Je leest:

Graven: een Romeins verleden

Graven: een Romeins verleden

Reportage

Auteur: | 24 december 2009

Als een jonge hinde beklimt archeologe Tamar Buikema de bergen stort om ons een mooi uitzicht te verschaffen over het opgravingsterrein. Speciaal voor Kennislink geeft zij een rondleiding over de opgraving. ”We zijn nu al zo’n zeven weken aan het graven, en gaan richting afrondende werkzaamheden. Nog een week of twee, dan zit de opgraving er op,” vertelt Tamar.

Sinds 16 september 2009 is het AAC Projectenbureau bezig opgravingen te verrichten op het bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. Al in 2005 kwamen er tijdens vooronderzoek sporen naar boven die wezen op mogelijke bewoning van het gebied en de aanwezigheid van een Romeins grafveld. Dit vooronderzoek was aanleiding voor de gemeente Bernheze om archeologen uitgebreid onderzoek te laten doen naar de vindplaats. Maar wat treffen ze daar allemaal aan?

In de put zijn archeologen druk bezig om de blootgelegde grondsporen te vereeuwigen op de veldtekening. Even verderop legt de graafmachine een nieuw vlak aan. De machine moet eerst door een verploegd esdek heen graven voordat het archeologische sporenniveau zichtbaar is. Voor archeologen is de opeenvolging van aardlagen erg belangrijk om uitspraak te kunnen doen over het gebruik van het landschap. Soms is dat best ingewikkeld omdat de bodem ook door menselijk handelen verandert.

Tamar verduidelijkt: “Dit terrein is in de loop van de Middeleeuwen ontgonnen en als akkerland in gebruik genomen. Door het ploegen van de boeren is de oorspronkelijk oude grondlaag dus verstoord. We moeten relatief diep graven om sporen te vinden."

Archeologen schaven kleine plakjes van het profiel af om een mooi beeld te krijgen van de stratigrafie van een vindplaats.

Op de overzichtstekening van de opgraving wijst de archeologe naar bruine vlekken. “Waar je die bruine vlekken ziet op de tekening hebben we de oorspronkelijke oude bodemvorming terug gevonden. Die vlekken zijn depressies in het landschap. Hierbij hoef je niet gelijk aan vennetjes te denken, maar aan lagere stukken in het landschap. In de tijd dat dit grafveld in gebruik was, was een hoogteverschil duidelijk zichtbaar in het landschap. Het landschap was dus niet zo vlak als tegenwoordig.”

Tamar geeft uitleg bij de veldtekening.

Sporen

Van het grafveld zijn nu alleen nog maar vierkante en ronde sporen in het vlak te zien. ”Die vierkante en ronde sporen zijn de greppels die om de graven heen lagen", legt Tamar uit. "Binnen deze structuren hebben heuveltjes gelegen waarin de bijzettingen zijn gedaan. Maar juist dat bovenste gedeelte –de heuveltjes- zijn we kwijt door het verploegde zand dat is opgenomen in het esdek. Hierdoor vinden we wel veel grafstructuren terug, maar lang niet altijd de grafkuil met bijhorende crematieresten. Soms hebben we geluk en hebben de oude gebruikers al een grafkuil gegraven voordat ze het heuveltje hebben opgeworpen. Hierdoor ligt de grafkuil dieper in de grond. In dat geval treffen we ze gelukkig wel aan.”

Datering

Een van de onderzoeksvragen die de archeologen tijdens de opgraving hebben is de gebruiksperiode van het grafveld. “Precieze datering van dit grafveld is lastig”, zegt Tamar. “We kunnen dit grafveld ongeveer dateren aan de hand van de vormen van de grafstructuren (rond en vierkant). De vierkante grafstructuren kwamen in de Romeinse tijd in zwang. Ronde grafstructuren zijn ook heel normaal in de Romeinse tijd maar komen ook al eerder voor. Het zou dus kunnen dat dit grafveld al in de Late IJzertijd is ontstaan en in gebruik bleef tot in de Romeinse tijd.”

