Je leest:

Haute couture in Amsterdam

Haute couture in Amsterdam

Auteur: | 13 juli 2011

In juli begint de Amsterdam Fashion Week en staat onze hoofdstad tien dagen in het teken van nieuwe modecollecties. Modellen schrijden over de catwalk in creaties van bekende Nederlandse ontwerpers en aanstormende talenten. ‘Dutch Design’ heeft wel eens slechter op de kaart gestaan.

Sylvain Kahn, directeur van haute couturehuis Hirsch & Cie wist niet wat hij zag tijdens een bezoek aan Amsterdam in 1882. In zijn ogen waren de dames zó slecht en niet-modieus gekleed dat het leek alsof hij in China was beland.

Hirsch & Cie had geen plannen voor een filiaal in Nederland maar zag nu een gat in de markt. Eindelijk zouden de Hollandse dames haute couture kunnen kopen in eigen land. Na een tijdje in een noodgebouw gezeten te hebben, opende Maison Hirsch & Cie in 1912 de deuren van het nieuwe modepaleis aan het Leidseplein.

Large
Het vroegere modepaleis van Hirsch & Cie aan het Leidseplein.
wikicommons

Nieuwe garderobe erg tijdrovend

Voor de opkomst van de grote modehuizen aan het eind van de 19e eeuw was het een stuk lastiger om aan een nieuwe jurk of een nieuw pak te komen, design of niet. Windowshoppen kon toen nog niet, want de winkels hadden geen grote etalages. De producten lagen binnen in kasten en lades en werden op verzoek tevoorschijn gehaald.

Voor nieuwe kleding moest je zelf alle onderdelen kopen in aparte winkels, zoals stof bij de stoffenhandelaar en versieringen bij de passementwerker. Hiermee ging je naar de kleermaker (voor mannen) of de kostuumnaaister (voor vrouwen) die je maten opnam en – eventueel aan de hand van een modeprent – de hele outfit op maat maakte.

Dit kostte nogal wat en was alleen weggelegd voor de gegoede burgers. De meeste mensen moesten het doen met tweedehands kleding of zette zelf een eenvoudig tenue in elkaar. Wat in de mode was, was voor hen niet relevant en alleen weggelegd voor de elite. Zij konden het zichzelf niet permitteren om naar Parijs, het Mekka van de mode, af te reizen om een nieuwe garderobe samen te laten stellen. Het Franse hof was destijds dan ook het grote voorbeeld en heel Europa keek naar de modetrends die hier ontstonden.

Uitvinding van haute couture

Belangrijke ontwerpers

Rond de eeuwwisseling was Paul Poiret een zeer populaire ontwerper die de dames eindelijk verloste van hun knellende korset. Hij was ook de eerste ontwerper die een parfum creëerde voor bij zijn creaties.

Vrouwen bemoeide zich ook met de verkoop van haute couture. Zo hield de Franse Jeanne Paquin in 1911 een tournee door de Verenigde Staten met haar mannequins en opende zij verschillende modehuizen in het buitenland. Als ontwerpster richtte zij als eerste de aandacht op de werkende vrouw door kleding te ontwerpen die zowel overdag als ’s avonds gedragen kon worden.

Tot halverwege de 19e eeuw maakten de kostuumnaaisters in opdracht van de klant wat zij wilde hebben. Maar dan gebeurt er iets in Frankrijk dat de modewereld voorgoed zou veranderen.

De Engelsman Charles Frederick Worth verzon zelf enkele ontwerpen en maakte hiermee een collectie voor zijn eigen – en daarmee het eerste – haute couturehuis, dat hij opende in 1857. Er was geen opdracht aan te pas gekomen en de haute couture was geboren.

In de geblindeerde salon vol spiegels en kroonluchters liet Worth mannequins – ook een noviteit van zijn hand – zijn creaties showen. De kledingstukken waren allemaal in het zwart zodat de klanten later zelf de gewenste kleuren konden aangeven.

Hij richtte zich met name op luxueuze avondkleding want hij wist zich verzekerd van een gefortuneerde klantenkring. Hij was namelijk de favoriete ontwerper van de Franse keizerin Eugénie en haar hele hofhouding. Daarnaast had hij al snel door dat zijn klanten bereid waren om extra te betalen voor een kledingstuk met zijn naam erin. Voor het eerst in de geschiedenis werd de naam van de ontwerper op labels gezet en in de kleding genaaid. Het label of ‘griffe’ vormde een belangrijk kenmerk van zijn haute couture en rond 1865 kleedde Worth bijna heel adellijk Europa.

Na Charles Worth volgden meer ontwerpers en modehuizen, met name in Frankrijk. Door de toegenomen welvaart durfden de nieuwe modehuizen het aan om kleding in voorraad te hebben. Zij leverden de stoffen en de couturiers ontwierpen twee keer per jaar een collectie. Klanten konden hieruit kiezen en het ontwerp op maat laten maken. De keuze was opeens enorm in vergelijking met het verleden.

Haute couture in modepaleizen

Nederland was nog niet rijp voor haar eigen ontwerpers maar wel voor haute couture, zoals Sylvain Kahn van Hirsch & Cie terecht observeerde in 1882. Dit modehuis verkocht in eerste instantie alleen maar haute couture, bedoeld voor de elite. Voor hen was het nieuwe modehuis aan het Leidseplein een waar paleis. Naar Frans voorbeeld was het gebouw voorzien van een verguld hekwerk, enorm hoge plafonds, grote etalages en overal licht en rijkdom. De voertaal was ook Frans zodat bij de drempel onmiddellijk duidelijk werd wie naar binnen mocht en wie niet.

