Je leest:

Gezagscrisis en jongeren

Gezagscrisis en jongeren

Auteurs: , en | 13 februari 2006

Voor een groot deel van de moslimjongeren is de traditionele autoriteit van de imam niet meer vanzelfsprekend. Zij gaan zelf op zoek naar antwoorden op de vragen waar ze mee rondlopen.

De traditionele autoriteit van een imam is voor veel moslimjongeren die in Nederland zijn opgegroeid niet meer vanzelfsprekend. Het migratieproces brengt veel veranderingen met zich mee voor de moslimgemeenschappen in Nederland. Het beïnvloedt niet alleen de familiesfeer, de man-vrouwrelatie, maar ook veel maatschappelijke vanzelfsprekendheden uit de landen van herkomst vallen hier weg.

Men probeert een antwoord te vinden op maatschappelijke kwesties die betrekking hebben op de geloofsovertuigingen. Die problemen kunnen te maken hebben met de situatie thuis, op het werk, op school of bij andere maatschappelijke instellingen. Voor individuele moslims kan de moskee een plaats zijn waar ze met dat soort vragen terecht kunnen. Voor de eerste generatie migranten was het meestal genoeg dat een imam het gebed leidt en zich verder bezighoudt met de geestelijke zorg. Hij spreekt hun taal, geeft adviezen over allerlei problemen die vooral te maken hebben met de situatie op het werk en in het gezin.

Met de komst van de tweede en derde generatie is de situatie gecompliceerd geworden. In veel gevallen beheersen deze generaties de taal van hun ouders niet goed genoeg, wat betekent dat zij niet makkelijk naar een imam stappen die zich moeizaam in het Nederlands kan uitdrukken. Verder speelt daar ook een generatiekloof. Jongeren zijn opgegroeid in een Nederlandse sociale context waar individuele keuzes en vrijheden worden bevorderd boven gezag van bovenaf. Dit veroorzaakt veel verwarring en ook botsingen van waarden en normen die zij op school of straat tegenkomen, en die zij thuis en in de moskee aangeboden krijgen.

Steeds meer mensen hebben door het toegenomen onderwijsniveau zelf toegang tot allerlei religieuze teksten waardoor zij deze zelf gaan interpreteren en niet meer zo afhankelijk zijn van wat religieuze autoriteiten zoals imams zeggen. Jongeren gaan dus niet zo snel naar de imam. Veel moskeeën zijn zich hiervan bewust en zij vragen aan hun imam om ook Nederlands te beheersen.

Soms probeert het moskeebestuur een jongere imam aan te stellen waarmee de jongeren zich gemakkelijker kunnen identificeren. Maar ook voor hem geldt dat een imam niet zozeer gezag (wel respect) krijgt ómdat hij imam is, maar omdat hij antwoorden weet te geven op vragen van jongeren die aansluiten bij hun leefwereld. Zijn gezag wordt dus ook gecreëerd door de manier waarop hij omgaat met zijn geloofsgemeenschap, hoe hij antwoord geeft op verschillende vragen, en door zijn kennis van de Nederlandse maatschappij. Actief gelovige moslimjongeren beginnen hun eigen zoektocht naar de religieuze bronnen waar zij antwoorden op hun vragen kunnen vinden. Hoe gaat dat proces in zijn werk?

Hier kunnen we een aantal tendensen zien. Een meerderheid van de praktiserende moslimjongeren gaat zelf op zoek naar de antwoorden op de vragen waarmee ze rondlopen. Het begint met een zelfstudie met het idee ‘halen waar je iets halen kan’. Zij bezoeken verschillende moskeeën waar iets voor de jongeren wordt gegeven, volgen lezingen over de islam, doen cursussen over de islam aan universiteiten, doen mee aan verschillende lezingencycli waar zij die ook aantreffen. Vooral internet is een bron van informatie. Sommige jongeren gaan ook naar moslimlanden om verdere kennis te vergaren.

De jongeren die op die manier vanuit allerlei bronnen hun kennis over de islam hebben vergaard, worden vaak actief buiten de moskeeën om hun vergaarde kennis verder te verspreiden. Ze geven lezingen, die in eerste instantie beginnen in een huiskamer met een klein clubje van vrienden en kennissen. In de loop van de tijd breiden ze hun werkgebied uit naar scholen, buurtcentra, universiteiten, en niet te vergeten internet waar ze zich met verschillende fora en weblogs bezighouden. Vaak zijn ze ook actief bij studentenverenigingen die op religieuze grondslagen werken of sturen ze zulke initiatieven op afstand.

Bij deze lezingen komen veel jonge vrouwen, die vaak zeer actief met hun geloof bezig zijn, binnen moskeeën, maar zeker ook daarbuiten. Het zijn vooral de jonge vrouwen die de verschillende traditionele moskeeën te beperkt vinden.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 februari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.