Je leest:

Gewenste groei van kind situatie-afhankelijk

Gewenste groei van kind situatie-afhankelijk

Advies bij groeiproblemen ‘niet veralgemeniseren’

Auteur: | 5 juli 2011

De groei van kinderen wordt bepaald aan de hand van hun lengte en gewicht. Maar wat is gezonde groei? Is dat overal ter wereld hetzelfde? Dr. Hinke Haisma, demograaf en voedingskundige aan de Rijksuniversiteit Groningen, denkt van niet. ‘We moeten ook kijken naar hoe en waar kinderen opgroeien.’

De Wereldgezondheidsorganisatie ontwikkelde onlangs nieuwe groeicurves, waarbij de organisatie zich baseerde op kinderen uit zes landen, van Oman tot Noorwegen, allen uit welgestelde gezinnen.

Hinke Haaisma.
RUG

Maar het gebruik van die groeicurves is niet zonder problemen, stelt Haisma. ‘Omdat ze een norm stellen: ze schrijven voor hoe kinderen zouden moeten groeien. Maar wat is goed? En is dat wel overal gelijk?’

Volgens Haisma zeer zeker niet. ’In landen waar niet alleen ondervoeding voorkomt, maar ook steeds meer overgewicht, zoals in Brazilië, is het helemaal niet zo duidelijk of kinderen uit de rijkere gezinnen als norm moeten worden gesteld. Ook in Nederland zijn er grote verschillen. In Oost-Groningen groeien kinderen onder andere omstandigheden op dan in een multiculturele wijk in Rotterdam, en moeten ouders op een andere manier geadviseerd worden.’

Oog voor omstandigheden

Dat begint soms al bij taalgebruik. ’Soms zul je als zorgverlener ontdekken dat je in je advies het woord ‘overgewicht’ niet moet gebruiken, omdat het voor de ouders niks betekent. Dan kun je beter adviseren, bijvoorbeeld, om vaker samen te eten, in plaats van ieder voor zich een pizza in de oven te schuiven. Als je het op een andere manier verwoordt, komt een advies misschien wél aan.’

Hoe snel baby’s zouden moeten groeien hangt ook van de omstandigheden af.
Wikimedia Commons

Meer algemeen moet er bij het in kaart brengen van de groei van een kind niet alleen gekeken worden naar lengte en gewicht, maar moet ook naar de omstandigheden waarin dat kind opgroeit. ‘Werkt de moeder? Kan ze wel borstvoeding geven? Wanneer vinden de ouders dat iemand overgewicht heeft? Met al dat soort vragen moet je rekening houden.’

Vervuild water

Eenmaal over de grens wordt de situatie nog ingewikkelder. ‘In Tanzania is het geboortegewicht van baby’s gemiddeld goed, maar ontstaan vaak problemen zodra wordt overgeschakeld van borstvoeding op normale voeding. Dan krijgen de kinderen last van diarree en andere ziektes, doordat bij de bereiding van het voedsel vervuild water wordt gebruikt. Alleen maar naar de voedingsstatus kijken heeft dan dus geen zin. Het advies moet vooral ook inspelen op de beschikbaarheid van schoon water.’

In arme landen zijn soms andere adviezen nodig dan in Nederland, wanneer het de groei van kinderen betreft.
Wikimedia Commons

Magere baby’s

In India spelen weer andere zaken. ‘Daar worden veel kinderen met ondergewicht geboren. Kijk je alleen naar groeicurves, dan adviseer je ouders hun kind stevig bij te voeden, zodat het snel op gewicht komt. Maar kinderen met een laag geboortegewicht zijn als het ware ’voorgeprogrammeerd op schaarste’. Hun stofwisseling is anders dan bij kinderen met een normaal gewicht. Ga je zulke kinderen extra voeden, dan vergroot je hun risico op suikerziekte in hun latere leven enorm. Ook in dit geval is dus een advies op maat nodig.’

Consternatiebureaus

“Doordat het huidige instrument om groei te monitoren alleen kijkt naar lengte en gewicht, is de zorg gemedicaliseerd geraakt. Je doet ouders en hun kinderen tekort als je voorschrijft om een baby voor en na iedere voeding op de weegschaal te leggen. Of om ouders hun kind te laten bijvoeden als het met borstvoeding nèt een klein beetje onder de curve zit. Grote kans dat ouders onzeker worden van dat soort adviezen. Jonge ouders noemen consultatiebureaus niet voor niets ook wel consternatiebureaus. En dat terwijl ouders echt ondersteund kunnen worden, als zorgverleners een meetinstrument hebben waarmee ze ook naar de situatie achter de groeicurves kunnen kijken.”

Hinke Haisma (1967) is universitair docent aan de afdeling Demografie van de Rijksuniversiteit Groningen. Na haar studie voedingswetenschap werkte ze bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Brazilië. Haisma promoveerde in 2004 op een onderzoek naar het verband tussen sociaal-economische status, borstvoeding en overgewicht in Brazilië.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juli 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.