Je leest:

Goede bacteriën, slechte bacteriën

Goede bacteriën, slechte bacteriën

Auteurs: en | 26 januari 2008

Dood door probiotica. We willen het liever niet geloven. Maar onderzoek naar veiligheid en bijwerkingen is schaars. Onderzoekers van het RIVM raden daarom het gebruik voor baby’s af.

Probiotica was een zorgeloos en hoopvol concept tot het verband werd gelegd met sterfte van patiënten met ernstige pancreasontsteking. Talloze claims en beweringen doen namelijk de ronde over de mogelijke gezondheidsbevorderende effecten van deze ‘goede’ bacteriën: verbetering van de algehele weerstand en stoelgang of afname van allergie. En: baat het niet, dan schaadt het niet.

Dat positieve beeld verklaart deels de reacties van volstrekt ongeloof na de openbaarmaking van de dramatische studieresultaten van Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Hoewel halverwege de studie nog geen verschil in sterfte bestond tussen de probioticagroep en de controlegroep, bleek aan het einde van de studie zestien procent (vierentwintig) van de met bacteriën behandelde patiënten overleden, tegen zes procent (negen) in de placebogroep. Niemand verwachtte dat een mengsel van zes probiotische bacteriesoorten zo’n uitwerking kon hebben.

Over probiotica wordt in de wetenschappelijke bladen en de media veel gepubliceerd. Maar van lang niet alle onderzoeken is de relevantie voor de mens duidelijk. Zo zijn veel van de positieve claims over probiotica afkomstig van onderzoek aan proefdieren of cellulaire systemen. Klinische onderzoeken zijn schaars, althans onderzoeken die de methodologische toets der kritiek kunnen doorstaan.

‘Een aantal jaar geleden hebben De Roos en Katan de tot dan toe verrichte klinische proeven met probiotica op een rij gezet’, zegt dr. Gjalt Welling, microbioloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Daar bleef toen niet veel van over. In de meeste studies waren de controles niet goed of zelfs afwezig, de gemeten effecten waren klein. Hun advies luidde toen dat er veel meer goed opgezet klinisch onderzoek gedaan moest worden. Het liefst aan meer dan één patiëntengroep en in meer dan één ziekenhuis. Probiotica is geen wonderolie. Er moet gewoon veel meer worden onderzocht, en niet in van die kleine studies.’

Obstipatie

Toch zijn er volgens Welling de afgelopen jaren wel degelijk goed opgezette onderzoeken bij mensen verricht. Een ervan richtte zich op het voorkomen van infecties na een levertransplantatie door het geven van een combinatie van Lactobacillus plantarum en havermoutvezels. De vezels zijn een zogenaamd prebioticum, een groeisubstraat voor probiotische bacteriën. In de controlegroep ontwikkelde 48 procent een infectie, in de behandelde groep slechts 13 procent. ‘Ook zijn er in Finse onderzoeken positieve resultaten behaald met het gebruik van probiotica bij het voorkomen van eczeem.’

Dergelijke resultaten geven volgens Welling aan dat er wel degelijk ‘eer te behalen valt met onderzoek aan probiotica. Dat is tenminste het geval met scherp omschreven ziektebeelden en patiëntengroepen. Onderzoek naar verbetering van de weerstand of het voorkomen of bekorten van alledaagse verkoudheid- of darminfecties is ingewikkeld. ‘Het blijft heel moeilijk om gezondheidsbevorderende effecten in gezonde mensen aan te tonen. Want wat is je beter voelen? Ik kan me wel iets voorstellen bij probiotica die helpen bij constipatie. Mensen die er baat bij hebben, zullen zich beter voelen. Dat anti-obstipatie-effect is vrij degelijk onderzocht.’

Welling denkt dat de combinatie van probiotica en prebiotica belangrijk is, vooral om het aantal probiotische bacteriën te vergroten. ‘Probiotica kunnen zich in het algemeen niet permanent vestigen in de menselijke darm’, zegt Welling. ‘Dat geldt voor elke bacterie die je van buitenaf toevoegt, pathogeen of niet-pathogeen. De darmflora is wat dat betreft erg stabiel. Na verloop van tijd verdwijnen de probiotische bacteriën weer. Je moet het dus blijven gebruiken.’

Schadelijk

Er zijn talloze theorieën over het werkingsmechanisme van probiotica, variërend van competitie met pathogene bacteriesoorten, verandering van de pH tot directe stimulatie van het immuunsysteem via het darmepitheel. Welling: ‘Een van de mogelijke werkingsmechanismen is de productie van bacteriocinen door probiotische bacteriën. Die bacteriedodende peptiden kunnen pathogene bacteriën remmen. Uit rattenonderzoek blijkt dat met uitschakeling van het bacteriocine-gen in Lactobacillus het infectieremmende effect verdween. Ook in het Utrechtse onderzoek is de samenstelling van het probioticamengsel mede bepaald door het antibacterieel effect op de meest voorkomende pathogenen bij pancreasonsteking.’

Nu probiotica in verband zijn gebracht met schadelijke effecten in een klinisch onderzoek, ontstaat er ook discussie over de veiligheid van de probiotische producten in de supermarkt. Stanley Brul, hoogleraar moleculaire biologie en microbiële veiligheid aan de Universiteit van Amsterdam, trekt geen vergaande conclusies over probiotica uit de Utrechtse studie. ‘Dit is een waarschuwingssignaal. Probiotica kunnen blijkbaar in sommige gevallen schadelijk zijn. In ieder geval brachten ze voor deze patiënten geen verbetering. We moeten toch eens heel goed naar dit soort onderzoeksprotocollen kijken en nagaan of we wel voldoende weten om zulke tests op te zetten.’

Toch verwacht Brul niet dat probiotica bevattende producten zoals Yakult of Actimel schadelijke effecten hebben. ‘Dit soort onderzoeksresultaten moet je in perspectief plaatsen. Het ging hier over mensen die al heel ziek waren, en zolang de precieze onderzoeksopzet niet gepubliceerd is, kun je er weinig over zeggen. Het is overdreven om allerlei problemen te verwachten voor producten voor gezonde mensen die nu al in de markt staan.’

Auto-immuunziekten

Tot nu toe is er maar uiterst spaarzame aandacht geweest voor negatieve effecten van probiotica. Het RIVM bracht in 2005 een kritisch rapport uit: ‘Immunomodulation by probiotics: efficacy and safety evaluation’. De auteurs stellen daarin dat over de werkzaamheid en veiligheid van de probiotische preparaten te weinig kennis bestaat. Bovendien achten ze veel informatie ‘minder objectief’ omdat ze afkomstig is van door de voedingsindustrie uitgevoerd onderzoek. Het rapport gaat vooral in op de gevolgen van de immuunmodulerende effecten van probiotica. Probiotica kunnen afhankelijk van de soort de productie van signaalstoffen (cytokinen) stimuleren. Die stoffen hebben op hun beurt invloed op de activiteit van bepaalde klassen afweercellen: T-lymfocyten. Dat geeft een mechanistische verklaring voor het effect van probiotica op bijvoorbeeld eczeem.

Wie het immuunsysteem stimuleert zou ook verkeerde immuunreacties kunnen bevorderen, bijvoorbeeld afweer tegen lichaamseigen structuren. Er is echter nauwelijks wetenschappelijke informatie over die mogelijke negatieve gevolgen bij het optreden van auto-immuunziekten, stellen de onderzoekers. Aanwijzingen zijn schaars. In een muismodel voor Multiple Sclerose leverden sommige probioticastammen een verbetering van de symptomen, maar een andere stam leverde juist een verergering.

Het RIVM-rapport pleit ervoor dat vooral naar dergelijk immuun-effecten meer onderzoek wordt gedaan. Het onderzoek zou bovendien meer fasen moeten omvatten: in vitro assays, onderzoek in diermodellen en vervolgens testen in gezonde vrijwilligers. Probiotica zouden in dat geval getest moeten worden op hun effect op immuuncellen, met name op welke manier ze de uitscheiding van cytokines beïnvloeden. Pas als dit soort gegevens beschikbaar zijn kunnen klinische tests volgen en een oordeel over eventuele risico’s. Mogelijk kunnen er dan risicogroepen worden aangewezen voor wie het gebruik is af te raden. Risicogroepen zijn bijvoorbeeld mensen met een slecht functionerend immuunsysteem of kleine kinderen.

Verschillende producenten verkopen inmiddels speciale soorten babyvoeding die probiotische bacteriën bevatten. Zolang de negatieve effecten van probiotica niet goed onderzocht zijn, noemt het RIVM het gebruik daarvan een risicovolle activiteit. ‘Aangezien baby’s een nog niet volledig ontwikkeld immuunsysteem hebben en gevoeliger zijn voor immuunmodulatie kan consumptie van probiotica wellicht schadelijke (lange-termijn) effecten veroorzaken.’

Over de lange-termijneffecten van probioticagebruik op het immuunsysteem bij volwassenen bestaat evenmin veel kennis. Ook hier pleit het RIVM voor een uitgebreider controlesysteem.

Probioticafabrikanten voelen niets voor zo’n kostbaar surveillanceprogramma. Yakult wijst op 75 jaar gebruikservaring, en meldt dat dagelijks zo’n 27 miljoen mensen een flesje Lactobacillus casei drinken.

Literatuur:

J. Ezendam et al (2005) RIVM rapport 34032003/2005 RIVM.nl Stouthamer, A.H. et al (2006) Darmflora – samenleven met bacteriën. Stichting Biowetenschappen en Maatschappij. The Gut: Inside Out. Science 307 (2005): 1895-1925.

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/probiotica/index.atom?m=of", “max”=>"5", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.