger voor _je_was en nu op u is overgestapt, terwijl het omgekeerde wel voorkomt:

Ik ben zojuist de 60 gepasseerd en eigenlijk vond ik dat de u-vorm gebruikt moest worden, want dat was ik zo gewend. Inmiddels heb ik al zo veel algemene teksten gezien met de jij-vorm dat ik daar langzamerhand aan begin te wennen. Ik denk dat ze me niet meer altijd opvallen.

In een enkel geval is een oudere zelfs jaloers op de aanspreekmogelijkheden van de jongere:

Zelf zeg ik natuurlijk ook uit beleefdheid braaf ‘u’ tegen anderen, en dan benijd ik mijn zoon van 35 die op vertrouwelijke toon de bediening in een restaurant met _jij_aanspreekt – en daarmee direct een goede verhouding van saamhorigheid (let wel: geen neerbuigendheid) weet te creëren. Ik durf dat niet meer.

Een defensief schrijfadvies

Nogal wat inzenders reageren vanuit hun achtergrond als tekstschrijver. Dat leidt meestal tot een defensief advies: zorg voor zo min mogelijk ergernis, bij een zo klein mogelijke groep.

- Teksten die zijn bestemd voor een algemeen publiek, worden gelezen door mensen van verschillende leeftijden. Het getuigt naar mijn gevoel van respect om – in elk geval de ouderen – aan te spreken met u. Jongeren zullen zich hierdoor niet beledigd voelen, terwijl ouderen een algemeen stuk in de u-vorm als prettiger zullen ervaren.

Niet dat dat alle problemen oplost. De volgende inzendster stelt eerst vast dat de aanspreking voor haarzelf niet zo veel uitmaakt, en vervolgt:

- Ik vind het echter lastiger als ik zelf een stukje moet schrijven voor het plaatselijke kerkblaadje; ik vermoed dat de oudere leden u op prijs stellen, maar wil niet te veel afstand scheppen voor jongere leden. Dat maakt formuleren soms wel lastig.

Deze inzendster heeft gelijk. En dat maakt het ook lastig om tot een advies te komen. Maar wie heeft adviezen nodig over zaken die geen probleem vormen? Daarom waag ik het erop, met de volgende vuistregels, die niet zozeer op de getalsverhoudingen als wel op de felheid van de gevoelens gebaseerd zijn:

• Weet u niet wie uw lezers zijn? Gebruik dan altijd en consequent u. • Kent u uw lezers een beetje? Neem dan niet te snel aan dat ze op grond van de categorie waartoe ze behoren, met je aangesproken willen worden. Dat geldt in het bijzonder voor de twintigers en dertigers. • Maar als u weet dat uw publiek het op prijs stelt om door u als persoon of instantie met je aangesproken te worden, gebruik dan gerust consequent je.

Voor alle reacties en literatuurverwijzingen zie www.onzetaal.nl/2005/2/uofjij.html.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.