Je leest:

Goudschat bewijst lokale deelname in laat-Romeins militair netwerk

Goudschat bewijst lokale deelname in laat-Romeins militair netwerk

Grootste en jongste gouden muntenschat ooit gevonden in Nederland uit de Romeinse tijd.

Museum Het Valkhof.

In het Gelderse Lienden bleven de gouden munten maar naar boven komen. Niet eerder zijn er zoveel Romeinse munten op één locatie gevonden, in totaal 41 stuks. En ook belangrijk: ze waren nog nooit zo jong. Dit geeft een andere kijk op de laat-Romeinse periode in Nederland.

Het is de zomer van 2016, wanneer de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) start met een meldpunt voor hobbyarcheologen. Binnen een maand komen de eerste meldingen over Lienden al binnen. Op een boerenakker in dit dorp in de Betuwe waren door verschillende opgravers 31 gouden munten gevonden uit de Romeinse tijd. Opvallend, dus duiken archeologen van de VU het archief in. En wat blijkt? Sinds de negentiende eeuw zijn al meerdere malen gouden munten op hetzelfde perceel gevonden. Er is hier duidelijk sprake van een echte goudschat.

4 opgraving tcm277 842458
Opgravingsfoto op de locatie van de goudschat te Lienden.
CLUE voor Vrije Universiteit Amsterdam

Spiritueel motief

Nico Roymans, hoogleraar archeologie aan de VU, vond dit reden genoeg om met een team opgravingen te doen op de betreffende akker. “We wilden weten of er nog meer munten of eventueel sieraden in de bodem aanwezig waren. Een tweede vraag was of de vondsten in een pot, buidel of iets ander hadden gezeten.” Uiteindelijk vonden de archeologen geen munten meer of opbergmateriaal voor de munten, maar wel botresten van voor de Romeinse tijd.

De wetenschapers denken dat de schat is begraven bij een oude grafheuvel, waarvan er meer zijn gevonden in dit rivierengebied. “De vraag is of de begraver van de schat de heuvel nog als een grafheuvel heeft geïnterpreteerd. Indien dat het geval was, dan kan er ook een spiritueel motief zijn geweest om die op die plek te begraven. Bijvoorbeeld bescherming van de schat door geesten”, aldus Roymans.

Romeinse controle

Met de verdwenen munten uit de negentiende eeuw meegerekend, bestaat de vondst bij Lienden uit 41 gouden munten of solidi. Het is nu al de grootste solidusschat in Nederland terwijl de kans groot is dat er vaker munten zijn gevonden, waarvan geen weet is. Roymans: “De schat is vrijwel zeker incompleet en daarmee enorm.” De munten in Lienden zijn om nog een reden bijzonder. Ze vormen de jongste muntenschat van Nederland. Ze bevat een munt van keizer Maiorianus (457-461), een van de laatste keizers. De munten zullen daarom rond 460 begraven zijn.

Voor zover bekend zijn er in Nederland en aangrenzende gebieden 27 Laat-Romeinse solidusschatten gevonden (zie kaart). Roymans:“Daarin tekent zich een duidelijk patroon af. Verreweg de meeste schatten zijn begin vijfde eeuw begraven. De spreiding van deze goudvondsten reflecteert de ultieme pogingen van het Romeinse gezag om vooral de Maas- en Rijnvallei te controleren en greep te krijgen op de hier woonachtige Frankische groepen.”

1 verspreidingskaart laat romeinse goudschatten 01 tcm277 842455
Verspreidingskaart Laat-Romeinse goudschatten in Nederland en omgeving en hun datering. Na Lienden is de schat van Beilen met 24 solidi de grootste muntschat.
CLUE voor Vrije Universiteit Amsterdam

Hulp van de Franken

Veiligheid is de meest voor de hand liggende reden voor het begraven van waardevolle spullen. In oorlogssituaties worden de meeste schatten begraven, in de hoop die in rustigere tijden weer op te kunnen halen. De begraver van deze schat is daar nooit meer aan toegekomen. Waarschijnlijk was hij een Frank, die in de vijfde eeuw als bondgenoot voor de Romeinen vocht. Roymans: “In die tijd waren er geen Romeinse legioenen meer en ook het oude Romeinse bestuurssysteem was geheel verdwenen. In onze contreien waren er in die tijd alleen nog troepen van met name Frankische bondgenoten die solidi ontvingen in ruil voor militaire steun. De leiders verdeelden de gouden munten weer onder hun eigen mannen.”

Childerici regis
Kopie van de zegelring uit het graf van de Frankische koning Childerik I, met portret van de vorst en de tekst Childirici regis.

Dat er veel steun nodig was, blijkt uit de enorme toename aan gouden munten in deze contreien rond 460. Roymans denkt dat dit weleens kan samenhangen met activiteiten van keizer Majorianus en diens generaal Aegidius in Gallië. “Het meest plausibele scenario is dat Aegidius militaire steun vroeg van Frankische koningen in ruil voor goudbetalingen. Als antwoord op voortdurende pogingen van Germaanse groepen om hun macht in Gallië te vergroten, ondernam Aegidius in de zomer van 457 een veldtocht tegen de Ripuarische Franken (Rijnfranken), waarbij Keulen ontruimd moest worden.” In 463 kreeg Aegidius steun van Salische Franken onder aanvoering van Childerik I (ca. 436- ca. 481). Samen versloegen de bondgenoten de Visigoten, waarmee de Romeinen hun machtsbasis in Gallië versterkten.

De vraag is of de schatbegraver een bondgenoot van Childeric is geweest. “In ieder geval mogen we denken aan een Frankische leider uit het Nederlandse rivierengebied, die rond 460 in het Romeinse militaire netwerk heeft gezeten. Dat dit gebied nog actief betrokken was in dit netwerk in het derde kwart van de vijfde eeuw, ondanks dat de Romeinen zelf al lang vertrokken waren, is wel een van de meest verrassende ontdekkingen van deze vondst”, aldus Roymans.

De keizers op de 41 solidi uit Lienden

5 munten met daarop Valentinianus II (regeringsperiode 375-392) 10 munten met Honorius (395-423) 12 munten met Constantinus III (407-411 1 munt met Jovinus (411-413) 1 munt met Johannes (423-425) 8 munten met Valentinianus III (425-455) 3 munten met Valentinianus II/III 1 munt met Maiorianus (457-461) De laatste Romeinse keizer heerste tot het jaar 467.

Deze hoeveelheid waardevolle munten wijst erop dat een Frankische leider ze in een keer heeft ontvangen van een Romeinse gezagsdrager, als uitbetaling aan zijn mannen. Het grote aandeel van oudere solidi uit de late vierde en het begin van de vijfde eeuw in de schat, doet hier niets aan af. “Solidi hebben in de late vierde en vijfde eeuw een constant gewicht en hoog identiek goudgehalte. Zij waren nauwelijks onderhevig aan inflatie en bleven daarom een lange tijd in omloop”, aldus Roymans.

2 ro 12874a maiorianus uit nnc collectie a tcm277 842456
Voorzijde van een gouden munt van keizer Maiorianus (457-461 n.Chr.)
Nationale Numismatische Collectie, De Nederlandsche Bank

Hobbyarcheologen die bijzondere metalen vondsten boven de grond halen, kunnen dit melden via de website Portable Antiquities of the Netherlands, kortweg PAN. PAN documenteert deze vondsten en publiceert ze online zodat de informatie over de vondsten en hun vondstlocatie beschikbaar wordt voor wetenschap, erfgoedonderzoek, musea en alle andere geïnteresseerden.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juni 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE