Je leest:

Grensoverschrijdende natuurparken: een zegen of een vloek voor Afrikaanse dorpelingen?

Grensoverschrijdende natuurparken: een zegen of een vloek voor Afrikaanse dorpelingen?

Auteur: | 26 december 2005

Het Great Limpopo grensoverschrijdend natuurpark verbindt parken in Zimbabwe, Mozambique en Zuid Afrika, waaronder het Kruger park. Milieubewegingen beweren dat dergelijke ‘megaparken’ bijdragen aan de ontwikkeling van de omwonende zwarte gemeenschappen; zij kunnen profiteren van het toenemende toerisme. Onderzoek laat zien dat gemeenschappen in Zuid Afrika inderdaad profiteren, maar in Mozambique absoluut niet.

De Makuleke gemeenschap in Zuid Afrika werd in 1969 van haar land afgezet om plaats te maken voor de uitbreiding van het Kruger wildpark. Na de democratische omwenteling in 1994 eisten de Makuleke met succes hun land terug. Ze verhuisden niet terug naar het park, maar gebruiken hun deel van Kruger voor toeristische ontwikkeling; eveneens met succes. Echter, in het Limpopo park in Mozambique, dat ook onderdeel uitmaakt van het Great Limpopo grensoverschrijdende park, dreigen zeven dorpen hun land kwijt te raken voor de bouw van luxe hotels.

Natuurbescherming in combinatie met economische ontwikkeling

Bijna alle internationale natuurbeschermingsorganisaties, zoals het Wereld Natuurfonds en de IUCN ondersteunen de ontwikkeling van grote, grensoverschrijdende natuurparken. De natuur, is hun redenering, trekt zich niets aan van de grenzen tussen landen. De leefgebieden van dieren en planten strekken zich vaak uit over die grenzen heen. Doordat de mens grenzen heeft afgebakend tussen de verschillende landen raken de leefgebieden verbrokkeld en kan het bijvoorbeeld voorkomen dat dieren die in de droge tijd wegtrekken op zoek naar voedsel en water, soms op grenshekken stuiten en sterven van honger en dorst. Om de natuur beter te beschermen en de trek van wilde dieren te vergemakkelijken zijn daarom volgens de natuurbeschermingsorganisaties grote grensoverschrijdende natuurparken nodig, de zogenaamde Transfrontier Conservation Areas, oftewel TFCAs.

Kaart van de Great Limpopo TFCAS. Eén van de grootste TFCAs ter wereld is de Great Limpopo TFCA, die drie wildparken met elkaar verbindt, het Kruger nationaal park in Zuid Afrika, Gonarezhou nationaal park in Zimbabwe en het Limpopo nationaal park in Mozambique. Bron: Peace Parks Foundation, website http:/www.peaceparks.org. Klik op de afbeelding voor een grotere versie

In grote delen van Afrika, echter, roepen natuurparken nogal wat weerstand op bij de lokale bevolking. Vaak zijn die natuurparken gecreëerd door lokale bevolkingsgroepen van hun land te verdrijven. Deze groepen raakten hun landbouwgrond kwijt en hadden geen toegang meer tot andere natuurlijke hulpbronnen zoals bijvoorbeeld hout om op te koken, of medicinale planten. Parkwachters moesten de gebieden beschermen tegen illegale indringers. Zij zagen niet zelden juist de lokale dorpelingen als degenen die de natuur bedreigden – als stropers en illegale houtkappers – daarbij vergetend dat het met name blanke jagers waren die aan het begin van de vorige eeuw de wildstand drastisch verminderd hadden.

Het beschermen van de vaak immense natuurparken was echter bijna niet te doen zonder medewerking van de omwonenden. Daarom probeerden natuurbeschermingorganisaties in de jaren negentig een betere band op te bouwen met de lokale bevolking. Om te zorgen dat ook zij belang heeft bij de bescherming van de parken, ging men de lokale bevolking betrekken bij de toeristische activiteiten rond wildparken.

