Je leest:

Gevangen in gewicht

Gevangen in gewicht

Eten hoort leuk, gezellig en lekker te zijn. Als je echter een eetprobleem hebt, is voedsel vaak een vijand. Mensen met anorexia blijven er zover mogelijk bij vandaan. Mensen met boulimia of eetbuien hebben er een soort haat-liefde verhouding mee. Er rust vaak een groot taboe op eetstoornissen, waardoor vroege herkenning van een mogelijk eetprobleem moeilijk is. Toch zijn er wel waarschuwingssignalen te vinden.

Elk mens is dagelijks met eten bezig. Logisch, eten is immers nodig om in leven te blijven. We eten ook voor de gezelligheid, om iets te vieren of om onszelf te troosten. Tegelijkertijd is slank zijn de norm. Er zijn maar weinig mensen die nooit op dieet zijn.

Voor mensen met een eetstoornis is voedsel een obsessie geworden. Hun leven wordt beheerst door eten, calorieën, gewicht en afvallen. ’s Ochtends vragen ze zich eerst af wat ze die dag wel of niet mogen eten. En aan het einde van de dag zitten ze vaak vol gevoelens van schaamte, schuld en walging wanneer ze zich niet aan hun voornemen hebben gehouden. Eten is voor deze mensen een constante bron van angst en spanning.

De weegschaal’s wil is wet. Je hele dag staat in het teken van vooral niet aankomen en proberen verder af te vallen.

Het masker van de buitenkant

Eetstoornissen zijn geen ‘meiden-ziekten’ of ‘doorgeschoten lijnpogingen’, maar ernstige, soms levensbedreigende psychische ziekten. Door de non-stop obsessie met eten en gewicht kunnen eetstoornissen enorme gevolgen voor de persoon in kwestie én zijn of haar omgeving hebben. Vroegtijdige signalering is daarom belangrijk, maar wordt vaak belemmerd door ontkenning en schuldgevoel bij degenen met een eetprobleem. Zij houden het geheim voor anderen en lopen er alleen mee rond. Ook zorgen onbegrip en gebrek aan kennis bij de omgeving er voor dat het niet goed herkend wordt. Want aan de buitenkant is niet altijd iets te zien.

In Nederland lijden naar schatting ongeveer 5500 mensen aan Anorexia Nervosa en 22.000 aan Boulimia Nervosa. De schatting is dat ongeveer 160.000 mensen lijden aan de eetbuistoornis (Binge Eating Disorder). Maar omdat het een verborgen ziekte is, liggen de exacte cijfers waarschijnlijk hoger.

Hoe magerder, hoe beter

Mensen met anorexia nervosa (magerzucht), kortweg anorexia genoemd, zijn doodsbang om dik te worden, ook al zitten ze ruimschoots beneden het gewicht dat voor hun leeftijd en lengte normaal en gezond is. Al kunnen ze al hun ribben tellen, toch voelen ze zich abnormaal dik. Vermageren is voor hen een verslaving geworden. Het geeft hen houvast, een gevoel van controle en het gevoel ergens heel goed in te zijn. Met een ijzeren wil onderdrukken ze hun honger. Eten doen ze meestal volgens een dwangmatig patroon en vaak moeten ze het eerst ‘verdienen’.

Mensen die anorexia hebben, beseffen meestal terdege dat hun omgeving het extreme lijnen afkeurt en probeert hen aan het eten te krijgen. Daarom gebruiken ze allerlei uitvluchten en trucs. Ze zeggen dat ze net gegeten hebben, gooien eten weg, of eten mee om de lieve vrede te bewaren, maar braken direct daarna alles weer uit. Verder sporten mensen met anorexia vaak fanatiek. Zo proberen ze het afvallen te versnellen.

Het duurt vaak een hele poos voordat de omgeving doorheeft dat iemand niet meer “gezond” slank is. Vooral omdat Anorexia-patiënten meestal fanatiek sporten, vallen hun uiterlijke veranderingen lange tijd hieruit te verklaren.

Jojo-en

Mensen die aan boulimia nervosa (vraatzucht), kortweg boulimia, lijden, hebben regelmatig heftige eetbuien. Ze proppen alles in hun mond wat eetbaar is, zonder iets te proeven, tot alles op is. Tijdens zo’n ‘aanval’ zijn ze elke controle over zichzelf kwijt en eten ze soms uren aan één stuk. Hierna moeten ze van zichzelf braken of laxeermiddelen of vochtafdrijvende pillen slikken om niet aan te komen. Ze weten vaak niet dat die pillen alleen helpen om vocht af te drijven en niet om calorieën kwijt te raken, of dat laxeermiddelen verslavend zijn. Na een eetbui volgt meestal een tijd van fanatiek lijnen.

Eetbuien verlopen meestal volgens een vast patroon. De persoon in kwestie fantaseert eerst over eten, gaat dan inkopen doen, stalt het voedsel op tafel uit en begint te eten tot alles op is. Voor de buitenwereld blijven deze eetbuien, uit schaamte, strikt verborgen. Mensen met deze eetstoornis ontlenen hun zelfwaardering aan de discipline waarmee ze op gewicht blijven of een eetpatroon kunnen volhouden. Hun voornemen om normaal te eten strandt echter steeds weer. Na elke eetbui schamen ze zich vreselijk en voelen ze zich schuldig en zwak.

Mensen met boulimia hebben vaak een normaal gewicht, al kan dit in korte tijd sterk wisselen. Daarom is hun probleem meestal niet aan de buitenkant zichtbaar, al denken mensen met boulimia zelf van wel.

Eetaanvallen

Een derde veelvoorkomende eetstoornis is Binge Eating Disorder (BED, eetbuienstoornis). Net als bij boulimia hebben mensen met BED regelmatig eetbuien, waarin ze grote hoeveelheden voedsel tot zich nemen. Alleen proberen ze het voedsel niet kwijt te raken door laxeermiddelen te gebruiken of te braken. Het gevolg is dat ze erg dik kunnen worden, last krijgen van overgewicht. Daardoor is deze stoornis veel zichtbaarder. De schaamte voor hun dikkere uiterlijk kan weer leiden tot meer psychische problemen en meer eetbuien. Een bijkomend probleem is dat de persoon vaak kiest voor ongezond voedsel dat zijn gezondheid niet ten goede komt.

Het lijkt wel of er enorme verschillen zijn tussen mensen die dwangmatig hongeren en mensen met eetbuien. Maar niets is minder waar. Vaak hebben mensen met deze eetstoornissen veel gemeen met elkaar. Dit is vooral terug te zien wanneer de psychische, sociale en biologische invloeden die tot het ontstaan van een eetstoornis kunnen leiden, met elkaar vergeleken worden.

Mensen met een eetstoornis hebben vaak een erg negatief beeld over hun eigen uiterlijk en innerlijk. Het niet bereiken van het streefgewicht of het ten prooi vallen aan een volgende eetbui, helpt dan niet mee. Op den duur komen ze vast te zitten in een vicieuze cirkel.

Angst als leidraad

Allereerst spelen psychische factoren of persoonlijke eigenschappen een grote rol bij het ontstaan van eetstoornissen. Mensen met anorexia en boulimia hebben vaak een aantal eigenschappen gemeen. Dat zijn: een negatief zelfbeeld en erg weinig zelfvertrouwen, het gevoel tekort te schieten, de angst om afgewezen te worden en een neiging tot perfectionisme. Ook kunnen mensen met een eetstoornis vaak moeilijk hun emoties uiten of hebben depressieve gevoelens.

Bij mensen met anorexia wordt het extreme afvallen vaak gestimuleerd door het gevoel ‘ergens goed in te zijn’ en door de complimentjes die ze aanvankelijk krijgen over hun uiterlijk. Anorexia begint dan ook vaak met normaal lijnen.

Moeilijke omgeving

Naast psychische spelen sociale invloeden ook een rol. Eetstoornissen ontstaan meestal in of na de puberteit, een levensfase met grote veranderingen. De eetstoornis kan een reactie zijn op die veranderingen, die als angstig en bedreigend worden ervaren. Andere sociale factoren die een rol kunnen spelen, zijn schokkende en ingrijpende gebeurtenissen, zoals fysiek geweld, incest of andere vormen van seksueel misbruik.

Traumatische ervaringen zijn een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van boulimia. Het modebeeld van de slanke, succesvolle vrouw en de dwang om te lijnen zijn ook van invloed op het ontstaan van eetstoornissen. Dat geldt ook voor de hoge en vaak tegenstrijdige eisen die de huidige maatschappij stelt, vooral aan vrouwen.

Tenslotte is erfelijkheid van invloed. Er zijn aanwijzingen dat eetstoornissen in bepaalde families vaker voorkomen. Sommige ziektes, waaronder suikerziekte en depressie, kunnen eveneens eetproblemen in de hand werken. Als de eetstoornis eenmaal aanwezig is, houdt de verstoring van het honger- en verzadigingsgevoel de stoornis in stand.

Door het vele dieten kan de hormoonbalans in je lichaam verstoord raken, waardoor je je hongergevoel ontregeld raakt. Je herkent dan niet meer wanneer je honger hebt of vol zit.

Alarmbellen

Eetstoornissen ontwikkelen zich dus door een samenspel aan factoren. Karakter, levenservaringen en lichamelijke aanleg of ziekte kunnen het risico op een eetprobleem verhogen. Toch heeft niet iedereen hier last van. Hoe herken je dan of iemand een mogelijke eetstoornis aan het ontwikkelen is?

Hoewel mensen vaak gedreven zijn in het verborgen houden van hun problemen met eten, zijn er in veel gevallen toch signalen op te merken, die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een (beginnende) eetstoornis. Lichamelijke veranderingen zoals verandering in gewicht, het uitblijven van menstruatie, keelpijn, flauwte, duizeligheid en maag- en darmstoornissen. Veranderingen in eetgedrag zoals slecht eten, maaltijden overslaan, na het eten naar het toilet gaan, het hamsteren van voedsel en eten wegooien. Ook kunnen veranderingen in sociaal gedrag opmerkelijk zijn, zoals stemmingswisselingen, overmatig sporten, prikkelbaarheid, het vermijden van situaties als feestjes, faalangst, spanningen, gebrek aan zelfvertrouwen en overdreven prestatiegerichtheid.

Eetstoornis…en dan?

Wanneer het vermoeden bestaat dat iemand in de omgeving een eetstoornis heeft, is het belangrijk om tijdig aan de bel te trekken. Want hoe eerder een eetstoornis als zodanig herkend wordt, hoe beter de vooruitzichten op herstel zijn. Behandeling is gelukkig vaak mogelijk. Maar dat kan een zware en langdurige strijd zijn voor de patiënt én zijn of haar omgeving. De enorme impact die een eetstoornis kan hebben op de onderlinge relatie en het vinden van een juiste houding ten opzichte van elkaar, kunnen voor moeilijkheden zorgen in het herstelproces. Advies, begrip en steun van anderen kan dan helpen. Voor naastbetrokkenen zijn daarvoor steeds meer mogelijkheden, zoals cursussen of steun- en lotgenootgroepen.

Dit artikel is afkomstig van het Fonds Psychische Gezondheid.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 oktober 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.