Je leest:

(H)eerlijke koffie uit Brazilië

(H)eerlijke koffie uit Brazilië

Brazilië en koffie zijn historisch nauw met elkaar verbonden. De Brazilianen lusten zelf graag een kop koffie, terwijl ze ook nog eens 30% van de totale wereldproductie op zich nemen. Toch lijkt het allemaal mooier dan het is, want de rest van de wereld drinkt niet genoeg om een goede prijs voor de koffiebonen te krijgen.

Zelfmoord

De wereldwijde koffiemarkt zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen. Tussen 1994 en 1999, waarin het de wereldeconomie voor wind ging, was er sprake van een vaste en goede prijs voor koffie. Vanaf midden 2001 ligt de prijs van koffie op zijn diepste punt sinds 1970 op 50 dollarcent per pond. De oorzaak van de prijsdaling is eigenlijk vrij logisch, maar ook pijnlijk. De productie van koffie is wereldwijd zo gestegen dat de markt feitelijk zelfmoord pleegde. Vooral Brazilië en Vietnam hebben hun productie dusdanig opgeschroefd, dat er een enorme overproductie ontstond. Vietnam is zich in het kader van een serie economische hervormingen met hulp van de wereldbank aan het specialiseren in koffie. Brazilië is van oorsprong al een sterk koffieland en daar zijn dan ook verschillende interne steunprogramma’s voor koffieplantages aanwezig. Dit past in het beeld van Brazilië als land dat rijk is aan natuurlijke bronnen.

…dit past in het beeld van Brazilië als land dat rijk is aan natuurlijke bronnen…

In de wereldhandel speelt Brazilië aan de ene kant een steeds prominentere rol in landbouwproducten, waarbij koffie een enorm aandeel heeft. Aan de andere kant komt de marktwerking niet goed tot stand omdat er, ondanks de groeiende vraag, nu sprake is van een inelastische prijs. Met andere woorden, de prijsdaling die ontstaan is door de extra aangeboden hoeveelheid koffie, wordt niet gecompenseerd door een stijging van de vraag. Producenten van koffie over de hele wereld verwachten dan ook dat de lage prijzen aanhouden, met alle gevolgen van dien. Het risico is namelijk dat, omdat je er toch weinig geld voor krijgt, er weinig reden meer is om hoogwaardige koffie te produceren. Waardoor uiteindelijk de prijzen ook laag zullen blijven. De vraag is of en op welke manier de koffieprijs weer op een normaal peil kan komen.

Wereldkampioen koffiebonen produceren

De tijd dat Brazilië goed was voor meer dan 50% van de wereldproductie van koffie is vergane glorie. Toch wordt Brazilië nog steeds gezien als een sleutelspeler in de markt. In figuur 1 valt te zien dat Brazilië (in 2005) nog steeds mondiaal koploper is als het gaat om koffieproductie. In 2002 kwam ongeveer 30% van de totale productie uit Brazilië. Ook is de koffiesector voor de Braziliaanse economie nog steeds erg belangrijk. Het zorgt voor een belangrijk aandeel in het BBP, de werkgelegenheid en de inkomsten aan export –waarin het ook koploper is op de wereldranglijst (zie figuur 1). Toch is het niet alleen koffie dat de klok slaat. Andere agriculturele producten als sinasappelsap en soja zijn zeer zeker ook belangrijke exportproducten.

Figuur 1: De plaats van Brazilië op de wereldranglijst van agrarische producten

Koffie is voor Brazilianen niet alleen van economisch belang, ze lusten zelf ook wel een bakkie leut. Ontbijt in het Braziliaans Portugees is “café da manha”, wat ochtendkoffie betekent. Na de Verenigde Staten zijn ze zelf tweede op de ranglijst van koffieconsumptie! Hieruit blijkt wel dat koffie erg verbonden is aan de historie en de ontwikkeling van Brazilië.