Ook in de megaparken willen de natuurbescheringsorganisaties lokale bevolkingsgroepen gaan betrekken. De natuurbeschermingsorganisatie geven zelfs hoog op over de mogelijkheden van de Great Limpopo om bij te dragen aan armoedebestrijding en de economische ontwikkeling van de lokale bevolking., Voldoen de natuurparken met hun nieuwe beleid aan die verwachtingen?

Zuid Afrika: De Makuleke worden mede-eigenaar van de Great Limpopo

Apartheid

Na de democratische omwenteling in Zuid Afrika in 1994 konden diegenen die ten tijde van het apartheidsregime hun land waren kwijtgeraakt, een claim indienen bij de nieuwe regering voor teruggave van dat land. Onder de apartheid deelde de regering het land op in aparte gebieden voor blank en zwart, en veel zwarte inwoners werden van hun land verdreven om plaats te maken voor blanken. Ook bij de totstandkoming van wild- en natuurparken werden voornamelijk zwarte boeren van hun land verdreven. Een aantal van de gemeenschappen die hiervan de dupe waren geworden dienden na 1994 eveneens een claim in om hun grond terug te krijgen.

Covane community lodge, een conferentie- en toeristen oord gerund door de Covane gemeenschap, op 25 km afstand van het Limpopo park. Bron: Marja Spierenburg

Eén van de gemeenschappen die een claim indienden, was die van de Makuleke. De Makuleke waren in 1969 bij de uitbreiding van het Kruger park verdreven uit het Pafuri gebied, dat precies op de grens met Zimbabwe en Mozambique ligt. De Maluleke waren de eersten die erin slaagden hun land terug te krijgen.

In 1998 werd tijdens een feestelijke bijeenkomst een overeenkomst getekend door de directeur van het overheidsorgaan dat belast is met het beheer van alle natuurparken in Zuid Afrika SANParks en vertegenwoordigers van de Makuleke gemeenschap waarin het Pafuri-gebied officieel werd overgedragen aan de gemeenschap. Aan die overdracht zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo mag het land de komende 99 jaar alleen voor natuurbescherming en toerisme gebruikt worden, er mag geen permanente bewoning plaatsvinden, geen landbouw, en er mag geen mijnbouw plaatsvinden.

Jacht

Eén van de eerste activiteiten die de Makuleke ondernomen in hun deel van de Great Limpopo was het opzetten van een jagerskamp. Dat leidde tot wat protest van dierenliefhebbers, maar de gemeenschap bepaalt in samenwerking met SANParks hoeveel dieren er geschoten kunnen worden zonder dat het voortbestaan de verschillende soorten in gevaar komt. De jacht door toeristen levert veel geld op, en vergt relatief weinig investeringen. Met een klein aantal jachtvergunningen kun je evenveel inkomsten binnenhalen als met de ontvangst van een grote groep foto-toeristen. In het tweede jaar dat de Makuleke jagers ontvingen op hun land verdienden ze een miljoen Rand (ongeveer 125 000 Euro), in het derde jaar verdienden ze het drievoudige. De gemeenschap, die ongeveer twaalfduidend zielen telt, heeft dit geld goed geïnvesteerd in onderwijs en gezondheidszorg, een cultureel centrum en in de verdere toeristische ontwikkeling van zowel hun woongebied buiten het park als binnen het park.

Covane community lodge eetzaal, het personeel is afkomstig uit de Covane gemeenschap. Bron: Marja Spierenburg

De kleine lettertjes

Maar, het valt niet altijd mee voor de gemeenschapsleden om zich staande te houden in de toeristische sector. Om hun gebied te ontwikkelen werkt de gemeenschap samen met zakenlieden die al langer werkzaam zijn in de sector, en veel meer ervaring hebben met het onderhandelen over contracten. Onlangs heeft de gemeenschap een contract getekend met een safari bedrijf dat onbedoeld een einde maakt aan de lucratieve jacht. Het bedrijf Wilderness Safaris stelde voor om drie luxe hotels te bouwen op het terrein van de Makuleke in de Great Limpopo. Verstopt in het contract stond een clausule die inhield dat de Makuleke na ondertekening, voortaan af zouden zien van de jacht. Het contract heeft een looptijd van 45 jaar. Het is maar de vraag of de winst van de drie hotels zal opwegen tegen het verlies aan inkomsten door de jacht.

