Je leest:

GM-planten: voedselverbetering of volgend milieuprobleem

GM-planten: voedselverbetering of volgend milieuprobleem

Auteur: | 13 maart 2009

Genetische modificatie van planten biedt ons mooie vooruitzichten. De wereldvoedselproductie gaat omhoog, de voedingswaarde van producten wordt beter en ongewenste stoffen verwijderen we uit ons dieet. Toch zijn er ook bedenkingen. Al die vreemde genen zorgen misschien voor meer voedselallergieën of ziekten. Bovendien zijn tegenstanders bang dat genen zich door de natuur verspreiden en daar schade aanrichten. Naar beide effecten wordt serieus gekeken, omdat de gevolgen groot kunnen zijn. Een overtuigend bewijs voor schade door genetische modificatie is nog niet gevonden. In de Europese Unie liggen GM-olie en GM-koekjes dan ook al in beperkte mate in de winkel.

Zilvervliesrijst, wilde rijst, toverrijst en gouden rijst. Welke rijstsoort hoort er niet bij? Gouden rijst is anders dan de rest. Deze rijstkorrel komt namelijk van een genetisch gemodificeerde plant. In gouden rijst zijn een aantal genen van de narcis ingebouwd. Daardoor bevat de rijstkorrel provitamine A, een stof die na consumptie door ons lichaam omgezet wordt in vitamine A.

Maïsveld in de woestijn

Wereldwijd krijgen 860 miljoen mensen regelmatig niet genoeg voedsel binnen om hun honger te stillen en de benodigde voedingsstoffen op te nemen. Maar liefst 800 miljoen van hen woont in ontwikkelingslanden. Veel mensen in de westerse wereld denken dat er in principe genoeg voedsel geproduceerd wordt en dat de problemen opgelost zijn als we onze landbouwopbrengsten beter verdelen. Verschillende wetenschappers voorspellen daarentegen dat er in de komende twee eeuwen een tekort aan granen zal ontstaan. Granen zijn in steeds grotere mate belangrijk bij de productie van dierenvoeders (met name veevoer) en biobrandstof. De grote belofte van het genetisch modificeren van planten is dan ook het opschroeven van de wereldvoedselproductie.

Granen zijn in steeds grotere mate belangrijk bij de productie van onder andere biobrandstof. Daarom zal er volgens wetenschappers in de komende twee eeuwen een tekort aan granen ontstaan. Een ramp voor ontwikkelingslanden, waar nu al 800 miljoen mensen regelmatig niet genoeg voedsel binnen krijgen.

Door de genetische samenstelling van planten te veranderen, kunnen deze groeien op plekken waar dat normaal gesproken niet mogelijk is. Een maïsveld in een kurkdroge woestijn of sojaplantages op een zoutvlakte? In de toekomst moet het allemaal mogelijk zijn. Als er meer plekken beschikbaar komen om gewassen te verbouwen, betekent dit dat de productie van voedsel omhoog kan. Daarnaast kun je met genetische modificatie de voedingswaarde van plantaardig voedsel gericht verbeteren, zoals in het geval van de gouden rijst. Deze rijst werd in 1997 speciaal ontworpen om vitamine A tekort bij kinderen in de Derde Wereld op te heffen.

Huilbuien

Vooral in ontwikkelingslanden spelen plantenziekten en insectenplagen een grote rol in de uiteindelijke opbrengst van voedselgewassen. Door planten genetisch te veranderen kunnen zij resistent gemaakt worden tegen ziekten en plagen. Zo kennen we GM-maïs die prima kan leven in gebieden waar de Europese maïsboorder voorkomt. Normaal gesproken zouden rupsen van deze vlindersoort de planten aanvreten, waardoor de opbrengst goeddeels verloren gaat. Wetenschappers hebben maïsplanten ontwikkeld met het Cry-gen van een bacterie, waardoor de plant een toxine maakt dat giftig is voor de maïsboorder. Bijkomend voordeel van het inbouwen van resistentie is dat boeren minder bestrijdingsmiddelen hoeven te gebruiken. Op die manier draagt genetische modificatie ook zijn steentje bij aan een beter milieu.

Een testveldje met resistente maïs in Afrika. Afbeelding: PLoS

Voedselallergie komt in de westerse wereld steeds vaker voor. Ook hier is met genetische modificatie wellicht een oplossing voor te vinden. Zo hebben onderzoekers van de universiteiten in Arkensas en Georgia al een anti-allergische pindasoort gemaakt. Niet iedereen is allergisch, maar de meeste mensen hebben weleens kleine ergernissen wanneer zij planten gebruiken. Denk maar aan het tranen tijdens het snijden van een ui. Zo’n huilbui wordt veroorzaakt door sulfoxiden en enzymen die de ui loslaat als reactie op het doorboren van zijn beschermende schil. Nieuw Zeelandse wetenschappers maakten begin 2008 een ui waarbij deze stoffen niet vrijkomen. Geen huilbuien meer, maar een ui die ook nog eens lekkerder ruikt dan zijn broertje.

Ziek van parasoja of lectine-aardappel?

Maar bij het consumeren van genetisch gemodificeerde plantenproducten kunnen ook vreemde stoffen in ons lichaam terecht komen, zoals door genetische modificatie geïntroduceerde eiwitten die ons afweersysteem nog nooit eerder heeft gezien. Veel mensen zijn bang dat het aantal voedselallergieën met al die nieuwe stoffen in ons eten snel toe zal nemen. Een bekend verhaal is dat van de paranoot allergie. Onderzoekers hadden het idee een sojasoort te ontwikkelen waarin een gen van de paranoot verwerkt zat. Deze modificatie moest de voedingswaarde van soja verder verbeteren. Tijdens allergietests bleek dat allergie voor de paranoot ook werd overgedragen op de sojaplant. De commerciële productie van parasoja is daarom nooit op gang gekomen. Toch zijn er vandaag de dag nog steeds mensen die geloven dat er personen ziek zijn geworden na het eten van parasoja.

De paranoot. Een gen van deze soort werd ingebouwd in soja. Parasoja is nooit op de markt gekomen, omdat in allergietests bleek dat allergie voor de paranoot werd overgedragen op soja.

Een ander beroemd voorbeeld is dat van een aardappel verrijkt met lectine. Lectine is een complex plantenmolecuul dat werkt als bestrijding tegen plagen. Dr. Pusztai testte de effecten van deze genetisch gemodificeerde aardappel op ratten. De ratten bleken ziek te worden. Pusztai verscheen in een aantal televisieprogramma’s en gaf interviews. In 1999 werden zijn experimenten door verschillende partijen nog eens nauwkeurig onder de loep gelegd. De studie bleek slecht opgezet en de ziekte bij de ratten was niet direct terug te leiden tot het eten van de lectine-aardappelen. De specialisten concludeerden dat niet is bewezen dat de aardappelen onveilig zijn. Zij willen wel graag uitgebreide tests voordat de lectine-aardappel op de markt komt voor consumptie voor mens of dier.

Dr. Pusztai onderzocht de effecten van lectine-aardappelen op ratten. De ratten bleken ziek te worden, maar deze ziekte was niet terug te leiden tot het eten van lectine-aardappelen. Het onderzoek van Pusztai bleek slecht opgezet en specialisten zeggen dat niet bewezen is dat de aardappelen slecht zijn voor de gezondheid.

