Je leest:

Grijs platteland, vereenzaamde stad

Grijs platteland, vereenzaamde stad

Worden het woongroepen, ‘kangoeroehuizen’, of toch vooral rijtjeshuizen met een traplift? Hoe verandert de vergrijzing de inrichting van stad en samenleving?

De vergrijzing drukt een duidelijk stempel op de inrichting van de stad en vooral ook op het platteland, zegt Andre Buys van RIGO Research en Advies in Amsterdam. De planologen en sociaal geografen van dit onderzoeksbureau voor de gebouwde omgeving krijgen veel vragen van bijvoorbeeld overheden en woningcorporaties over de gevolgen van de vergrijzing voor de planologie.

Woningcorporaties vragen zich bijvoorbeeld af of zij hun vergrijzende bestand van huurders moeten bedienen met renovatie van de bestaande woningen of dat zij moeten investeren in compleet nieuwe woningen, die beter zijn ontworpen voor de noden en wensen van gemiddeld steeds oudere mensen. Bij het beantwoorden van dergelijke vragen zijn er enkele belangrijke kengetallen en wetmatigheden waar de planologen rekening mee houden, zegt Buys.

Ouderen willen niet verhuizen

Om vragen rond veroudering en planologie te beantwoorden begin je bij de basale demografie. De ouderen van straks zijn nu al geboren, dus je weet in grote lijnen wat er op je af komt. Maar daaromheen ontstaan al snel de nodige onzekerheden, aldus Buys.

Hoe ouder je wordt, hoe minder graag je verhuist.

“Om te beginnen weet je niet precies hoe oud mensen straks echt worden. Verder hangt veel af van het gedrag van mensen. Trekken jongeren massaal naar de steden om te studeren? Blijven ze vervolgens ook rond de steden hangen? Die trek naar de stad is wat we de afgelopen decennia in toenemende mate hebben gezien en dat betekent dat met name het platteland sterk vergrijst. Een belangrijk kenmerk van ouderen is namelijk dat ze steeds minder graag verhuizen. Hoe ouder mensen worden, hoe honkvaster ze ook worden. De schaarse jongeren trekken weg, maar de ouderen blijven.”

De omvangrijke babyboomgeneratie die tussen grofweg 1945 en 1970 is geboren is inmiddels begonnen met pensioneren. Maar wie verwacht dat al die mensen gaan rentenieren in Drenthe of aan de Spaanse Costas komt dus bedrogen uit. “De steden, dorpen en zelfs de buurten waar de vergrijzing gaat optreden zijn redelijk goed te voorspellen”, zegt Buys. “Vooral het platteland vergrijst relatief sterk, terwijl de vergrijzing in de steden wordt ‘verdund’ door aanwas van jongeren.”

Behalve die algemene trend dat vooral het platteland snel vergrijst, zal de vergrijzing van de babyboomers de bouwgolf uit de naoorlogse periode volgen, vertelt Buys.

“Dat begon bij de wederopbouwwijken, zoals de wijk Kleinpolder in Rotterdam-Overschie. Daar is de vergrijzingsgolf inmiddels al over zijn hoogtepunt heen. Vervolgens krijg je de typische hoogbouw uit de jaren zestig. In de jaren zeventig volgden de bloemkoolwijken, met hun rondwegen waaromheen kronkelende weggetjes, woonerven en hofjes als roosjes aan een bloemkool liggen. Aan het begin van de jaren tachtig volgden de meer benepen bloemkooltjes uit de crisisjaren en tenslotte de Vinexwijken uit het begin van de jaren negentig. Al die wijken zijn bij oplevering voor het grootste deel gevuld door jonge gezinnen die op dat moment aan een zelfstandig leven begonnen. De vergrijzing zal dan ook een vergelijkbaar spoor door de steden trekken”, aldus Buys.

Bij die verschillende bouwgolven in de decennia na de Tweede Wereldoorlog is geen rekening gehouden met de onherroepelijke veroudering van de bevolking. “Dat is op die schaal ook bijna onmogelijk”, stelt Buys. “Een wijk waar dat recent wel is geprobeerd is IJburg in Amsterdam. Daar is serieus getracht om vanaf het eerste moment een toegankelijke wijk voor alle generaties te bouwen, inclusief de oudere generaties met hun logische beperkingen. Maar wat zie je vervolgens: alle gelijkvloerse appartementen met de voorzieningen die voor ouderen waren bedoeld waren in eerste instantie aan de straatstenen niet te slijten. Want zoals gezegd: hoe ouder mensen worden, hoe minder ze verhuizen. En al helemaal niet naar een wijk waar de bomen pas over twintig of dertig jaar weer de hoogte hebben van het groen uit hun oude wijk. De woningcorporaties en projectontwikkelaars zijn de ouderenwoningen dus noodgedwongen gaan verhuren en verkopen aan een leeftijdsgroep waar die woningen niet voor waren bedoeld. Toch zou ik dat idee van een leeftijdsbestendige wijk zoals IJburg zeker niet mislukt willen noemen. Uiteindelijk worden ook die jongeren die nu IJburg bevolken oud. Misschien zeggen we op dat moment wel dat er gelukkig vooruit is gedacht door de bedenkers van deze wijk.”