Mozambique: Dorpen moeten plaatsmaken voor hotels

In de Mozambikaanse deel van de Great Limpopo TFCA is de situatie voor de gemeenschappen veel minder rooskleurig. Ongeveer 26000 mensen wonen nu ineens in een wildpark. Voordat de presidenten van Zimbabwe, Zuid Afrika en Mozambique het akkoord tekenden voor de totstandkoming van de Great Limpopo, in Oktoter 2001, bestond het Limpopo nationale park niet. Het gebied was een zogeheten Coutada. Coutada’s zijn jachtgebieden die destijds uitgeroepen werden door de Portugese koloniale overheersers van het land. In de Coutada’s mocht niet vrijelijk gejaagd worden zoals in de rest van de kolonie, maar alleen maar als men een vergunning had aangevraagd. Tevoren werd bepaald hoeveel dieren geschoten konden worden zonder dat de populatie als geheel in gevaar kwam. De lokale bevolking mocht in de Coutada’s blijven wonen, zij traden op als gids voor toeristen met een jachtvergunning, en mochten zelf wat kleine dieren jagen voor de eigen consumptie.

Na de onafhankelijkheid van Mozambique in 1976 raakte het land langzaam in een burgeroorlog verzeild die tot 1992 zou duren. Om aan geld voor wapens te komen werd er zowel door het regeringsleger als door de rebellen flink gestroopt. Zuid Afrikaanse soldaten die de rebellen steunden deden volop mee aan de stroperij. Als gevolg daarvan waren er bijna geen olifanten meer over in het gebied in Mozambique dat grensde aan het Kruger park.

In 1992 kwam er een einde aan de burgeroorlog, en in 1994 werden ook in Mozambique de eerste democratische verkiezingen gehouden. Niet lang daarna begonnen de onderhandelingen met Zuid Afrika en Mozambique over de Great Limpopo TFCA. Door de jarenlange oorlog was de economie van Mozambique danig in het slop geraakt, en de regering was enthousiast over het plan, vooral omdat aan alle kanten de hoop werd gewekt dat de TFCA veel inkomsten uit het toerisme zou opleveren.

De toegang tot het nieuwe park, onderdeel van de Great Limpopo TFCA. De Great Limpopo TFCA werd een prestige project dat de wereld moest laten zien dat landen in Afrika wel degelijk succesvol met elkaar kunnen samenwerken én dat zij natuurbescherming wel degelijk als een belangrijke prioriteit zien. Bron: Marja Spierenburg

In 2001 werd het akkoord getekend voor de totstandkoming van de Great Limpopo. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling dat het hele gebied een park zou worden. Er zou ruimte zijn voor ‘gebruikers zones’ waar de mensen die er al woonden konden blijven, en doorgaan met het bewerken van land. Dat zou een lastige klus worden, want hoe regel je dan de bescherming van het wild dat de grens over zou trekken zodra de hekken tussen de landen zouden verdwijnen? En hoe regel je dat de bevolking op haar beurt niet aangevallen wordt door dat wild? Tegelijkertijd wilden de voorstanders van de TFCA resultaten laten zien aan het publiek.

De onderhandelingen over het park gingen buiten de bevolking van de Coutada om. Oorspronkelijk dacht men dat het om een bevolking van ongeveer 5000 zielen zou gaan, maar toen het besluit om van de Coutada een nationaal park te maken al genomen was, bleek het om ongeveer 26000 mensen te gaan. De nieuwe status van het gebied heeft verstrekkende gevolgen voor de bevolking. De wetgeving die van toepassing is op nationale parken verbiedt bijvoorbeeld de landbouwactiviteiten binnen de parken.

Voor de huidige bewoners wordt een uitzondering gemaakt. Zij mogen de velden die ze al in gebruik hebben, blijven bewerken. Het probleem is echter dat de boeren in het gebied hun velden roteren; om de paar jaar, wanneer de velden hun vruchtbaarheid dreigen te verliezen ontginnen de boeren een nieuw veld, om na een aantal jaren, wanneer het eerste veld weer hersteld is, daar terug te keren. Dit systeem is in het park niet meer toegestaan, en de boeren moeten lijdzaam toezien hoe hun oude velden steeds minder opbrengen. Verder mogen ze hun vee in tijden van droogte niet meer verder het park inbrengen op zoek naar gras en water. Op deze manier wordt het erg lastig voor de boeren in het gebied om in hun onderhoud te voorzien.

Toegangsbord van het nieuwe Limpopo nationale park, met het reglement dat landbouw verbiedt. Bron: Marja Spierenburg

Olifant cadeau

Een bijkomstige bedreiging voor de boeren is de herintroductie van wilde dieren in het gebied. Bij de feestelijkheden rondom de ondertekening van het akkoord over de Great Limpopo deed Zuid Afrika dertig olifanten uit Kruger park cadeau aan Mozambique. De dorpelingen waren niet gewaarschuwd en werden ineens geconfronteerd met de dieren waarvan een aantal het voorzien had op hun velden. Die eerste olifanten keerden echter al snel terug naar het Kruger park, terug naar bekend gebied. Om dat in de toekomst te voorkomen is er nu in het Limpopo park een groot stuk land omheind waar de dieren naar toe gebracht worden, zodat ze daar kunnen wennen aan hun nieuwe woonomgeving. Het gebied grenst aan het stuwmeer van Massingir, en aan de kant van het water is geen omheining. Bij laag water verlaten steeds meer dieren het omheinde gebied, dat vlak bij een aantal dorpen ligt. Bovendien trekken de dieren binnen de omheining dieren van buiten aan, die zich veilig voelen in het park nu daar niet meer gejaagd mag worden. De boeren klagen steen en been dat hun gewassen opgegeten of vernield worden door olifanten, en dat hun vee wordt aangevallen door leeuwen.

De beheerders van het park vinden eigenlijk wel dat wilde dieren en boeren moeilijk kunnen samenleven in één gebied, maar ze kiezen voor de wilde dieren. Dat geldt vooral voor de boeren die midden in het park wonen, langs de rivier de Shingwedzi. Dit gebied is aangewezen als het gebied met de meeste mogelijkheden voor het toerisme. De parkbeheerder vinden eigenlijk dat de zeven dorpen langs de rivier moeten verdwijnen, zodat daar luxe hotels gebouwd kunnen worden. De bewoners van de dorpen zouden buiten het park nieuw land moeten krijgen. Maar, benadrukken ze, niemand zal tegen zijn/haar wil verhuizen. Bovendien, zeggen ze, de mensen in de dorpen langs de rivier leven in grote armoede, het is beter voor hen om buiten het park te wonen waar ze betere grond krijgen, en een betere toegang hebben tot scholen en klinieken.

Interview met een hoofd van een dorpscomité in een van de meer welvarende dorpen in het Limpopo park. Bron: Marja Spierenburg

Gedwongen verhuizing

De bewoners van de dorpen denken daar anders over. Zij zeggen dat de grond langs de rivier behoorlijk vruchtbaar is en door de aanwezigheid van de rivier hebben ze altijd drinkwater tot hun beschikking. De dorpsbewoners vrezen dat ze juist buiten het park tot armoede zullen vervallen. In het park blijven wordt voor de bewoners echter ook steeds lastiger. Hoe moet het straks als hun oude velden niets meer opleveren en ze geen nieuwe velden mogen ontginnen? Bovendien wordt de schade door wilde dieren steeds groter. Een van de dorpelingen zegt daarover: “Als wij de schade door wilde dieren rapporteren aan de parkbeheerders gebeurt er niets. Maar o wee als wij ons proberen te verdedigen tegen de dieren, dan staan meteen de parkwachters op de stoep om ons te arresteren.” Een ander zegt: “Ze zeggen dat de verhuizing niet gedwongen zal zijn, maar dat is niet waar. Wij worden gedwongen omdat we niet meer kunnen leven zoals we dat deden, we kunnen niet meer boeren waar we willen, we kunnen ons vee niet meer voldoende laten grazen, nu moeten we wel weg.”

Voor de dorpsbewoners langs de Shingwedzi brengt de Great Limpopo al met al geen ontwikkeling, maar het verlies van hun landbouwgrond en woonplaats. Voor de dorpelingen die aan de grens van het park in het oosten wonen zal het er ook niet gemakkelijker op worden. Zij mogen weliswaar blijven, maar moeten zich houden aan dezelfde beperkingen wat betreft landbouw en het houden van vee. Wanneer wilde dieren schade aanrichten krijgen ze geen compensatie betaald. Er zijn wel plannen om samen met de dorpsgemeenschappen kleinschalige toerisme projecten op te zetten, maar die plannen staan nog in de kinderschoenen. Naar verwachting duurt het nog jaren voor toeristen vanuit Zuid Afrika naar hun deel van het park kunnen komen (de wegen zijn nog lang niet klaar), terwijl ze ondertussen wel de schade ondervinden van de dieren die de toeristen moeten lokken.

De Great Limpopo TFCA: een zegen of een vloek?

Voor de bewoners van het Limpopo park lijkt de Great Limpopo toch vooral negatieve gevolgen te hebben. De plannen voor de TFCA hebben er toe geleid dat de Coutada nu een park is geworden, met alle negatieve gevolgen van dien. Vooral voor de dorpelingen die langs de Shingwedzi wonen hebben de plannen geleid tot een volledig op zijn kop zetten van hun levens. En eenmaal buiten het park is het maar de vraag of ze nog aanspraak kunnen maken op een deel van de winst die het toerisme oplevert, als de toeristen eenmaal komen.

Een familie in één van de wat verder afgelegen dorpen in het Limpopo park. Bron: Marja Spierenburg

Voor de Makuleke in Zuid Afrika liggen de zaken iets anders. Zij hebben hun land teruggekregen en zijn druk bezig met de ontwikkeling ervan. Helemaal vrij om te doen wat ze willen met hun land zijn ze niet, maar ze hebben, zeker de eerste jaren, toch behoorlijk kunnen profiteren van het toerisme en de jacht. Hun gebrek aan ervaring in het onderhandelen met de privé sector breekt hen echter een beetje op, het nieuwe contract met een safari bedrijf levert hen waarschijnlijk minder op dan de ontvangst van jagende toeristen. Bovendien is men bang dat in de grote overkoepelende structuur die het Great Limpopo op termijn moet gaan beheren, hun stem verloren gaat.

Andere gemeenschappen die ooit uit het Kruger park zijn verdreven, proberen ook hun land terug te krijgen in de hoop het succes van de Makuleke te herhalen. Ondanks het feit dat SANParks dit succes gebruikt om de Great Limpopo te promoten, lijkt het erop of de organisatie toch minder welwillend staat tegenover die nieuwe landclaims. Verschillende gemeenschappen die een claim hebben ingediend zijn al benaderd met alternatieve oplossingen, die hen wel in staat zouden stellen beperkte toeristische activiteiten te ontwikkelen in het park, echter zonder dat de gemeenschap de volledige zeggenschap over haar oude gebied zou terugkrijgen. Het is nu afwachten hoe de claims afgehandeld zullen worden door de nationale commissie van landclaims.

Woord van dank

Dank aan mijn collega’s Harry Wels, ook van de Vrije Universiteit Amsterdam, en Conrad Steenkamp van het Transboundary Protected Areas Research Initiative (TPARI). Het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd werd deels gefinancierd door TPARI, een programma onder auspiciën van IUCN Zuid Afrika, gefinancierd door het Center for Integrated Study of Human Dimension of Global Change, in samenwerking met de National Science (SBR-9521914).

Literatuur

Draper, Malcolm, Marja Spierenburg, and Harry Wels. 2004. African dreams of cohesion: elite pacting and community development in Transfrontier Conservation Areas in southern Africa. Culture and Organization 10(4): 341-353. Spierenburg, Marja, Conrad Steenkamp and Harry Wels (in press) Resistance against the marginalization of local communities in the Great Limpopo Transfrontier Conservation Area, Southern Africa, Focaal, European Journal of Social Antrhopology. Steenkamp, Conrad. 2000. The Makuleke land claim: power relations and CBNRM. London: IIED (Evaluating Eden series).

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 december 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.