Je leest:

Gezonde voeding of gezond voedsel

Gezonde voeding of gezond voedsel

Krijgen we in de toekomst ‘superfoods’ die kanker, dementie of hartkwalen helpen voorkomen? Hoogleraar voeding en kanker, professor Ellen Kampman denkt van niet. ‘We moeten veel eerder terug naar oma’s wijsheid: alles waar “te” voor staat …’

Ellen kampman
Professor Ellen Kampman studeerde Humane Voeding in Wageningen. Na enkele omzwervingen via de Harvard University in Boston, de University of Washington in Seattle en TNO in Zeist keerde ze in 1996 terug naar Wageningen. Sinds 2008 is zij daar hoogleraar Voeding en Kanker.
Biowetenschappen en maatschappij

Voeding bevat de sleutel tot een gezond leven. Dat is in ieder geval de stellige overtuiging van professor Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Kanker aan Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Maar ze zegt het meteen maar duidelijk aan het begin van het gesprek: “Ik denk niet dat we de oplossing moeten zoeken in grootse technologische innovaties. Rond sommige nieuwe producten komt af en toe een bijna medicinale sfeer te hangen. De wetgever steekt daar gelukkig een stokje voor en als je ziet wat er nu daadwerkelijk op de verschillende verpakkingen mag worden geclaimd, dan blijft er van alle tamtam weinig over. “Past in een cholesterol verlagend dieet”, of “bevordert de stoelgang”, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad.”

Het is ook met een mengeling van irritatie en verbazing dat Kampman tegenwoordig door de supermarkt loopt. “Bij de plaatselijke supermarkt in Wageningen zag ik dat ze nu al een speciaal rek hebben met ‘superfoods’, echt waar! Quinoa, spelt, tarwegras, gojibessen, weet ik wat daar allemaal in staat. Ik weet niet wat die producten allemaal zouden moeten doen, en ik twijfel of er íemand is die het echt weet. Het is vooral een dure hype, ben ik bang. Weet je wát pas effectief zou zijn? Als de overheid groente en fruit zou subsidiëren! Iedere stijging van de consumptie van groente en fruit zul je uiteindelijk terugvinden in de gezondheidsstatistieken.” Kampman zegt het wrang genoeg in dezelfde week waarin de Nederlandse overheid heeft besloten om de gesubsidieerde verstrekking van fruit op scholen vooralsnog te stoppen.

Tarwegras
Er bestaan veel claims rond de gezonde effecten van tarwegras, maar weinig bewijzen.
Biowetenschappen en maatschappij
Goijbessen
De bessen van de boksdoorn (gojibessen) worden in China geproduceerd als zogenaamd superfood.
Biowetenschappen en maatschappij

Volgens de hoogleraar mogen we met name op een drietal terreinen effecten verwachten van gezonde voeding: hart- en vaatziekten, diabetes en zeker niet in de laatste plaats op het gebied van haar eigen onderzoek, de verschillende vormen van kanker. “Er zijn natuurlijk ook de nodige claims op het gebied van bijvoorbeeld dementie en cognitie. Zo zouden omega-3 vetzuren een gunstig effect hebben op onze hersenen, maar vooralsnog zijn die verbanden nooit hard aangetoond.”

Groenten en fruit tegen kanker

In 2007 verscheen in een zogeheten meta-analyse een overzicht van dertig jaar kankeronderzoek, samengebald in duizenden serieuze wetenschappelijke studies; van reageerbuisonderzoek en dierexperimenten tot observationele en gerandomiseerde interventiestudies onder de algemene bevolking. Een expertpanel beoordeelde die studies en trok enkele heldere conclusies die ook zeven jaar na dato nog staan als een huis, vertelt Kampman. “Overgewicht, alcohol, een tekort aan plantaardige producten, en teveel rood vlees hebben een belangrijke invloed op het optreden van kanker. Van de meer dan honderd verschillende soorten kanker in Nederland kun je ongeveer een kwart voorkomen door het voedings- en beweegpatroon aan te passen. Van de meest voorkomende soorten als darm-, long-, borst- en prostaatkanker is dat zelfs dertig tot veertig procent! Als je ook nog weet dat één op de twee Nederlandse mannen en één op de drie vrouwen ooit de diagnose ‘kanker’ te horen krijgt, dan heb je het dus echt wel ergens over!”

