Je leest:

Geo-engineering als laatste redmiddel

Geo-engineering als laatste redmiddel

Auteur: | 8 januari 2010

Miljoenen spiegels tussen de aarde en de zon, raketten die sulfaatwolken maken en oceanen vol met algen: niets lijkt te gek om klimaatverandering te bestrijden. Maar moeten we wel op planetaire schaal aan onze aarde willen sleutelen?

Iedereen is het erover eens: Kopenhagen heeft gefaald. De wereldleiders konden er niet tot een klimaatakkoord komen dat een onomkeerbare opwarming van twee graden tegengaat. Alle hoop is nu gevestigd op de komende klimaattops in Bonn en Mexico. Maar wat nou als daar ook niks uit komt? De G8 wil de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 maar liefst gehalveerd zien om onder die twee graden te blijven, gaan we dat ooit redden?

Volgens John Shepherd, professor aan de Engelse Universiteit van Southampton, is er vijftig procent kans dat we iets kunnen bereiken met maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Vandaar dat Shepherd als lid van de Royal Society, het belangrijkste Britse wetenschapsorgaan, een studie leidde naar de haalbaarheid van het ultieme plan B: geo-engineering, oftewel sleutelen aan de planeet.

De studie, die in september 2009 werd gepubliceerd, kijkt serieus naar de manieren waarop geo-engineering klimaatverandering tegen kan gaan. Voor de publicatie was het ongehoord voor klimaatwetenschappers om serieus over geo-engineering te praten. Plannen om de hemel met zwavelwolken te vullen of een gigantische spiegel tussen de zon en de aarde te hangen werden met een glimlach weggewuifd. Maar wetenschappers beginnen langzaam in te zien dat politieke maatregelen weinig uithalen en groene technologie niet voldoende kan concurreren met de olie-industrie. Daarom is geo-engineering voor het eerst in de geschiedenis geen science fiction meer, maar volgens Shepherd een echte optie.

Wilde plannen

Dus wat zijn de plannen? Volgens de Royal Society moet eerst de overmatige CO2 uit de lucht. Van alle wilde plannen zijn er twee ideeën die serieus in de studie worden besproken: het bemesten van de oceanen en CO2 opslaan met kunstmatige bomen.

De oceanen bemesten

Fytoplankton, beter bekend als algen, halen CO2 uit de lucht en zetten het om in zuurstof en suiker door fotosynthese. Er zit genoeg CO2 in de lucht voor de algen om in grote getale de wereldzeeën te bevolken, maar ze hebben nog een andere voedselgroep nodig: mineralen als ijzer, nitraat en fosfaat. Daarvan zit er een stuk minder in de oceaan. Daarom kwamen wetenschappers op het idee om de wereldzeeën te bemesten met ijzerdeeltjes en urea, een bron van nitraat.

Experimenten in de jaren ’90 en ’00 met het bemesten van grote stukken zee hadden inderdaad een grote algenbloei tot gevolg. Helaas bleek dat de algen minder CO2 uit de lucht haalden dan verwacht door een slechte mix van voedingsstoffen in het water. Daarnaast is een uitbarsting van blauwalg niet goed voor een ecosysteem. De effecten op grote schaal zijn onbekend, maar wetenschappers waarschuwen voor onverwachte gevolgen voor het leven in de oceanen.

CO2-opslag met kunstmatige bomen

Bomen halen CO2 uit de lucht. Kunstmatige bomen kunnen dit ook, maar daar houdt de vergelijking op. Waar de echte boom CO2 gebruikt voor fotosynthese, voert de kunstmatige boom het gas af naar een ondergrondse opslagplaats, zoals een lege aardgasbel. Hier kan het CO2 geen warmte meer vasthouden en draagt dus niet bij aan het broeikaseffect. In de kunstboom zit een chemische centrale op zonne-energie die het CO2 uit de lucht haalt.

Het proces is zo groen als het maar kan. Alleen zie je die groene kleur ook ergens anders terug, namelijk in de dollarbiljetjes die zo’n project gaat kosten. Het bouwen en poten van kunstmatige bossen is een hele nieuwe industrie, dus het kan even duren voordat die optimaal draait. De kosten en baten zijn volgens de studie van de Royal Society dan ook niet met elkaar in balans.

Ruimtespiegels en wolkenboten

Terwijl de overmatige CO2 langzaam maar zeker uit de lucht wordt gehaald, mag de aarde niet te warm worden. Daarom kijkt de Britse studie ook naar manieren om onze wereld een graadje af te koelen.

Sulfaat injecteren in de atmosfeer

In 1991 spuwde de berg Pinatubo tijdens een lange uitbarsting duizenden tonnen zwaveldioxide de lucht in. De zwaveldeeltjes bleven hoog in de atmosfeer hangen, waar ze als ontelbare kleine spiegeltjes zonlicht terugkaatsten de ruimte in. Hierdoor daalde de gemiddelde temperatuur op aarde het jaar erop met 0,5 graad. De Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen kwam hierdoor op het idee om dit proces na te doen. Door grote hoeveelheden zwavel de lucht in te sturen, zouden we opwarming tijdelijk tegen kunnen gaan.

Er kleeft alleen een groot nadeel aan het idee, namelijk het vernietigende effect op de ozonlaag. In het jaar van de Pinatubo-uitbarsting bereikten metingen aan het ozon in de atmosfeer historische dieptepunten. Dit plan vervangt dus het ene probleem door het andere. Crutzen vindt het zelf ook een idioot idee, maar ja, zegt hij, je moet wát doen tegen het broeikaseffect.

Ruimtespiegels

Het plan klinkt o zo simpel: hang wat spiegels tussen de aarde en de zon. Zo bereiken minder zonnestralen de planeet en koelt het vanzelf af. Maar het idee staat los van elke vorm van realiteit. Een spaceshuttle zou 870.000 keer op en neer moeten om genoeg spiegels in de ruimte te hangen. Op dit moment zou dit 29 keer het jaarlijkse BBP van de VS kosten. Maar wetenschappers laten zich niet uit het veld slaan: in het onderstaande filmpje van de BBC maakt één man plannen voor een lanceercentrale in het hart van een hoge berg.

Wolkenboten

In 2005 kwam professor Stephen Salter van de Universiteit van Edinburgh voor het eerst met het idee om boten te bouwen die zeewater omzetten in wolken. De wolken dragen bij aan de bestaande wolken boven de zee, zodat een deel van het zonlicht wordt teruggekaatst. Draaiende Flettner rotors drijven de schepen aan en sturen de wolkenspray de lucht in.

Deze wolken blijven alleen wel boven het water hangen. Daarom is het niet zeker of deze oplossing het land voldoende afkoelt, met name op de polen waar opwarming het gevaarlijkst is.

Oorlog

De plannen zijn er, maar het is nog de vraag of het haalbaar is om aan de planeet te sleutelen. Maar zelfs als de technische horden worden genomen blijven er politieke vraagstukken liggen. Want wie moet dit betalen? En wat is het lange termijn effect van geo-engineering op de aarde? Daarom blijven wetenschappers voorzichtig.

Maar die voorzichtigheid wordt misschien niet gedeeld door landen waarvoor klimaatverandering een reële en directe bedreiging is. Kleine eilandstaatjes die onder dreigen te lopen door een stijgende zeespiegel nemen wellicht het heft in eigen handen en lanceren zelf raketten met sulfaat. Dit soort solo-acties kunnen in het ergste geval tot een nieuwe oorlog leiden. De Royal Society suggereert daarom met klem dat de Verenigde Naties geo-engineering reguleert en de teugels strak in handen neemt.

Geo-engineering is nog een droom. De nood is nog niet zo hoog dat we dit soort drastische maatregelen moeten, of überhaupt kunnen nemen. Maar het is geruststellend dat we een plan B hebben om op terug te vallen, hoe bizar of afschrikwekkend zo’n plan ook moge zijn.

Lees meer over geo-engineering

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 januari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.