Bladgroenkorrels tegen verspreiding

De angst bestaat dat genetisch gemodificeerde planten hun ingebouwde genen doorgeven aan wilde planten. Daarom worden met dergelijke planten veldexperimenten uitgevoerd. Sinds 1987 zijn er in totaal 25.000 van deze experimenten uitgevoerd in 45 verschillende landen. Tot nu toe is nog niet aangetoond dat genetisch gemodificeerde planten hun complete ingebouwde genenset kunnen doorgeven aan wilde soortgenoten. Toch blijven wetenschappers op hun hoede, want de gevolgen van overdracht van vreemde genen kunnen ernstig zijn. Ga maar na wat er gebeurt als resistentiegenen zich vanuit een testveldje door de natuur verspreiden. Misschien bouwen planten uiteindelijk wereldwijd resistentie op tegen insectenplagen, waardoor bijvoorbeeld vlinders het heel moeilijk krijgen.

Microbioloog Henry Daniell heeft al een oplossing gevonden voor de eventuele verspreiding van genen. Normaal gesproken bouwen onderzoekers vreemde genen in in de celkern. De nieuwe genen komen dan ook terecht in het stuifmeel (pollen) van een genetisch gemodificeerde plant. Via deze pollen kan de plant vreemde genen overbrengen aan wilde planten. Daniell stelt voor om genen in te bouwen in bladgroenkorrels. Bladgroenkorrels erven (net als mitochondriën) alleen over via de moederlijke lijn en zullen daarom niet in pollen zitten. De vreemde genen staan onder controle van regulerende signalen , zodat ze niet in de celkern terecht kunnen komen. Als dit per ongeluk toch gebeurt, zal het gen in een niet-coderend deel van het DNA zitten waardoor het geen kwaad kan.

Door genen in te bouwen in bladgroenkorrels komen zij niet terecht in het stuifmeel van genetisch gemodificeerde planten. De kans dat een vreemd gen zich dan door de natuur gaat verspreiden, is een stuk kleiner dan waneer het gen in de celkern zit.

GM-tofu

Een laatste punt van zorg zijn de grote biotechnologiebedrijven die genetisch gemodificeerde planten ontwikkelen. Sommige bedrijven hebben patent aangevraagd op hun creaties. Op die manier komen veelbelovende genetisch gemodificeerde planten volgens tegenstanders niet terecht bij boeren in ontwikkelingslanden. Het kopiëren van een vreemd gen naar een plant is geen nieuwe uitvinding, maar een ontdekking. Vandaar ook dat er op zo’n creatie geen volledig patent wordt toegekend. Bedrijven kunnen wel aanspraak maken op een patent voor de combinatie tussen het gen en het nieuwe gebruik van dit gen. Hierbij kan het bedrijf dat het patent bezit geen restricties stellen aan gebruik van zijn creatie. Op dit moment is het zo dat een derde van de genetisch gemodificeerde gewassen verbouwd wordt door arme boeren in Zuid-Afrika, China, India en op de Filippijnen.

Een derde van alle genetisch gemodificeerde gewassen wereldwijd wordt verbouwd door arme boeren in Zuid-Afrika, China, India en op de Filippijnen.

Tot nu toe heeft de Europese Unie producten van zeventien genetisch gemodificeerde voedselgewassen toegelaten op de Europese markt. Het gaat om planten als maïs, soja en koolzaad die resistent zijn tegen verschillende ziekten en insectenplagen. Je kunt de producten van deze planten terugvinden in tofu, olie of bloem, maar ook in kant-en-klare gefrituurde of gebakken producten en snacks. Al het GM-voedsel dat nu in de winkel ligt, is door de Europese Unie veilig bevonden voor onze gezondheid en onze omgeving, maar voor veel genetisch gemodificeerde planten geldt dit (nog) niet. Een negatief effect is eveneens nooit overtuigend aangetoond en daarom blijft het licht voor onderzoek met gemodificeerde gewassen op groen staan.

Bronnen

Genetic modification and food (Institute for food science and technology), 2008 Genetically modified crops: the ethical and social issues (Nuffield council on bioethics), 1999 GM-crops: global socio-economic and environmental impacts 1996-2006 (Graham Brookes and Peter Barfoot), 2008

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 maart 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.