Overgewicht voedt tumoren

Bij een Body-Mass Index (BMI) van 25 of hoger neemt het risico op kanker substantieel toe, vertelt Kampman. “In Nederland wordt ongeveer 4% van alle gevallen van kanker beïnvloed door overgewicht, al springen een aantal soorten er wel uit. In relatie tot overgewicht gaat het vooral om borstkanker na de menopauze, slokdarm-, dikke darm-, prostaat- en endometriumkanker.”

Toch past daar enige nuance, aldus Kampman. “Japanse sumoworstelaars hebben natuurlijk een torenhoge BMI, maar verrassend genoeg weinig kanker, diabetes of hart- en vaatziekten. We weten nu dat dat komt omdat hun vet vooral aan de buitenkant zit, en nauwelijks rond de organen. Van binnen zijn dit echte topsporters! Dat laatste, zogeheten viscerale vet is veel riskanter voor het ontwikkelen van kanker. Een recent onderzoek laat zien dat vooral tussendoortjes schadelijk zijn voor dat ‘ongunstige’ vet. Als je dezelfde hoeveelheid calorieën in drie in plaats van zes momenten tot je neemt, scheelt dat volgens de jongste aanwijzingen aanzienlijk in het optreden van vet rond de organen, al moet dit nog wel in verder onderzoek worden bestendigd.”

Sumoworstelaar
Vreemd genoeg hebben sumoworstelaars extreem veel vet, maar krijgen ze relatief weinig kanker of hart- en vaatziekten.
Biowetenschappen en maatschappij

Behalve door te minderen met het eten in het algemeen en tussendoortjes in het bijzonder, en door het vermijden van voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid, zoals snacks, frisdrank of energiedrankjes, is er nog een andere goede oplossing, zegt Kampman: “Ga bewegen! Behalve dat beweging een gunstig effect heeft op het verbranden van vet en het voorkómen van overgewicht, heeft beweging ook nog veel eigen positieve effecten, bijvoorbeeld op de darmmotoriek en op de hormoonhuishouding.”

Alcohol altijd slecht

Op het gebied van hart- en vaatziekten is er een voortdurende discussie over de relatie met alcohol. Niet alleen vanuit de hoek van de drinkebroeders, ook vanuit de wetenschap zijn er de nodige stemmen die stellen dat matig alcoholgebruik een beschermend effect heeft op het optreden van bepaalde typen hart- en vaatziekten. “Voor het optreden van kanker is die discussie er absoluut niet”, benadrukt Kampman. “Er is een keurige dosis-respons curve op te stellen voor het optreden van kanker en het nuttigen van alcohol. Slokdarm-, darm-, borst-, mond- en keel-, maag-, leverkanker, ze nemen allemaal toe met het toenemen van de alcoholconsumptie. En dat begint dus al bij één glas alcohol per dag. Wat dat betreft lijkt er maar één goede remedie: geheelonthouding!”

Alcohol
Alcohol is diep geworteld in onze cultuur.
Biowetenschappen en maatschappij

De reden dat alcohol zo slecht voor je is, is volgens Kampman ook helder: “Het lichaam breekt alcohol in eerste instantie af tot aceetaldehyde, en dat is een ronduit kankerverwekkende stof. Daarnaast heeft alcohol een ongunstig effect op ons hormoonmetabolisme en ook op het metabolisme van foliumzuur, wat weer een belangrijke rol speelt bij de synthese van DNA, en daarmee de celdeling.”

Waar stoppen met roken – de onbetwiste nummer één veroorzaker van verschillende vormen van kanker – voor veel mensen al lastig is, is ook het minderen met alcohol in onze cultuur een vervelende boodschap, weet Kampman. “Ik heb destijds dan ook flink moeten knokken in de betreffende commissie van de Gezondheidsraad om het advies voor de consumptie van alcoholische dranken naar beneden bij te stellen.”

Groente en fruit niet te vervangen door een pilletje

Het beschermende effect van groente en fruit tegen kanker is onmogelijk terug te voeren op één of enkele stofjes. Laat staan dat het effect te vangen zou zijn in een pilletje of in een voedingssupplement. Finse vakbroeders van Kampman kwamen daar in de jaren negentig op keiharde wijze achter, vertelt de hoogleraar. “Een grote groep van bijna 30.000 verstokte mannelijke rokers kreeg in dat onderzoek óf een placebo, óf een pilletje met bètacaroteen. Dat is een zogeheten antioxidant waarvan lang is gedacht dat het een soort magic bullet zou zijn tegen kanker. De studie draaide uit op een regelrechte nachtmerrie. De mensen die bèta­caroteen slikten kregen significant méér longkanker dan de rokers die de placebo slikten. Ook in een Amerikaanse studie met ongeveer 20.000 mensen met een hoog risico op longkanker werden dezelfde dramatische effecten gevonden.”

Achteraf is het allemaal goed te verklaren, zegt Kampman. “Bètacaroteen heeft een belangrijke rol in de celdeling. Veel van de verstokte rokers uit het onderzoek hadden waarschijnlijk al primaire vormen van longkanker bij aanvang van de studie. Door de overdosering van bètacaroteen werd de groei van die tumorcellen alleen maar gestimuleerd. Een vergelijkbaar effect zagen onderzoekers bij een studie met foliumzuur ter bescherming tegen botontkalking en hart- en vaatziekten.”

“Foliumzuur zit met name in bladgroenten. Maar in de studies die het foliumzuur in geconcentreerde vorm toedienden aan proefpersonen, zagen ze vaak dat het risico op kanker toenam. Want net als bètacaroteen heeft foliumzuur een rol in de DNA-synthese en de celdeling. Een verstopte, beginnende tumor zal dus óók profiteren van die onevenredig hoge dosis van deze stoffen.”

Paprika
De beste verpakking voor gezonde stoffen uit een paprika is … een paprika.
Biowetenschappen en maatschappij

De overkoepelende les die de kankeronderzoekers uit deze experimenten haalden was helder. “Je kunt niet één stofje uit een wortel of een paprika halen en dat in hoge dosering als medicijn of profylaxe gebruiken. Het gaat om de samenhang tussen de verschillende stoffen in groente en fruit. Niet te veel en niet te weinig. Oma had dus echt wel gelijk met haar tegeltjeswijsheid: overal waar “te” voor staat is niet goed. Of om het in de termen van mijn onderzoeksgebied te zeggen: een paprika is niet voor niets een paprika. Niet een pil, maar de complete paprika is de juiste profylaxe!”

Al wil Kampman niet één component van groente en fruit heilig verklaren, ze wil wel graag een speciale vermelding van de voedingsvezels in verschillende producten. “Het is aangetoond dat voedingsvezels een duidelijk gunstig effect hebben op het voorkomen van met name darmkanker.”

Minderen met rood vlees

De carcinogene effecten van rood vlees beperken zich voornamelijk tot darmkanker, stelt Kampman. “In rood vlees zit zogeheten haemijzer, een natuurlijke kleurstof afkomstig uit de rode bloedlichaampjes van het varken of het rund. Kip bevat dat veel minder. Dat haemijzer heeft een direct beschadigend effect op de darmwand, en bij relatief hoge en frequente blootstelling kan dat het risico op dikke darmkanker verhogen. Dan heb je het dus over de derde kanker in aantallen patiënten in Nederland.”

De concrete adviezen ten aanzien van rood vlees zijn niet heel drastisch. “Als je hooguit vijf keer per week rood vlees eet in plaats van iedere dag, dan boek je al een behoorlijke winst.”

Lopend onderzoek

Door de complexe wisselwerking tussen de verschillende bestanddelen van een voedingsmiddel, en zeker ook door de gevarieerde samenstelling van onze voeding, is het onderzoek naar de relatie tussen voeding en gezondheid per definitie lastig. Het vraagt vaak om enorme aantallen proefpersonen. Voor haar eigen onderzoek werkt de groep van Kampman daarom samen met diverse andere centra. “In 1993 is in tien verschillende landen het zogeheten EPIC-onderzoek gestart, de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition. Op dit moment zijn daar niet minder dan een half miljoen mensen in opgenomen van wie ook bloed is afgenomen. In Nederland loopt deze studie bij het Julius Centrum van het UMC Utrecht en het RIVM. In samenwerking met hen kijken we of de vitamine D-status in het bloed samenhangt met het risico op alvleesklierkanker. Het is al bekend dat een laag niveau van vitamine D in het bloed ongunstige effecten heeft wat betreft onder meer het ontstaan van borst- en dikke darmkanker. Als we daar meer over leren, kunnen we onze adviezen in de toekomst wellicht aanpassen, bijvoorbeeld om vaker de zon op te zoeken. Zonder te verbranden dan.”

Een tweede onderzoek van de groep van Kampman richt zich op de invloed van het mineraal selenium op prostaatkanker. “In Nederland zit relatief weinig selenium in de bodem en daardoor bevatten onze gewassen ook relatief weinig van deze stof. Er zijn al aanwijzingen dat selenium een rol speelt in het voorkómen van bepaalde vormen van kanker. Door daar meer over te leren kunnen we misschien ook leren wat je met andere landbouw- of bemestingsmethoden kunt doen om de gehalten van selenium in onze gewassen te optimaliseren en daarmee gevallen van kanker te verminderen.”

Vet boven
Biowetenschappen en maatschappij
Vet onder
In het onderzoek rond voeding en gezondheid speelt de verdeling van vet een belangrijke rol. Met name het zogenoemde viscerale vet rond de organen (geel in deze CT-scans) brengt grotere risico’s met zich mee dan onderhuids vet (turquoise).
Biowetenschappen en maatschappij

Een bijzondere doelgroep voor het onderzoek van Kampman en collega’s zijn de patiënten die borstkanker hebben gehad. “Van alle vormen van kanker kent borstkanker een relatief gunstige prognose. Deze vrouwen overlijden in overgrote meerderheid dan ook niet aan borstkanker, maar veel vaker aan hart- en vaatziekten. Het blijkt ook dat patiënten met name tijdens de chemokuur kunnen aankomen. Vrouwen geven zelf soms aan dat hun voorkeur voor bepaalde voedingsmiddelen verandert onder invloed van de chemo. Zo sprak ik laatst bijvoorbeeld iemand die tijdens de chemo­kuur tot haar eigen stomme verbazing iedere avond met een grote zak chips op de bank zat, terwijl ze daar voorheen niet naar taalde.”

Kampman hoopt te ontdekken wat de invloed van voeding tijdens de chemokuur na borstkanker is, door 300 patiënten en 300 gezonde vriendinnen van die patiënten een jaar te volgen. “We zullen ze onder andere scannen om de verdeling van het vet door hun lichaam te volgen en de spiermassa te meten. Mogelijk kunnen we deze vrouwen uiteindelijk helpen door ze een gericht, eiwitrijk dieet te geven in combinatie met voldoende beweging, om te voorkomen dat ze een ongunstige vetverdeling ontwikkelen.”

Andersom zijn er ook bepaalde voedingsmiddelen die juist contraproductief zijn tijdens de behandeling van kanker. “Het is bijvoorbeeld bekend dat bepaalde bestanddelen van grapefruit een negatief effect kunnen hebben op de werkzaamheid van bepaalde chemotherapeutica.”

Kijk uit met supplementen

Al richt een deel van het onderzoek van de groep van Kampman zich nu op individuele componenten van de voeding, zoals vitamine D of selenium, toch waarschuwt zij nadrukkelijk tegen het zomaar gebruiken van supplementen met deze of gene stof. “De voorbeelden van bètacaroteen en foliumzuur laten zien dat je ook heel onverwachte nadelige effecten over je af kunt roepen. Toen er sprake van was dat er mogelijk foliumzuur toegevoegd zou worden aan ons brood heb ik daar dan ook hard tegen gestreden, tot in de Tweede Kamer aan toe. In Amerika gebeurt dat bijvoorbeeld wel. Daar zit het standaard in het broodmeel en de bloem. Zij verrijken echter ook met andere B-vitaminen (vitamine B2), wat mogelijk een betere balans geeft.”

Voeding eerder profylaxe dan therapie bij kanker

Gezonde voeding speelt een hoofdrol in het voorkómen van verschillende vormen van kanker. Als therapie ligt het veel minder voor de hand, stelt hoogleraar Voeding en Kanker, Ellen Kampman. “In het verleden had je het zogenoemde Moermandieet, waarmee huisarts Moerman claimde kanker te kunnen genezen. Later kwam ook internist en ex-kankerpatiënt Houtsmuller met zijn eigen variant daarop, maar geen van deze diëten heeft een wetenschappelijke basis. Toch houden veel kankerpatiënten zich wel vast aan de mogelijkheid om met voeding hun ziekte te beïnvloeden. De kans om de werkzaamheid ooit wetenschappelijk te kunnen onderzoeken, laat staan te bewijzen lijkt gering. Dat komt omdat de MMV, voorheen de Moermanvereniging stelt dat deze diëten strikt individueel moeten worden ingesteld. Een vergelijkend onderzoek tussen twee gerandomiseerde groepen, de enige aangewezen manier om werkzaamheid wetenschappelijk aan te tonen, is daarmee uitgesloten”, aldus Kampman. Wel lijkt een gezonde voeding en voldoende beweging de overleving van kanker gunstig te kunnen beïnvloeden. Zo is in verschillende studies gebleken dat voor oudere vrouwen met borstkanker die zich kunnen houden aan de richtlijnen ter preventie van kanker geldt dat ze een lager risico op sterfte en een hogere kwaliteit van leven hebben dan vrouwen die dit niet doen. Kampman: “Wij onderzoeken op dit moment of dit ook geldt voor mensen met dikke darmkanker in een studie waar ongeveer duizend patiënten van het moment van diagnose tot minimaal vijf jaar daarna aan meedoen.”

Paarse tomaat
“Je moet bijzonder goed onderzoeken wat de effecten zijn van, ik noem maar wat, een tomaat waar veel meer anthocyaan in zit, voordat je zo’n veredeld product op de markt brengt.”
Biowetenschappen en maatschappij

Kampman waarschuwt ook tegen het ongericht verhogen van de gehalten van bepaalde bestand­delen in voedingsmiddelen. “Je moet bijzonder goed onderzoeken wat de effecten zijn van, ik noem maar wat, een tomaat waar veel meer anthocyanen in zitten, voordat je zo’n product op de markt brengt. We moeten ons met de voeding van de toekomst vooral richten op deficiënties en dan liefst bij specifieke bevolkings­groepen. Voldoende foliumzuur is belangrijk bij de vroege ontwikkeling van het ongeboren kind. Een lage foliumzuurstatus in het bloed verhoogt het risico op zogenaamde ‘open ruggetjes’. Daarom wordt aan vrouwen die zwanger willen worden geadviseerd om een foliumzuursupplement te gebruiken. Mogelijk bereikt dit advies niet iedereen. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn voor allochtone vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Maar als je folium­zuur vervolgens in Nederlands brood zou gaan stoppen dat niet of nauwelijks wordt gegeten door de doelgroep, dan krijg je wel de nadelen maar niet de voordelen.”

De mythe van het glas rode wijn

In het BWM-cahier ‘Je bent wat je eet’, uit 2011, schreef VU-hoogleraar voedingsleer professor Martijn Katan al over de vermeende gunstige effecten van wijn op de gezondheid: “In de adviezen rond voeding en gezondheid duikt een ogenschijnlijk vreemd advies met enige regelmaat op. Het is er wel een die iedere keer weer met gejuich wordt ontvangen door liefhebbers van rode wijn: matige consumptie van rode wijn zou je lijf beschermen tegen hart- en vaatziekten. Feitelijk is dit advies absurd!”

Het is waar dat geheelonthouders eerder sterven dan mensen die af en toe drinken. Maar ligt dat wel aan de alcohol? De gemiddelde geheelonthouder kan misschien een alcoholprobleem in het verleden hebben gehad? De langer levende matige drinkers zijn vaak juist hoog opgeleide mensen met een bewuste levensstijl: niet roken, veel bewegen, gezond eten, en op zijn tijd een lekker wijntje, maar dan bescheiden! Geen wonder dat die laatste groep gemiddeld langer leeft dan geheelonthouders.

Rode wijn
Rode wijn mag het imago ‘gezellig’, ‘bourgondisch’, of zelfs ‘gedistingeerd’ hebben, gezond is het in ieder geval niet.
Biowetenschappen en maatschappij

Een of twee glazen alcoholica per dag heeft vermoedelijk wel een gunstig effect op bepaalde hart- en vaatziekten. Dit effect hangt aan alcohol in het algemeen. Een biertje op zijn tijd is dus net zo goed voor het hart als een glas rode wijn. Maar de pleitbezorgers van rode wijn wijzen vooral op de polyfenolen in rode wijn. Dat zijn zogenoemde anti­oxidanten, en die antioxidanten krijgen soms bijna mythische gezondheidseffecten toegedicht. In wijn zitten niet veel polyfenolen; in thee bijvoorbeeld zit veel meer. Belangrijker nog: het gezonde effect van die stoffen wordt niet eenduidig door wetenschappelijk onderzoek ondersteund!

Meer negatieve kanten

Goed, het gezonde effect op hart- en vaatziekten hangt dus niet aan rode wijn in het bijzonder, maar aan alcohol in het algemeen. Toch is dit geen goed nieuws voor de liefhebbers. Mannen tot 45 jaar gaan zelden dood aan hart- en vaatziekten. Veel belangrijker in die leeftijdsgroep zijn ongelukken en zelfmoorden. Dat zijn nou net twee oorzaken waarbij alcohol een uiterst negatieve rol speelt. Vanaf een jaar of vijftig worden de verschillende vormen van kanker de belangrijkste doodsoorzaak. Bij vrouwen is kanker ook al op jongere leeftijd de belangrijkste doodsoorzaak. En ook op kanker heeft alcohol een negatief effect. Een vrouw die niet drinkt heeft een kans van 9% om voor haar tachtigste jaar borstkanker te krijgen. Met iedere alcoholische consumptie loopt die kans op. Een vrouw die gemiddeld twee glazen per dag zegt te drinken heeft een kans van 10% op borstkanker, bij gemiddeld zes drankjes per dag loopt die kans op tot ruim 13%. Hart- en vaatziekten worden pas op hele hoge leeftijd de belangrijkste doodsoorzaak. Met andere woorden: alleen voor oude mannen die nagenoeg geen borstkanker kunnen krijgen en die een hart hebben dat al wat krakkemikkiger wordt zou er per saldo een positief effect kunnen zijn van af en toe een wijntje of een biertje.

Ongelukken
Alcohol: misschien iets minder kans op hart- en vaatziekten, maar heel veel meer kans op ongelukken.
Biowetenschappen en maatschappij

Lobby

Toch zijn er nog genoeg wetenschappers die op zijn tijd een onderzoek publiceren waar wél positieve kanten van alcohol in het algemeen, of rode wijn in het bijzonder, uitkomen. Dat kan niet anders dan te maken hebben met de manier waarop tegenwoordig onderzoek wordt gefinancierd. De overheid geeft de universiteiten steeds minder geld voor research en verwijst onderzoekers naar de industrie. De alcoholindustrie geeft graag geld voor onderzoek naar alcohol en het hart, maar niet voor onderzoek naar het effect op andere ziekten gerelateerd aan alcoholgebruik zoals borst- en keelkanker, levercirrose of hersenaandoeningen. Dat zou immers hun product schaden, en dat kun je niet eisen van een bedrijf. Als een onderzoek wordt betaald door de alcoholindustrie, dan is de kans dus groot dat het alleen over het hart gaat. Er is hoe dan ook een eenvoudig alternatief. Wil je je hart en vaten gezond houden, eet dan minder verzadigd vet en minder zout, beweeg meer en let op je gewicht; en als het echt nodig is, neem dan geneesmiddelen die de bloeddruk en het cholesterol verlagen. Die werken goed en je krijgt er geen kanker van.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 februari 2015

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE