Je leest:

Grote subsidie brengt genezing van diabetes dichterbij

Grote subsidie brengt genezing van diabetes dichterbij

Nieuwe aanpak op stapel

Jarenlang zwoegen op de genezing van diabetes type 1 begint zijn vruchten af te werpen. Alle ogen zijn gericht op de celtherapie waar dr. Bart Roep (Immunohematologie) aan werkt. Hij ontvangt de grootste subsidie die het Diabetesfonds ooit uitreikte. “Maar die gaat vooral naar het opzetten van een Expertisecentrum Diabetes.”

Het klinkt te mooi om waar te zijn: diabetes type 1 bestrijden met vitamine d, een stofje dat het lichaam zelf produceert tijdens blootstelling aan zonlicht. Voldoende vitamine d verlaagt de kans op type 1 diabetes.

Maar dat geldt slechts voor kinderen die nog geen twee kaarsjes op hun verjaardagstaart hebben uitgeblazen. In het latere leven blijkt inname van vitamine d type 1 diabetes niet meer te kunnen tegengaan. Toch maakt deze vitamine een belangrijk onderdeel uit van de celtherapie van dr. Bart Roep (Immunohematologie).

Medium
Bij kinderen onder de twee jaar verlaagt voldoende vitamine d de kans op diabetes. Later in het leven blijkt deze natuurlijke bescherming niet meer te helpen. Een nieuwe celtherapie moet hier verandering in brengen.

Smaakmaker

De afgelopen tijd besteedden verschillende landelijke media al volop aandacht aan Roeps celtherapie. Aanleiding was de subsidie van 1,6 miljoen euro die het Diabetesfonds in april aan hem toekende. Niet eerder reikte het fonds zo’n groot bedrag uit. “Het geld is dan ook niet alleen bedoeld voor onderzoek naar de celtherapie”, vertelt Roep. “Daar focussen de media op. Ik begrijp dat wel, het is de smaakmaker, maar we hebben het geld vooral gekregen om een Expertisecentrum Diabetes op te zetten. Diabetes type 1 komt weinig voor; een groot centrum ziet maximaal enkele tientallen nieuwe patiënten per jaar. Daarom moet je medicijnproeven op landelijk niveau aanpakken. Dat gaan we doen met een nationaal trialplatform.”

In 2008 ontving Roep al een vici-subsidie van nwo voor het verder ontwikkelen van de celtherapie. “Daar waarderen ze innovatieve, gewaagde ideeën”, zegt hij zelf. Zijn celtherapie pakt diabetes bij de bron aan: het ontspoorde immuunsysteem. In de alvleesklier liggen her en der ‘eilandjes’ met bètacellen die insuline produceren. Na het nuttigen van koolhydraten voorkomt dit hormoon dat het glucosegehalte in het bloed te sterk stijgt. De afweercellen van mensen met diabetes type 1 keren zich specifiek tegen deze bètacellen; de andere cellen in de alvleesklier worden met rust gelaten.

Betacellen
Bètacellen in de alvleesklier van een rat. In deze afbeelding zijn de bètacellen zelf groen, de celkernen blauw en de alphacellen (die glucagon produceren) rood.
Masur, Wikimedia Commons

Cellen verdwijnen

Bij de celtherapie worden belangrijke regelneven van het afweersysteem, de dendritische cellen, uit het lichaam gehaald. Door ze buiten het lichaam in aanraking te brengen met bepaalde eiwitten van de bètacellen, in combinatie met vitamine d, worden ze ‘gehersenspoeld’. “Ze krijgen het signaal dat de bètacellen ongevaarlijk zijn en terug in het lichaam onderdrukken ze een afweerreactie door regulatoire t-cellen te vormen”, aldus de immunoloog. Sommige mensen hebben al van nature regulatoire t-cellen in combinatie met ontspoorde t-cellen. “Zij krijgen gemiddeld acht jaar later diabetes.”

Inmiddels is aangetoond dat dit ‘gewaagde idee’ muizen kan genezen. Nu is het tijd om bij patiënten te gaan kijken. Allereerst zijn mensen die al langere tijd type 1 diabetes hebben aan de beurt. Zij hebben helemaal geen bètacellen meer, dus mocht de therapie onverhoopt in staat zijn de afbraak van bètacellen juist te versnellen, dan hebben zij hier geen last van. “Iemand bij wie net diabetes is vastgesteld heeft nog wel bètacellen, zij het ongeveer 20 procent van waar hij mee begonnen is”, legt Roep uit. “In de jaren daarna verdwijnen ook deze cellen: het is een chronische, progressieve ziekte.”

Mensen van tachtig

Roep wil kijken of het lukt om die afweerreactie te stoppen. “Daarmee draaien we de kraan dicht en kan iemand zelfs weer bètacellen gaan opbouwen. Die worden namelijk tijdens het hele leven aangemaakt. Ook bij iemand met diabetes, alleen merk je dat niet omdat het immuunsysteem ze net zo hard weer afbreekt.” Als de celtherapie veilig blijkt, kan deze vervolgens worden getest bij mensen die net diabetes type 1 hebben gekregen om te kijken of zij hun bètacellen kunnen behouden. Dat zijn gemiddeld jongere mensen, maar niet altijd kinderen. “Diabetes type 1 kan ook op latere leeftijd ontstaan, zelfs bij mensen van tachtig. Dan wordt er vaak gedacht dat het wel type 2 (vroeger ouderdomssuiker genoemd – red.) zal zijn, maar dat is zeker niet altijd zo.”

Medium
Mensen die net diabetes type 1 krijgen zijn vaak jong, maar ook bij oudere mensen kan de ziekte voorkomen. Vaak wordt er dan (onjuist) gedacht aan diabetes type 2.
ApoPfleger, Wikimedia Commons

De celtherapie is veelbelovend. “Het blijkt zelfs nog mooier dan we dachten”, zegt Roep enthousiast. “Als reactie op vitamine d blijken bepaalde ontspoorde afweercellen, effector t-cellen, een death receptor op hun celmembraan te gooien. Hierdoor vallen ze ten prooi aan geprogrammeerde celdood. Dat was een bonus die we bij toeval ontdekten.” Mocht de celtherapie bij diabetes gaan werken, dan gloort er ook hoop voor andere auto-immuunziekten, zoals reuma en de spierziekte lems. Ook transplantaties zouden een stuk makkelijker kunnen worden wanneer het afweersysteem van de ontvanger tolerant kan worden gemaakt voor het weefsel van de donor.

Nieuw hoofdstuk

Toch hamert Roep er op dat het nog te vroeg is om te juichen. “We zijn er nog niet.” Hij wijst op het spanningsveld tussen journalistiek en wetenschap. “Je wilt naar buiten komen met resultaten, maar mensen geen valse hoop geven.” Tijdens zijn contacten met sommige media bleek dat spanningsveld duidelijk aanwezig. “Kunt u het woord ‘doorbraak’ een keer gebruiken”, maande een reporter van een actualiteitenrubriek tijdens de opnames. Een journalist van een kwaliteitskrant maakte het nog bonter. “Ik had verteld dat we met vitamine d werken, een stof die je bij de drogist kunt kopen. En dat we de eigen cellen van de patiënt gebruiken. Dus veiligheid lijkt geen issue, zei ik. Maar wat schreef de journalist: ‘Voor Bart Roep is veiligheid geen issue’. Gelukkig kreeg ik inzage voor publicatie en kon ik voorkomen dat het zo in de krant kwam.”

Roep heeft inmiddels geleerd zijn woorden zorgvuldig te kiezen. Wel durft hij de stelling aan dat er een nieuw hoofdstuk is begonnen bij de behandeling van diabetes type 1. “We gaan nu echt richting genezing. In feite kan diabetes type 1 al genezen worden.” Hij doelt op een drastische ingreep bij ruim twintig Braziliaanse type 1 diabetespatiënten. Hun afweersysteem werd om zeep geholpen met onder meer een zware chemokuur. Vervolgens werd het weer opgebouwd met eigen immuuncellen die eerder waren afgenomen. Twaalf mensen konden door deze behandeling blijvend stoppen met het spuiten van insuline. Roep is echter kritisch over deze benadering: “Aan deze aanpak kleven te ernstige risico’s om het bij kinderen toe te passen.”

Insuline
Onderzoek in Brazilië leidde tot behandeling met een zware chemokuur en transplantatie met eigen immuuncellen. Twaalf mensen konden door deze behandeling blijvend stoppen met het spuiten van insuline. Toch zijn we er nog niet, want de risico’s van de behandeling zijn (vooral bij kinderen) groot.

Omscholen

Roep geniet ondertussen van de aandacht die zijn onderzoek nu krijgt. “Ik zie het als een beloning voor twintig jaar toewijding aan diabetesonderzoek.” Ook de aanbiedingen van buitenlandse universiteiten en instituten stromen binnen.

Toch zijn er af en toen dingen die hem dwarszitten. Zoals dat het belang van medisch onderzoek nog steeds niet door iedereen wordt erkend. “Toen een internist uit een ander ziekenhuis laatst vroeg of ik het niet jammer vind dat ik geen patiënten zie, heb ik de bal teruggekaatst en gevraagd of hij weleens een patiënt van diabetes had genezen.” Roep denkt niet dat artsen bang zijn klandizie te verliezen als diabetes eenmaal genezen zou kunnen worden. “Iedere arts wil zijn patiënt beter maken. Alleen zullen sommige internisten zich in de toekomst misschien moeten omscholen tot immunoloog”, zegt hij lachend.

Zie ook

Vitamine tegen suikerziekte (Kennislinkartikel van LUMC) Beter leven met diabetes (Kennislinkartikel van Cicero)

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE