Je leest:

Goedgelovige sukkel door knuffelhormoon

Goedgelovige sukkel door knuffelhormoon

Auteur: | 27 mei 2008

Veel oxytocine in het brein maakt iemand goedgelovig. Dat komt doordat hersengebiedjes die betrokken zijn bij (sociale) angst en reageren op iemands acties minder actief worden. De onderzoekers denken dat hun resultaten ook relevant zijn in het onderzoek naar autisme. Autisten vermijden sociaal contact. Misschien komt dat doordat ze te weinig oxytocine in hun hersenen hebben waardoor ze wantrouwend zijn naar hun omgeving.

Het hormoon oxytocine maakt van een volkomen normaal functionerend persoon een goedgelovige sukkel. Dat ontdekten de Zwitserse onderzoeker Thomas Baumgartner en zijn collega’s van de Universiteit van Zurich. Oxytocine wordt ook wel het knuffelhormoon genoemd, omdat het onder andere vrijkomt bij fysiek contact met je geliefde en bij het bevallen en voeden van je baby.

De onderzoekers gaven vrijwilligers een neusspray met oxytocine en lieten ze vervolgens een vertrouwensspel spelen. In dit spel moesten deelnemers geld inleggen, waarbij ze werd verteld dat een belegger het geld zou investeren en ze winst zouden opstrijken. De belegger bleek in sommige gevallen echter een oplichter: in plaats van winst uit te keren hield hij al het geld zelf.

Oxytocine is een fijn hormoon. Tijdens het voeden versterkt het bijvoorbeeld de band tussen moeder en kind. Helaas maakt te veel van dit stofje je ook een gemakkelijke prooi voor oplichters.

De vraag is natuurlijk of je na deze oplichterij de belegger nog wilt vertrouwen met je geld. Normaal gesproken is het antwoord natuurlijk ‘nee’. Maar de vrijwilligers die onder invloed van oxytocine waren bleven goedgelovig: zelfs nadat ze meerdere keren waren bedonderd bleven ze geld afstaan aan de belegger. Deelnemers die een nepspray hadden gekregen waren minder goed van vertrouwen. Na een paar keer aan het kortste eind te trekken hielden ze het geld in eigen zak.

Knuffelhormoon deactiveert sceptische hersengebiedjes

Baumgartner en zijn collega’s hebben ook ontdekt waarom het knuffelhormoon dat effect heeft. Iemand die ‘beneveld’ is met oxytocine heeft namelijk minder activiteit in twee hersengebiedjes die betrokken zijn bij het verwerken van (sociale) angst. Bovendien is ook het deel van het brein aangetast dat er voor zorgt dat je je gedrag aanpast nadat je negatieve feedback – “hé, ik ben opgelicht!” – hebt gekregen. Kortweg: je weet wel dat je bent bedonderd, maar het kan je niet zoveel schelen en je doet er ook niets aan.

Zeker als je een ander je geld toevertrouwd, is het belangrijk goed naar je ervaring te luisteren.

Oxytocine en autisme

De onderzoekers denken dat hun resultaten kunnen helpen stoornissen als autisme of sociale fobie beter te begrijpen. Van beide stoornissen is het vermijden van sociale interactie – uit angst of desinteresse – een kenmerkend symptoom. Dit zou bijvoorbeeld kunnen komen door een gebrek aan vertrouwen, veroorzaakt door te weinig oxytocine in de hersenen.

Tien jaar geleden ontdekte psychiater Modal en collega’s al dat kinderen met autisme minder oxytocine in hun bloed hadden. Vorig jaar vonden Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Eric Hollander in een kleine studie aanwijzingen dat een neusspray met knuffelhormoon volwassen autisten beter in staat stelde om emoties in iemands stem te herkennen. Verder onderzoek is nodig om meer te weten te komen over de precieze relatie tussen oxytocine en autisme.

Het onderzoek van Baumgartner en collega’s verscheen op 22 mei 2008 onder de titel ‘Oxytocin shapes the neural circuitry of trust and trust adaptation in humans’ in het vakblad Neuron. Modal en collega’s publiceerden in 1998 hun onderzoek ‘Plasma oxytocin levels in autistic children’ in het vakblad Biological Psychiatry. Het onderzoek van Hollander en collega’s werd in 2007 in hetzelfde vakblad gepubliceerd onder de titel ‘“Oxytocin increases retention of social cognition in autism’.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.