Ondanks het verstoven oppervlak zien we hier nog vrij duidelijk een aantal grondsporen. Deze worden door archeologen ingekrast, ingemeten en vervolgens op de veldtekening gezet.
Sonja de Ridder

“Normaalgesproken kan aardewerk ons helpen om een exactere datering te geven. Het probleem is alleen dat er in de Late IJzertijd weinig grafgiften werden meegegeven. We hebben relatief weinig ‘typisch’ aardewerk van die tijd gevonden. Daarnaast is de interpretatie van de scherven die we wel hebben gevonden erg lastig. In de inheems-Romeinse traditie blijft handgevormd aardewerk namelijk ook voorkomen naast het kenmerkende Romeinse draaischijfaardewerk. Om een gefundeerde uitspraak te kunnen doen over de datering van het grafveld hebben we houtskoolmonsters genomen. Deze monsters worden na de opgraving naar het lab gestuurd voor een C14 datering ."

Een metalen bak wordt in het profiel geslagen voor monstername. De archeoloog markeert waar de grenzen van de grondlagen lopen, zodat de onderzoekers straks weten welke resultaten overeenkomen met welke laag.
Sonja de Ridder

Raadsels

Het aantal graven en de exacte datering zijn niet de enige raadsels waar de archeologen van het AAC Projectenbureau mee te kampen hebben. In het veld ligt nog een rechthoekig grondspoor. Het spoor is zo groot (20 m. bij 35 m.) dat het in de Romeinse tijd goed zichtbaar moet zijn geweest in het grafveld. Wat kan dit zijn? Tamar krabt zich achter het oor met een potlood.

“Ook dit is een greppel. Maar deze greppel is zo groot, er zijn maar een paar parallellen van gevonden in Nederland. In sommige van die gevallen wordt er wel eens vanuit gegaan dat het misschien om een cultusplaats gaat, een plek die centraal stond tijdens het dodenritueel. De reden om dat aan te nemen zijn paalsporen die zijn gevonden aan de binnen-, of juist de buitenkant van dergelijke greppels. Wij hebben zelf ook paalkuilen gevonden aan de binnenkant van onze greppel. Maar het zijn er maar drie. Ik weet niet of dat voldoende reden is om aan te nemen dat het hier ook om een cultusplaats gaat. Maar middenin dit enorme spoor is ook nog een kleintje gevonden. Dat doet in ieder geval wel vermoeden dat het een speciale plek is geweest.”

De overzichtstekening in detail. We zien hier onder andere de depressies in de landschap, ronde en vierkante grafstructuren, en de grote greppel (evt. cultusplaats).
Sonja de Ridder

Een ander raadsel waar Tamar erg enthousiast van wordt zijn een aantal drinkbekers die zijn gevonden op de rand van de eerder genoemde depressie. “Op de randen van de depressies hebben we een aantal Romeinse drinkbekers gevonden. Ze zijn allemaal rechtop geplaatst in de bodem. Het is bijzonder omdat ze precies aan de randen van die depressies liggen, zonder verdere sporen er omheen. Waarom hebben de gebruikers van het grafveld deze bekers hier neergezet? Wij vermoeden dat het om een rituele depositie gaat. De gebruikers van het grafveld hebben met opzet de bekers dáár neergezet. Gewoon aardewerk vinden we vaak kapot terug, of ligt scheef. Maar deze niet! We hebben alle bekers geborgen met de inhoud er nog in. Na de opgraving worden ze door een specialist uitgelepeld. Er wordt dan paleobotanisch onderzoek naar gedaan. Misschien komt daar nog een verrassende conclusie uit. Wellicht is er een onderling verband tussen de potjes qua inhoud! Maar die resultaten zullen we nog even moeten afwachten.”

Zie verder

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 december 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.