Je leest:

Hangjongeren: een kwestie van opvoeden!

Hangjongeren: een kwestie van opvoeden!

Ouders belangrijk in voorkomen rondhangen

Auteurs: en | 5 juni 2014

Rondhangen is aantoonbaar gerelateerd aan criminaliteit. Het lijkt dan ook logisch dat gemeentelijk jeugdbeleid er zoveel mogelijk op gericht is om overlast door het rondhangen van jongeren te voorkomen. Maar, is het wel een kwestie van beleid maken? Of is het “gewoon” een kwestie van opvoeden?

Ouders zullen natuurlijk altijd proberen om te voorkomen dat hun kind op de ‘verkeerde’ plekken met de ‘verkeerde’ vrienden rondhangt. Maar hoewel er in de wetenschappelijke literatuur relatief veel aandacht is voor de rol die opvoeding speelt bij criminaliteit in de puberteit, weten we echter maar weinig over welke rol de opvoeding speelt in het verklaren van rondhangen. Aangezien rondhangen de kans op criminaliteit verhoogt, kan beter begrip van de achtergrond van hangjongeren bijdragen aan het voorkomen van overlast. De vraag welke rol de ouders hier nu in spelen staat centraal in het artikel dat criminologen van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) onlangs in het British Journal of Criminology publiceerden.

Pubers hoeven niet meer aan het handje van de ouders naar de speeltuin. Maar om probleemgedrag te voorkomen, blijft het ook op latere leeftijd van belang dat ouders en kinderen samen leuke dingen doen en dat de ouders weten waar jongeren uithangen als zij er zelfstandig op uittrekken.

Opvoeding in drie delen

Er zijn drie aspecten van de opvoeding die vooral van belang zijn als het gaat om jeugdcriminaliteit: ouderlijk toezicht, ouderlijke controle en de relatie tussen ouder en kind. Ouderlijk toezicht geeft aan in welke mate de adolescent zijn ouders moet vertellen wat hij gaat doen als hij van huis gaat. Ouderlijke controle geeft aan in welke mate de adolescent verwacht gestraft te worden door zijn ouder bij het overtreden van de regels.

De ouder-adolescent relatie geeft aan in hoeverre adolescenten met hun ouders praten als ze ergens mee zitten en hoe vaak ze leuke dingen doen samen. Van deze kenmerken van de opvoeding weten we dat ze zijn gerelateerd aan het crimineel gedrag van adolescenten. De vraag is of deze kenmerken ook een verklaring bieden voor het rondhangen door jongeren.

Wat zijn de verkeerde plekken?

Als jongeren eenmaal op straat rondhangen met vrienden, speelt toezicht in ieder geval een grote rol. Het blijkt namelijk dat hangjongeren vaker crimineel gedrag vertonen op plekken waar geen of weinig toezicht door volwassenen is.

Afgelegen, Friese hangplek. Hier is geen toezicht, maar jongeren kunnen er sowieso weinig kwaad, zo zal de gedachte zijn.

Verwacht wordt dat rondhangen door jongeren vaker tot criminaliteit leidt in buurten die gekenmerkt worden door een hoge mate van wanorde. Dit komt waarschijnlijk doordat de buurtbewoners hier elkaar, en dus ook de hangjongeren, minder in de gaten houden.

Wanordelijke buurten met bijvoorbeeld veel graffiti, rommel op straat en slecht onderhouden huizen zouden erop wijzen dat bewoners onverschillig zijn over wat er in de buurt gebeurt. Dit veronderstelde gebrek aan sociale controle in de buurt zou het risico om gepakt te worden verminderen. Als jongeren denken ermee weg te kunnen komen, zou het plegen van delicten natuurlijk aantrekkelijker kunnen worden.

603 jongeren op de kaart

Om te onderzoeken of opvoeding een rol speelt in het rondhangen, hebben we gebruik gemaakt van de gegevens van 603 jongeren van 12 tot 20 jaar uit Den Haag. De jongeren zijn twee keer geïnterviewd: in het schooljaar van 2008/2009 en in het schooljaar van 2010/2011. Door dezelfde jongeren twee keer te interviewen, konden we onderzoeken of er veranderingen plaats hebben gevonden in de twee jaar tussen de interviews.

Detail van de kaart van Den Haag en omgeving waarop de jongeren voor ieder uur van vier voorafgaande dagen aangaven waar zij zich bevonden.
Heleen Janssen, NSCR

Om het rondhangen van jongeren in kaart te brengen, hebben we een speciale methode gebruikt. Met deze methode werd aan de jongeren gevraagd voor elk uur van vier voorafgaande dagen aan te geven waar ze waren, met wie dit was en wat ze aan het doen waren. Op grote gekleurde kaarten van Den Haag wezen de jongeren ook hun locatie aan voor ieder uur. Zo ontstond een heel precies beeld van waar de 603 Haagse jongeren allemaal geweest waren.

De mate van wanorde op deze plekken is daarbij vastgesteld door middel van observaties. Observanten hebben op 1422 plekken in Den Haag en omgeving met behulp van een checklist vastgesteld welke vormen van wanorde (bijvoorbeeld graffiti, rommel op straat, slecht onderhouden huizen, kapotte fietsen) aanwezig waren. Vanwege de veronderstelde verbanden tussen rondhangen op wanordelijke locaties en crimineel gedrag, richtten de onderzoekers zich op Haagse hangplekken met een hoge mate van wanorde.

De gemeten wanorde op locaties waar de jongeren zich ophielden weergegeven op een kaart van Den Haag. De plekken met de hoogste mate van wanorde zijn gemarkeerd met de donkerste tint.
Heleen Janssen, NSCR

Ouders blijven in beeld

Nu blijkt dat adolescenten die meer ouderlijk toezicht, meer ouderlijke controle en een betere band met hun ouders ervaren, minder tijd met vrienden op straat rondhangen. Als we naar veranderingen over tijd kijken, zien we dat ouderlijk toezicht over het algemeen afneemt gedurende de adolescentie. Als pubers ouder worden, hoeven ze hun ouders minder vaak te vertellen wat ze gaan doen en met wie. Dat lijkt een logische en normale ontwikkeling en is ook niet gerelateerd aan veranderingen in de tijd die adolescenten zonder toezicht rondhangen.

Dit is niet het geval voor ouderlijke controle en de relatie tussen ouders en adolescenten. Ook als jongeren ouder worden, blijft het dus van belang dat ouders interesse tonen en hen controleren. Want een afname in ouderlijke controle, en een afname in de kwaliteit van de relatie met ouders hangt samen met een toename in de tijd die jongeren zonder toezicht rondhangen op de ‘verkeerde’ plekken. Meer rondhangen op deze plekken maakt het vervolgens weer meer waarschijnlijk dat zij in crimineel gedrag vervallen. Deze resultaten laten zien dat ouders een belangrijke rol blijven spelen gedurende de gehele adolescentie. Het voorkomen van overlast door rondhangende jongeren is dus niet alleen een kwestie van beleid maken, maar zeker ook van opvoeden!

Bron

  • Janssen, H. J., Deković, M., & Bruinsma, G. J. N. (2014). Parenting and time adolescents spend in criminogenic settings: A between- and within-person analysis. British Journal of Criminology. Online publicatie: doi: 10.1093/bjc/azu032#
Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.