Je leest:

Geweld op school: doe je aangifte?

Geweld op school: doe je aangifte?

Auteurs: en | 10 juli 2006

Waarom doen slachtoffers van een delict in het ene geval wel aangifte bij de politie en in het andere geval niet? Goudriaan ontwierp een nieuw model om aangiftegedrag van slachtoffers te voorspellen. In dat model wordt ook aandacht besteed aan omgevingsfactoren. Zij promoveerde recentelijk op haar proefschirft Reporting crime. Effects of social context on the decision of victims to notify the police.

Je loopt in de pauze tussen de lesuren over het schoolplein. Plotseling loopt er iemand van jouw leeftijd naar je toe en geeft je een harde klap in je gezicht. De dader rent hard weg, zonder iets te zeggen. Je snapt er niks van en zag het ook niet aankomen. Je voelt een stekende pijn bij je oog. De dader is iemand van jouw school, die je alleen van gezicht kent. Je houdt er een blauw oog en pijn aan je gezicht aan over, maar je hoeft er niet mee naar de dokter. Wat doe je?

Geweldopschool
Heike Goudriaan

Criminologe Heike Goudriaan legde verschillende scenario’s waarin iemand in zijn gezicht werd geslagen voor aan meer dan vijfhonderd leerlingen van zeven middelbare scholen. In sommige scenario’s was de dader een goede bekende, in sommige een vage bekende en in weer andere een onbekende. In de ene helft van de scenario’s vond het geweld plaats op straat, in de andere helft op het schoolplein. Ook verschilde het per scenario of de dader een medescholier was of niet. Bij alle scenario’s kregen de scholieren de vraag of ze het misdrijf aan de politie zouden melden en of ze het aan een medewerker van de school zouden vertellen.

En wat blijkt? Als het geweld wordt gepleegd door een medescholier, zouden leerlingen eerder aangifte doen bij de politie wanneer het op straat gebeurt dan wanneer het op school gebeurt, ook al gaat het om precies hetzelfde incident. Scholieren die een scenario hadden gelezen waarin de dader geen medescholier was, toonden geen verschil in aangiftebereidheid van geweldpleging op straat en op school.

Bij geweld op school zijn leerlingen meer geneigd naar een medewerker van school te stappen om het gebeurde aan te vertellen dan om aangifte bij de politie te doen. De kans dat slachtoffers naar een medewerker van school stappen is ook hoger wanneer de dader een medescholier is – of het geweld nu binnen of buiten de school plaatsvindt.

Hoe goed de scholier de dader kent, blijkt ook van belang: leerlingen die een scenario hadden gelezen waarin de dader een vage bekende was waren het meest geneigd naar de politie te stappen en leerlingen die de dader goed kenden het minst.

In eerdere onderzoeken werd vaak gevonden dat de ernst van het delict een grote rol speelt bij het besluit van slachtoffers om al dan niet aangifte te doen. Goudriaan concludeert dat ook de omstandigheden waaronder delicten plaatsvinden van belang zijn. Zo blijkt de kans dat slachtoffers aangifte doen van geweldpleging in een publieke ruimte (bijvoorbeeld op straat of in een park) of een semi-publieke ruimte (bijvoorbeeld een uitgaansgelegenheid of in het openbaar vervoer), kleiner dan de kans dat mensen aangifte doen van geweldpleging in een private (bij iemand thuis) of semi-private ruimte (de eigen school of werkomgeving). Vooral wanneer het geweld wordt gepleegd door een onbekende en thuis plaatsvindt, is de kans op aangifte relatief hoog.

Goudriaan vermoedt dat dit komt doordat een onbekende dader die binnendringt in een private omgeving sterkere gevoelens van kwetsbaarheid en aangedaan onrecht veroorzaakt bij het slachtoffer dan een bekende dader. Daarnaast vond Goudriaan dat de kans op aangifte bij de politie extra laag is wanneer het geweld binnen de eigen organisatie plaatsvindt (op school of het werk) en de dader ook deel uitmaakt van die organisatie. Slachtoffers kiezen er dan vaker voor het gebeurde te melden aan een medewerker (bijvoorbeeld een docent op school of de baas op het werk).

