Je leest:

Grote hersenen voor snelle evolutie

Grote hersenen voor snelle evolutie

Auteur: | 18 augustus 2008

Vogelsoorten met relatief grote hersenen kunnen zich sneller aanpassen wanneer zij daarvoor de kans krijgen. De evolutie van deze dieren is hierdoor versneld ten opzichte van vogels met kleinere hersenen. Deze ontdekking deed ecoloog Daniel Sol samen met zijn collega, evolutionair bioloog, Trevor Price.

Wie evolutie denkt, denkt Darwin. En één van de bekendste voorbeelden van evolutie is dan ook het verhaal van de Darwinvinken die op de Galapagoseilanden leven. Binnen een klein gebied komen verschillende soorten van deze vinken voor. Ze lijken sterk op elkaar, maar hebben toch allemaal hun eigen manier van voedsel zoeken. Daardoor zitten zij elkaar niet in de weg en hoeven niet te concurreren. Een slim systeem, waardoor alle vinkensoorten konden overleven. Hoe is dit precies gekomen?

De Darwinvinken op de Galapagoseilanden zijn allemaal op hun eigen manier aangepast aan het zoeken van voedsel. Zo hoeven ze niet met elkaar te concurreren en kunnen alle soorten vinken naast elkaar voorkomen.

Toevalstreffer

De klassieke visie gaat er vanuit dat het een kwestie is van op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Een toevalstreffer dus. De gemeenschappelijke voorouder van de verschillende vinkensoorten op de Galapagos koloniseerde een gebied waarin geen natuurlijke vijanden voorkwamen. Hierdoor ontstond een ecologische kans, zonder vijanden is het mogelijk om jezelf als soort wat aan te passen aan de nieuwe omgeving. Uiteindelijk werden er op die manier zo’n 13 nieuwe vinkensoorten geboren. Maar was dit onmogelijk geweest als de voorouder zich op een andere plek had genesteld?

Ecoloog Daniel Sol en evolutionair bioloog Trevor Price denken van niet. Kansen uit de omgeving zijn niet het enige dat telt. Ook de gedragskenmerken van de soort zelf kunnen een grote rol spelen in de evolutie. De onderzoekers vergeleken de lichaamsgrootte en de grootte van de hersenen bij ruim 7000 vogelsoorten, ongeveer 75% van alle soorten vogels op aarde. Soorten met grotere hersenen, dan op basis van hun lichaamsgrootte kon worden aangenomen, waren over het algemeen het best aan hun omgeving aangepast.

Een papegaai heeft relatief grote hersenen. Hiermee kan hij in een nieuwe omgeving snel gedragsveranderingen doorvoeren, waardoor hij kan overleven.

Gedrag en omgeving

Vogels die het beste uit de test kwamen, waren spechten, neushoornvogels, papegaaien, uilen, liervogels en kraaien. Door hun grote hersenen kunnen deze soorten razendsnel gedragsveranderingen bewerkstelligen die nodig zijn voor aanpassing. Met grote hersenen is het bijvoorbeeld makkelijker om jezelf te vestigen op een nieuwe locatie. De hele soort heeft op die manier een kleinere kans op uitsterven. Maar ook bronnen kunnen door vogels met relatief grote hersenen beter benut worden. Als er belangrijke bronnen beschikbaar komen, vindt er een selectie plaats binnen een soort. Vogels die zich het beste aan kunnen passen en dus de bron kunnen gebruiken, hebben een grotere kans om te overleven.

Voortdurende aanpassing is in de evolutie noodzakelijk om te overleven. Dat de veranderende omgeving hierin een grote rol speelt, was al langer bekend. Nu blijkt dat ook gedragskenmerken van het dier zelf belangrijk zijn in de evolutie. Doordat dieren met relatief grote hersenen zich makkelijker aan kunnen passen, hebben zij hun voortbestaan gedeeltelijk in eigen hand.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.