De minder gefortuneerde, die geen Frans sprak, kon zich slechts vergapen aan de rijkversierde etalageruiten. De winkel had na de opening in 1912 een primeur met zijn tearoom en modeshows. Voor het eerst konden de dames in eigen land een modeshow bijwonen, waar creaties uit Parijs en Wenen werden getoond. Overal op de gaanderijen stonden stoelen met daartussen een strook van grijs wollig tapijt voor de mannequins. De honderden aanwezigen zagen Franse meisjes lopen op een manier die ze niet kenden. Het was alsof ze over het tapijt zweefden, begeleid door de muziek van een orkest.

Small
Amsterdamse modeshow in jaren vijftig.
Ons Amsterdam

Amsterdam modestad

De modeshow werd een steeds vaker voorkomend fenomeen na 1912 en Amsterdam werd dé modestad van Nederland. De snit van de haute couture vereenvoudigde in de jaren twintig en was daardoor veel makkelijker na te maken. Confectie werd steeds goedkoper en daarmee werd de laatste mode bereikbaar voor een steeds grotere groep.

In eerste instantie sprak de elite schande van de dienstmeiden die er naar de laatste mode bijliepen. Dit was al die eeuwen het voorrecht geweest van de hoogste klassen. Maar door de verbeteringen in pasvorm en kwaliteit in de jaren die volgden, was confectie geen vies woord meer. Winkels zoals Maison de Bonneterie verkochten geen haute couture maar luxe confectiekleding. De inspiratiebron bleef wel de haute couture uit de Franse hoofdstad en dat werd ook zeker vermeld.

Door onrust in Duitsland verhuisden veel modeateliers na 1933 van Berlijn naar Amsterdam. Hierdoor werd Amsterdam steeds meer een centrum van damesconfectie. Tijdens de oorlog hadden de haute couture en confectie-industrie het moeilijk aangezien textiel op de bon was. De textielschaarste hield tot enkele jaren na de oorlog aan, maar daarna kwam de mode weer helemaal terug.

Vanaf 1947 werd in Amsterdam twee keer per jaar de Amsterdam Fashion Week georganiseerd. Geen Franse maar een Engelse naam, want na de oorlog was alles dat uit Amerika kwam ‘hot’. Deze week werd georganiseerd door de Nederlandse Damesconfectie Industrie en was gericht op buitenlandse afnemers. De fabrikanten hadden wel nog steeds Parijs als leidraad. Ze bezochten daar de shows om met de opgedane inspiratie en achterovergedrukte modellen een eigen collectie te laten maken.

‘Gesloten huizen’

Nederland had in de 19e eeuw geen eigen ontwerpers en moest alles laten importeren, het liefst uit Parijs. Om de modeshows van de Franse modehuizen te mogen bezoeken, moesten de Nederlandse handelaren en kleermakers entree betalen. De creaties die daar op de kop werden getikt, werden in Nederland heel precies uit elkaar gehaald en vervolgens in dezelfde stijl nagemaakt. Of de patronen werden gekocht bij de Franse ontwerpers om te kopiëren. Zo gingen de dames die niet naar Parijs konden om een garderobe aan te schaffen, toch naar Franse mode gekleed.

Deze nagemaakte modellen werden door de betere kostuumnaaister in elkaar gezet en getoond in ‘gesloten huizen’. Deze huizen kwamen op aan het einde van de 19e eeuw en bezoekers konden alleen op afspraak langskomen. De panden bevonden zich in de betere buurten van Amsterdam zodat de dames zonder gêne gezien konden worden. Binnen troffen zij een woonkamer aan zoals zij thuis gewend waren en werden ze ontvangen met thee. Wanneer de bezoekers comfortabel zaten, werden de nieuwe creaties getoond. Deze chique ‘gesloten huizen’ ontstonden naast de grote modepaleizen die vanaf 1880 in Amsterdam verrezen.

De Amsterdamse modeshows waren een hele gebeurtenis. Er werd veel over geschreven in de kranten en het Polygoon-journaal voor in de bioscoop bracht ook verslag uit. In Amsterdam ‘gebeurde het’, maar wel met de blik gericht op Parijs.

De Amsterdam Fashion Week werd tot laat in de jaren vijftig op deze wijze vormgegeven, maar daarna was het de beurt aan de Nederlandse ontwerpers. Zij waren altijd op de achtergrond gebleven maar traden nu naar voren en gingen ze hun eigen modeshows geven. Hun namen zijn nu nog bekend zoals Edgar Vos, Frank Govers en Frans Molenaar. De blik ging niet langer meer naar Parijs maar richtte zich op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De jeugdcultuur met seks, drugs en rock & roll vierde hoogtij en haute couture werd ingeruild voor de mini-rok.

Small

Na jaren weggeweest te zijn wordt sinds 2004 weer twee keer per jaar de Amsterdam Fashion Week georganiseerd. Nederlandse ontwerpers showen hier hun creaties aan het – slechts op uitnodiging aanwezige – publiek. Wat dat betreft is er niet zoveel veranderd met de modeshows uit vroegere jaren.

Bronnen
  • Annemarie den Dekker ea, Modepaleizen in Amsterdam 1880-1960 (Amsterdam 2007)
  • Marieke de Winkel, Fashion and Fancy (Amsterdam 2006)
  • Lucy Johnson, Ninetheen-Century Fashion in detail (Londen 2005)
  • Leontien van Beurden, Tien eeuwen kostuumgeschiedenis (Amsterdam 1994)
  • Andere Tijden gaat terug naar de gouden tijden van de haute couture in de jaren vijftig, met echte dames en Parijs als leidraad.
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 juli 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.