Volgens Goudriaan is dit niet erg verrassend, omdat deze organisaties in zulke situaties vaak de mogelijkheid hebben de dader te bestraffen en het slachtoffer te beschermen. Dat is niet het geval wanneer het geweld door iemand van buitenaf is gepleegd, of wanneer het buiten de muren van de organisatie heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek onder scholieren maakt deel uit van Goudriaans promotieonderzoek naar het aangiftegedrag van slachtoffers van misdrijven. Voor dit onderzoek ontwierp ze een nieuw model om aangiftegedrag te bestuderen. Ze gooide de bestaande modellen niet helemaal overboord, maar integreerde ze in een nieuw model. De belangrijkste vernieuwing in haar model is dat er niet alleen aandacht wordt besteed aan de ernst van delicten en de persoonlijke motivatie van de slachtoffers om aangifte te doen, maar dat ook wordt gekeken naar de invloed van omgevingsfactoren. In verschillende studies heeft Goudriaan onderzoek gedaan naar de effecten van de omstandigheden waarin slachtoffers zich bevinden en waaronder delicten plaatsvinden op de kans op aangifte. Hierover was nog weinig bekend.

Fiets gejat of ingebroken

Volgens de oude modellen wordt verwacht dat slachtoffers hun beslissing om aangifte te doen baseren op een kosten-batenanalyse. De ernst van het delict staat hierbij centraal. Als een delict weinig financieel of lichamelijk letsel veroorzaakt heeft, zouden slachtoffers de misdaad minder snel aangeven omdat er voor hen weinig voordeel te behalen valt als ze aangifte zouden doen. Als je fiets bijvoorbeeld gestolen wordt, kun je je misschien voorstellen dat je geen aangifte doet bij de politie omdat je weet dat aangifte je veel tijd gaat kosten en je ervan uitgaat dat je je fiets er niet mee terugkrijgt. Als er daarentegen bij je thuis is ingebroken, zul je misschien sneller aangifte doen omdat je het ernstiger vindt, omdat je de kans groter acht dat de politie er iets mee zal doen en omdat je een bewijs van aangifte nodig hebt om geld te krijgen van de verzekering.

In het nieuwe model van Goudriaan wordt verondersteld dat slachtoffers zowel een kosten-batenanalyse maken als een morele afweging bij de keuze om een misdrijf wel of niet aan te geven. Die keuze wordt medebepaald door de plaats waar het misdrijf gepleegd wordt en de relatie van het slachtoffer met de dader, maar ook door de omgeving waarin het slachtoffer zich bevindt. Goudriaan deed niet alleen onderzoek onder scholieren, maar onderzocht bijvoorbeeld ook het effect van de sociale controle in een buurt op het aangiftegedrag van mensen. Centraal in haar onderzoek staat het effect van omgevingsfactoren op het aangiftegedrag van slachtoffers.

De invloed van omgevingsfactoren moet niet overdreven worden, stelt Goudriaan. Hoe ernstig een slachtoffer een delict vindt, is nog altijd de belangrijkste factor in de keuze om wel of geen aangifte te doen. Maar hoewel de invloed van omgevingsfactoren relatief bescheiden is, is het voor een goed begrip van aangiftegedrag belangrijk om ook naar deze factoren te kijken. En aangifte doen is belangrijk. Aangiftes door slachtoffers zijn voor de politie de belangrijkste informatiebron over delicten die plaatsvinden en vormen de basis voor de meeste acties van het justitiële systeem. Als mensen geen aangifte doen, wordt het voor de politie moeilijker om criminaliteit te bestrijden en worden veel daders nooit opgepakt en bestraft.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 juli 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.