Je leest:

Gezonde gebouwen in de 21ste eeuw

Gezonde gebouwen in de 21ste eeuw

Auteur: | 13 maart 2009

Hoe kunnen gebouwinstallaties beter worden benut om de volksgezondheid te verbeteren? Bouwkundepromovendus Francesco Franchimon van de TU Eindhoven presenteert maatregelen voor de bestrijding van allerlei soorten vervuiling, van astma tot legionella.

De overheid investeert miljoenen euro’s om vervuiling op straat en in openbare ruimtes te verminderen. Maar hoe zit het met de plek waar we het meeste tijd doorbrengen, ons eigen huis? Bouwkundepromovendus Francesco Franchimon stelde in zijn onderzoek dezelfde vraag. Hij keek naar de taken die installatietechniek kan vervullen op het gebied van gezondheid.

“Hoe kunnen we infectierisico’s verminderen? Hoe kunnen we chronische aandoeningen voorkomen en hoe kunnen we het welbevinden van ouderen ondersteunen?”, zo somt hij op. “Kijk bijvoorbeeld naar het ontwerp van vloerverwarming en stadsverwarming. Het blijkt dat deze systemen het koude drinkwater opwarmen tot boven de 25 graden Celsius. Legionella gedijt goed onder die omstandigheid”, zegt Franchimon. “Legionella blijkt in Nederland veel vaker voor te komen dan we veronderstellen.”

De omslag van het proefschrift ‘Health Building Services for the 21st Century’ van Franchimon.

Natte bende

Franchimon onderzicht bijvoorbeeld het effect van monochlooramine om ons drinkwater te desinfecteren, zoals in de VS gebeurt. Hiermee zouden in Nederland jaarlijks 1.360 gezonde levensjaren kunnen worden gewonnen, concludeert hij. Chloreren is in Nederland niet toegestaan, omdat niet alle manieren van chloreren even effectief zijn en omdat het chloreren ook nadelig kan zijn voor de gezondheid en het milieu. Franchimon: “Je kunt overwegen om alleen te chloreren bij mensen die het meest vatbaar zijn voor legionella, bijvoorbeeld in woningen waar ouderen wonen. Of je kunt alleen chloreren als je een systeem als vloerverwarming of stadsverwarming gebruikt waar een groter risico op legionella bestaat.”

Daarnaast is het nog steeds mogelijk dat we een pandemie krijgen van een dodelijk griepvirus. Volgens Franchimon kunnen we verbazend simpele maatregelen nemen tegen de verspreiding van een dodelijk griepvirus in je huis. “Ultraviolet licht of HEPA-filters (high efficiency particulate air, red.) zijn erg effectief, maar het is niet realistisch dat zoveel miljoenen huishoudens deze installaties in huis hebben. Een eenvoudig alternatief is een luchtbevochtiger, of, nog eenvoudiger, een waterkoker of een ketel water op het vuur. We hebben berekend dat op het moment dat griep wordt geconstateerd, je de verspreiding met bijna twintig procent kunt terugdringen als je vier keer per dag vier liter water laat verdampen. Dat wordt een aardig natte bende, maar het kan net genoeg zijn om tijd te winnen om de logistiek van voedselproducten, isolatie van geïnfecteerde mensen en vaccinatieprogramma’s op te zetten.”

Is een pan kokend water voldoende om ons te beschermen tegen een pandemie? Jazeker, zegt Franchimon, mits je vier liter per dag laat verdampen.

Maaiveld

Om te kijken hoe miltvuur zich kan verspreiden in een openbaar gebouw heeft Franchimon een tijd geleden een experiment uitgevoerd met een soortgelijk, ongevaarlijk, poeder. Een achttal studenten belaagden het Bouwkundegebouw Vertigo met poeder dat zichtbaar was met ultraviolet licht. “Naast de voor de hand liggende manieren van verspreiding, zoals het aanzuigrooster van het ventilatiesysteem, dat ter hoogte van het maaiveld zat, kwamen we ook op verspreidingsmanieren die in eerdere onderzoeken niet naar voren waren gekomen”, zegt Franchimon “Zo bleek de op- en neergaande beweging van de lift als een pomp te werken en zo de verontreiniging door het gehele gebouw te verspreiden.”

Meubilair

Wat betreft chronische longziekten, zoals astma en COPD, is er volgens Franchimon winst te behalen met goede ventilatie. “In het verleden hadden artsen en hygiënisten bijvoorbeeld grote inbreng in de eisen die aan ventilatie werden gesteld. Toen de ingenieurs er zich in het begin van de twintigste eeuw mee gingen bemoeien, is men meer naar comfort dan naar gezondheid gaan kijken met als gevolg minder ventilatie. Tijdens de oliecrisis kwamen daar nog economische motieven bij waadoor gebouwen steeds luchtdichter werden. De verse lucht komt steeds vaker alleen nog via het ventilatiesysteem binnen. We hebben echter de eisen aan ventilatie niet bijgesteld.”

“Het blijkt dat je astmaklachten kunt verminderen of zelfs kunt voorkomen door twee keer zoveel te ventileren als normaal. COPD en longkanker zijn sterk gerelateerd aan tabaksrook. De vaste bestandsdelen van de tabaksrookdeeltjes worden grotendeels verwijderd door vijf maal zoveel te ventileren dan de wet voorschrijft. De gasvormige bestandsdelen worden echter hierdoor meer geabsorbeerd door meubilair en oppervlakten in de ruimte. Het is daarom alleen zinvol veel te ventileren tijdens het roken.”

Gebouwen worden onvoldoende geventileerd, wat astmapatiënten kan nekken. Daarom: open die ramen!

Artsen en ingenieurs

Ten derde heeft Franchimon bekeken hoe domotica, dus apparaten als een videofoonverbinding met de voordeur en persoonsalarmering, bijdraagt aan het welbevinden van ouderen. Belangrijkste conclusie is dat het minder zinvol is om standaard overal dezelfde apparatuur te installeren en dat er beter gekeken kan worden naar de individuele behoefte aan veiligheid of sociaal contact.

Franchimon ten slotte: “De medische wereld en de wereld van de installatietechniek liggen tegenwoordig ver uiteen. Het zou goed zijn als artsen en ingenieurs meer thuis raken in elkaars wereld voor gezondere huizen en gebouwen in de toekomst.”

Dit artikel is een publicatie van Technische Universiteit Eindhoven, Faculteit Bouwkunde.
© Technische Universiteit Eindhoven, Faculteit Bouwkunde, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 maart 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.