Je leest:

Gokken met een verslaafd brein

Gokken met een verslaafd brein

Auteur: | 1 november 2005

Mensen die als een bezetene gokken zijn volgens het meest gebruikte handboek voor psychiatrische aandoeningen niet verslaafd, maar hebben een stoornis in de impulsregulatie. Hun impulsieve gedrag wordt onvoldoende geremd. Deze classificatie is echter omstreden. Neuropsycholoog Anneke Goudriaan vergeleek pathologische gokkers en alcoholverslaafden en ontdekte dat beide groepen op neurocognitief gebied vergelijkbaar minder presteren dan een controlegroep. Ziekelijke gokkers lijken dus toch verslaafd.

Iedereen waagt wel eens een gokje. De een koopt een kraslot, de ander doet mee aan de Staatsloterij of gooit tijdens een kroegbezoek een aantal euro’s in de fruitautomaat, terwijl sommigen regelmatig naar het casino gaan. Op zich is er niks mis met deze vormen van gokken – een beetje spanning op z’n tijd kan geen kwaad.

Maar wanneer dergelijke behoeften ontaarden in een ongebreidelde drang die het dagelijkse leven gaat beheersen, dan kunnen mensen zwaar in de problemen raken. Ze krijgen moeilijkheden in hun relatie of op hun werk, ze steken zich steeds dieper in de schulden en gaan soms noodgedwongen op het criminele pad om die schulden te kunnen aflossen. Uiteindelijk raken ze sociaal geïsoleerd.

In Nederland zijn er naar schatting veertig- tot zeventigduizend pathologische gokkers. Meer dan zeventig procent van hen is man. Slechts zo’n vierduizend personen doen jaarlijks een beroep op de professionele hulpverlening. Hoewel ze vaak dezelfde behandeling krijgen als alcohol- en drugsverslaafden, wordt hun stoornis in de DSM-IV – het meest gebruikte handboek voor psychiatrische stoornissen – omschreven als pathologisch gokken. Deze onderverdeling valt weer onder de categorie van de impulsregulatiestoornissen. Toch zijn er voldoende aanwijzingen dat er een gemeenschappelijke basis bestaat – zowel op genetisch vlak als op het niveau van de neurotransmitters – voor het ontstaan van extreem gokgedrag en verslaving aan drugs en alcohol.

Neuropsycholoog Anneke Goudriaan

Gilles de la tourette

Neuropsycholoog Anneke Goudriaan, tot voor kort werkzaam in het AMC, heeft geprobeerd deze hypothese wetenschappelijk te onderbouwen. Op dit onderzoek zal ze 18 november promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vergeleek vier groepen van elk vijftig personen met elkaar: alcoholverslaafden, pathologische gokkers, mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette (een impulsregulatiestoornis) en een controlegroep. Goudriaan: ‘Bij de selectie gingen we na of de gokkers niet verslaafd waren aan alcohol en drugs en of de alcoholverslaafden niet gokten. Bovendien mocht niemand medicijnen gebruiken die de cognitieve functies beïnvloeden.’

Alle proefpersonen werden getest op neurocognitieve functies, zoals het vermogen zichzelf te remmen, ook wel het inhibitievermogen genoemd. Verder kregen ze planningstaken en opdrachten waarbij ze kleine geldbedragen konden winnen of verliezen. Volgens Goudriaan behaalden de gokkers en alcoholverslaafden dezelfde scores, maar weken deze af van de resultaten van de twee andere groepen. ‘Ze kunnen zich minder goed remmen, ze zijn slechter in plannen en minder flexibel in denken en handelen. Dit wijst erop dat alcoholverslaving en pathologisch gokken dezelfde basis hebben – namelijk afwijkende hersenfuncties – en dat pathologisch gokken minder lijkt op een impulsregulatiestoornis. Wat het verminderde inhibitievermogen betreft, komen de mensen met Gilles de la Tourette wel overeen met de gokkers. Een verminderd inhibitievermogen blijkt ook bij veel andere impulsregulatiestoornissen en verslavingen voor te komen. Dat is dus een meer algemeen kenmerk van dit soort aandoeningen.’

Hartslag en huidgeleiding

Ook keek Goudriaan naar de relatie tussen lichamelijke reacties en het besluitvormingsvermogen. Dit deed ze bij alle proefpersonen, maar vanwege tijdgebrek analyseerde ze alleen de gegevens van de gokkers en de normale controlegroep. Bij een kaartspel kon iedereen kiezen uit stapels waarbij òf veel geld viel te winnen maar nog meer viel te verliezen òf winst en verlies juist beperkt bleven. Bij het kiezen van een risicovolle stapel nemen normaal de hartslag en de huidgeleidingsreactie toe. Het zijn lichamelijke waarschuwingssignalen om dat risico te vermijden. Een van de hypothesen is dat die fysieke reacties zich ontwikkelen, waarbij de associaties van die reacties met negatieve of positieve consequenties worden opgeslagen in de hersenen. Bij gelijksoortige risicovolle situaties zouden die hersengebieden worden geactiveerd.

Door hartslag en huidgeleiding te meten, zag Goudriaan een duidelijk verschil tussen de gokkers en de controlegroep. ‘De gokkers hadden een verminderde reactie bij de risicovolle stapels. Hun hartslag en huidgeleidingsreactie namen nauwelijks toe, terwijl dit bij de controledeelnemers wel gebeurde. Gokkers ontwikkelen die lichamelijke waarschuwingssignalen voor risicovolle situaties dus veel minder. Dat zou hen kwetsbaarder kunnen maken voor het ontwikkelen en in stand houden van gokproblemen.’

Een jaar na de tests nam de promovenda telefonisch contact op met alle gokverslaafden. Zij vroeg hen of ze weer problemen hadden na hun behandeling in de Amsterdamse Jellinek Kliniek, een instelling voor verslavingszorg en -preventie waar ze hen voor haar onderzoek had gerekruteerd. De antwoorden legde ze naast de prestaties van de neurocognitieve tests. Deze vergelijking toonde aan dat mensen die langer gokverslaafd waren, een grotere kans hebben om in herhaling te vervallen. Daarnaast bleken een verminderd inhibitievermogen en een grotere beloningsgevoeligheid een even groot risico op terugval met zich mee te brengen. Gezien deze bevinding acht Goudriaan het van belang de neurocognitieve functies bij ernstig gokverslaafden te meten om te kijken hoe kwetsbaar ze zijn. Als de kans op terugval groot is, dan beveelt ze een intensievere begeleiding aan.

De eerste onderzoeken wijzen erop dat Naltrexon ook werkt bij gokverslaafden.

Medicatie

Goudriaans studie werd gesponsord door ZonMw. Tijdens het onderzoek diende zij met haar collega’s een aanvullende subsidieaanvraag in bij deze financier. Het antwoord was positief. In het AMC verdiept cognitief psycholoog Michiel de Ruiter zich in de hunkering die wordt opgewekt door het kijken naar foto’s van goksituaties, van mensen die roken en van gewone omstandigheden. Terwijl hij gokkers en rokers al deze opnamen laat zien, onderzoekt hij via functionele MRI welke hersengebieden geactiveerd raken.

Goudriaan: ‘Met de neurocognitieve tests heb ik naar gedrag gekeken en dat leverde aanwijzingen op dat bepaalde gebieden in het brein afwijkend functioneren. Nu gaan we dus ook de hersenactiviteit meten. Als de rookfoto’s bij rokers dezelfde hersengebieden activeren als de gokfoto’s bij gokkers, dan kan dat een stimulans geven om bestaande en nieuwe medicatie voor alcohol- of drugsverslaafden eveneens bij pathologische gokkers uit te proberen. Naltrexon is daar een mooi voorbeeld van. De eerste onderzoeken wijzen erop dat dit middel ook werkt bij gokverslaafden.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 november 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.