Eéngezinshuisjes aanpassen

De wijken die nu ‘aan de beurt zijn’ qua vergrijzing bestaan over het algemeen uit rijtjes met eengezinswoningen met een standaard breedte van een meter of vijf. “Niet echt ruime woningen dus”, aldus Buys. “En heel Nederland staat er vol mee. Denk maar aan de typische groeikernen als Zoetermeer, Purmerend, Nieuwegein, Spijkenisse, Lelystad… Daar slaat de vergrijzing nu dus toe. Vervolgens kun je gaan rekenen: op iedere duizend gepensioneerden weet je dat je er zoveel zorgbehoevenden gaan komen.”

Het ministerie van Ruimtelijke Ordening heeft ooit berekeningen gemaakt over het aantal woningen dat ‘toe- en doorgankelijk’ moet zijn voor mensen met enige beperking: toegankelijk in de zin dat je makkelijk bij de voordeur kunt komen en doorgankelijk dat je zonder drempels of trappen in slaap- en badkamer kunt komen.

“Bij veel appartementencomplexen met een lift gaat dat nog wel goed, maar bij die typische ééngezinsrijtjeshuizen niet. Wetende dat de ouderen niet graag verhuizen zit je dus met een probleem: je zult het bestaande bestand van huizen moeten aanpakken. Wat dat betreft zou mijn advies ook zijn om eerder te beleggen in een fabrikant van trapliftjes dan in een bedrijf dat hele nieuwe ouderenwoningen bedenkt”, voegt Buys daar lachend aan toe.

Niet alle babyboomers trekken ’s winters naar de Costas.

De vergrijzing beperkt zich overigens bepaald niet tot de huursector, zegt Buys. “Integendeel! De babyboomers zijn gemiddeld genomen welvarend en wonen ook vaker in koopwoningen. Die zijn meestal te groot op het moment dat de kinderen de deur uit zijn. Maar zelfs al zouden al die ouderen – tegen de trend in – willen verhuizen en al zou je alternatieve wijken voor die mensen willen bouwen, dan nog zou er een groot probleem ontstaan als al die koopwoningen in één grijze verkoopgolf op de markt worden gebracht.”

Alternatieve woonvormen

Het gegeven dat mensen steeds ouder worden en ook steeds langer zonder beperkingen van hun pensioen kunnen genieten heeft wel degelijk de nodige alternatieve woonvormen het licht doen zien; van kangoeroewoning tot woongroep.

“Toch zie ik dat vooral als beperkte niches met ook weer hun eigen problemen”, zegt Buys. “Ten eerste is de groep ouderen straks domweg te groot voor het beperkte aantal alternatieve woonvormen. En voor zover ze wel in bijvoorbeeld een woongroep terecht kunnen zal dat ook weer problemen geven in de golfbeweging. Een groep 65-plussers die tegelijk een woongroep betrekt zal in grote lijnen ook tegelijk hulpbehoevend worden. Verjonging kan dan een probleem zijn, want welke vitale zestiger wil er nou graag in een woongroep zitten met een overmaat aan hulpbehoevende tachtigers?”

Bestaande woningen kun je aanpassen aan de vergrijzing.

Eenzame ouderen tussen de wipkippen

Een duidelijke trend die ook door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gesignaleerd is het toenemende aandeel eenzame ouderen. Babyboomers kregen relatief weinig kinderen terwijl ze wel relatief vaak scheidden. Tel daarbij op dat vrouwen ouder worden dan mannen en het gevolg is steeds meer alleenstaande ouderen.

Buys: “Op het moment dat wijken langzaam toch gaan verjongen – ouderen gaan op een gegeven moment nu eenmaal dood – worden de leeggekomen huizen vaak ingenomen door jonge gezinnen op zoek naar een woning. Het gevolg: de wipkip en de zandbak die twintig of dertig jaar ongebruikt hebben gestaan worden weer afgestoft en de schoolgebouwen worden weer in gebruik genomen. En op een zeker moment komen er ook weer hangjongeren op de speelplaatsen. Ouderen zitten daar niet op te wachten.”

Het antwoord dat in de Verenigde Staten op dit fenomeen is gevonden is de zogenoemde gated community: een flat met een portier of een wijk met een hek eromheen en een toegangspoort met een elektronische of een menselijke bewaker.

“Het stereotiepe beeld dat daarbij hoort is een groep ‘active adults’ in Florida in een wijk met een eigen golfterrein. Maar in de VS zie je dit rond veel meer steden. Toch verwacht ik niet dat dit concept ook in ons land een grote vlucht zal nemen. De markt is daarvoor te klein. Tegelijk verwacht ik wel dat er de nodige creativiteit zal loskomen onder ouderen en woningbouwers. Of beter gezegd: zal móeten loskomen. Met de vergrijzing op met name het Nederlandse platteland en het gebrek aan zowel de zorg die door onze overheid kan worden gefinancierd als het gebrek aan beschikbare mantelzorgers, dreigt er namelijk echt een probleem. Je moet er toch niet aan denken dat straks alleen de lammen de blinden nog kunnen helpen en dat de ene hulpbehoevende oudere de billen moet afvegen van de andere.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 juni 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.