Agrariërs graven eigen graf

Tot 1990 was de economie van Brazilië erg gesloten. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Braziliaanse economie drie verschillende periodes doorgemaakt. Vanaf 1950 was er sprake van een zogenaamde ‘Import Subsitutie Industrialisatiestrategie’, ook wel ISI-strategie genoemd. Er werd in die periode, tot ongeveer 1980, een beleid gevoerd dat gericht was op het produceren van substituten voor importproducten. Dit was een protectionistische maatregel, die de eigen economie op gang moest houden. Pas in de jaren ’80 kwam men erachter dat dit niet ging werken. Er was wel sprake van economische groei, maar om alle investeringen te bekostigen moest de Braziliaanse overheid zich flink in de schulden steken. Daar was het gat niet mee gedekt, want er bleven enorme begrotingstekorten en dit leidde tot een hoge inflatie.

Grootschalige hervormingen voerden vanaf 1990 de boventoon. Liberalisatie en privatisering waren de kernwoorden voor de nieuwe te voeren politiek. Opeenvolgende hervormingsplannen van de overheid werden doorgevoerd die de fiscale positie van het land verbeterden en de inflatie afremden. Een serie ingrijpende importwijzigingen had veel impact. Zo werden de gemiddelde importtarieven voor industriële producten van 100 producten teruggebracht naar 13% in de periode tussen 1994 en 1997. Hiermee was de bescherming die de Braziliaanse overheid haar bedrijven gaf voorbij. De agrosector had over de gehele linie hier eigenlijk best veel baat bij. De belangrijkste factor hierin spelen de talrijke kredietprogramma’s die in de plaats kwamen van de verminderde bescherming. Op allerlei manieren werd er voor gezorgd dat de landbouwsector gebruik kon maken van importproducten om de kwaliteit van hun eigen productie te verbeteren.

De kredietprogramma’s om de Braziliaanse economie op gang te houden: Government Commodity Loan Program (EGF): Kredietprogramma waarbij de in geaccrediteerde faciliteiten opgeslagen oogst dient als onderpand. Het krediet bedraagt maximaal 70 procentvan de geschatte waarde van de oogst. De rente was in 2004 bijvoorbeeld 8,75 procent. EGF-Industry Commodity Loan Program: In principe hetzelfde als de EGF, maar dan uitsluitend bedoeld voor de verwerkende industrie voor gewassen waarvan de prijs door de overheid ondersteund wordt. Het krediet bedraagt maximaal 50 procent van de productiecapaciteit. Rural Promissory Note (CPR): Dit kredietinstrument is voor de verwerkende industrie een belangrijke aanvulling op de EGF en fungeert als een bankgarantie die gekoppeld is aan een verplichting tot levering door producenten/coöperaties. De verwerker moet op haar beurt de minimum prijs aan de producenten betalen. Government Commodity Acquisition Program (AGF): Kredieten zijn beschikbaar voor producenten die, onder bepaalde voorwaarden, rechtstreeks aan de federale overheid leveren. Subsidy Auction Program (PEP): Vergelijkbaar met de loan deficiency payment in de VS: de overheid ondersteunt afboerderij prijzen door bijvoorbeeld groothandelaren en verwerkers het verschil tussen de markt- en de minimumprijs te betalen. Options Contracts: De overheid biedt een prijs voor de oogst van het volgende jaar waartegen producten die onder het programma vallen aan de overheid verkocht kunnen worden. Product Equivalence: Hier wordt krediet aan kleine producenten verstrekt volgens het ‘equivalentieconcept’: de lening wordt in natura terugbetaald. De waarde van de producten die onder deze regeling vallen is gebaseerd op de minimumprijs van de overheid. Bron tekst: Braziliaans Ministerie van Landbouw.

De kredietprogramma’s waren vele malen aantrekkelijker dan een commerciële lening, omdat de rente opmerkelijk laag was. De agrarische sector speelde dan ook een grote rol in het herstel van de Braziliaanse economie, te meer omdat de groei van de landbouw een sterk verband lijkt te hebben met de doorgevoerde veranderingen. Daarbij werd de sector erg geholpen door technische ontwikkelingen. Nieuwe technologieën zorgden dat er dichter op elkaar verbouwd kon worden en hierdoor nam de productie hard toe, terwijl er ook nog eens op kosten kon worden bespaard. Voor de ongeveer 160 exporterende Braziliaanse koffiebedrijven was dit van enorm belang. Van de 160 producten zijn de 10 grootste verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de totale export. Buitenlandse investeringen in de Braziliaanse bedrijven groeien ook nog eens, waardoor het export ook verder kon worden gemoderniseerd en ook weer kosten besparend werkte.

“Eerlijke koffie”

Het spectulaire herstel van met name de landbouwsector leek in eerste instantie een geweldige ontwikkeling. Toch heeft dit er nu uiteindelijk tot geleid dat de koffiemarkt in Brazilië in het nauw is gedreven. Koffieboeren krijgen woekerprijzen voor hun bonen en dit begint in de rest van de wereld door te dringen. De marktwerking faalt en belangenorganisaties als Solidaridad, Oxfam and Fairtrade vallen over elkaar heen om te wijzen op de omstandigheden waaronder de Braziliaanse boeren produceren. Eén van de mogelijke veranderingen in de koffiesector is het Fairtrade-systeem.

In dit systeem melden alle boeren zich bij een coöperatie, welke de belangen van een groep boeren gaat behartigen. Hierdoor ontstaat er onder andere een verbeterde markttoegang, doordat de oorspronkelijke tussenhandelaren worden overgeslagen. Daarnaast kan een coöperatie zorgdragen voor het opbouwen van capaciteit en collectieve actie in de coöperaties. Voorts kan een goed functionerende coöperatie ook helpen bij het verbeteren van de kwaliteit, door schaalvoordelen te behalen op het inkopen van kennis en nieuwe technologieën. Een ander probleem, dat van de enorme productieoverschotten, zou dan ook opgelost kunnen worden. Binnen een coöperatie kunnen er quota opgesteld worden en op deze manier kan hier ook de kwaliteit weer zijn voordeel meedoen.

Als het goed is zal dit leiden tot een verbeterde onderhandelingspositie van de boeren en verhoogt ook het vertrouwen in de boeren als onderhandelingspartners. De naleving van de gemaakte afspraken, de fairtradenormen, is ook gegarandeerd door sociale controle. Deze “eerlijke handel” in koffie zou voor de koffieboeren moeten leiden tot minder marktrisico’s. Door contracten voor de lange termijn af te sluiten, termijndeals, kan er iets gedaan worden aan de lage en wisselden prijs voor koffie. Daarmee wordt een belangrijk risico weggenomen. Normaal gesproken zouden deze termijnmarkten niet toegankelijk zijn voor bijvoorbeeld de kleinschalige boeren uit het Zuiden. Fairtradeorganisaties garanderen een minimumprijs.

Figuur 2: De verwachting van de koffieprijs tot 2010

Gaat het werken?

Wil de koffiemarkt in Brazilië een kans maken, dan zijn er zoals gezegd nog wel een aantal veranderingen nodig. De vraag is of fair trade de oplossing wel is. Er wordt door economen beweerd dat het moeilijk is de eerlijke prijs juist vast te stellen. De vraag is namelijk of je een hogere prijs kunt eisen, met als insteek dat de boeren daarmee een beter leven krijgen. Vrije marktwerking zorgt immers voor een eerlijke prijs en de markt heeft in het geval van de koffiemarkt zelfmoord gepleegd als gevolg van overaanbod. Een eerlijke, vaste, prijs garanderen zou ze niet stimuleren andere gewassen dan koffie te produceren, waardoor er een overschot aan koffie zal blijven bestaan. Brazilië zou wereldkampioen koffie kunnen blijven, maar een koffie-vergiftiging ligt op de loer.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 maart 2008

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE