Je leest:

Glasvezel vervangt regenworm bij gifmetingen

Glasvezel vervangt regenworm bij gifmetingen

Glasvezels nemen uit een natte bodem dezelfde soorten en hoeveelheden gifstoffen op als regenwormen. Dat blijkt uit STW-onderzoek van Utrechtse toxicologen. Tot nu toe gebruikte bodemonderzoek regenwormen voor de gifanalyses. Toxicoloog Leon van der Wal promoveerde op 2 juni op dit onderzoek.

Glasvezels nemen uit een natte bodem dezelfde soorten en hoeveelheden gifstoffen op als regenwormen. Dat blijkt uit STW-onderzoek van Utrechtse toxicologen. Tot nu toe gebruikte bodemonderzoek regenwormen voor de gifanalyses. Toxicoloog Leon van der Wal promoveerde op 2 juni op dit onderzoek.

Glasvezels zijn heel goed in het geleiden van licht. Maar ook toxicologen weten er wel weg mee. De poreuze vezels zijn namelijk ook goed in het opnemen van gifstoffen uit de bodem. bron: Academic Technology

Het Rijksinstituut voor Zuivering Afvalwater en Integraal Waterbeheer (RIZA) gebruikt glasvezels inmiddels voor het meten van watervervuiling en sedimentvervuiling. Toxicologen laten grondmonsters met water in een machine voorzichtig schudden. Zo komt de beschikbare vervuiling in het water tussen de gronddeeltjes terecht. De glasvezel neemt vervolgens het vervuilde water op. Waarna een gaschromatograaf bepaalt welke giftige stoffen in de glasvezel en daarmee in de grond aanwezig zijn.

De methode werkt veel sneller dan het meten met wormen. De wormen moeten dagenlang in het laboratorium door bodemmonster kruipen. Daarna moeten de onderzoekers de regenwormen bevriezen, drogen, vermalen en de gifstoffen extraheren.

Toxicoloog Leon van der Wal testte de glasvezelmethode in een Rotterdamse bodem die in de jaren zeventig met baggerslib was opgespoten. Uit de proeven bleek dat wormen slechts in contact kwamen met tien procent van de aanwezige gifstoffen. Dat komt doordat in de loop van de jaren veel gif is gebonden aan bodemdeeltjes. Een wormenbepaling van de totale hoeveelheid gifstoffen zou het bodemgevaar dus een factor tien te hoog hebben geschat. De glasvezelmethode gaf slechts een kleine overschatting van de beschikbare gifstoffen.

Overigens bleek na vergelijken van de glasvezelmethode met de wormenbepaling dat ook stoffen die sterk waterafstotend zijn toch door wormen worden opgenomen. Tot nu werd gedacht dat wormen deze hydrofobe stoffen niet opnamen.

Dit artikel is een publicatie van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
© Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 juni 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.