Je leest:

‘Gentech in de landbouw is onomkeerbaar’

‘Gentech in de landbouw is onomkeerbaar’

Tien jaar biotechnologie onder de loep

Auteur: | 15 november 2010

Gentechnologie wordt overal ter wereld gebruikt, maar in Europa discussiëren we al ruim tien jaar over de gevaren en het nut ervan. Zijn de argumenten van toen nog even sterk als nu? De eerste ronde: organisaties als Greenpeace zeggen dat gentechnologie, zodra je het in de landbouw loslaat, totaal onbeheersbaar en onomkeerbaar is. Onzin of waarheid? Deel één uit de serie “Tien jaar biotechnologie onder de loep”.

Het gen dat ontsnapte

Koolzaadvelden zijn goede voorbeelden van onomkeerbare gentechnologie
Marilyn Peddel, Wikimedia Commons, CC BY 2.0

We vallen maar meteen met de deur in huis. Milieuorganisaties zoals Greenpeace hebben gelijk wanneer ze zeggen dat genetisch veranderde planten oncontroleerbaar hun nieuwe, door de mens ingebrachte genen kunnen verspreiden.

Voorbeelden van genetisch gemodificeerde (GM) planten die ontsnappen zijn er al. In Amerika zijn akkers met gengewassen al tien jaar gebruikelijk. En daar beginnen zulke planten, of kruisingen ervan, nu ook in het wild op te duiken.

Wilde koolzaadplantjes langs de kant van de weg blijken kruisingen te zijn van door de mens gemaakte gengewassen. Dat zeiden Amerikaanse onderzoekers afgelopen zomer op een conferentie in Pittsburgh. De oorspronkelijke GM-koolzaad bevat een gen dat de plant beschermt tegen onkruidverdelgers. Zo kan de boer onkruid wegsproeien zonder dat het koolzaad daar zelf onder lijdt. Toen de plantbiologen het koolzaad langs de kant van de weg testten, vonden ze datzelfde anti-verdelger-gen. Gentechnologie is in de Amerikaanse natuur dus op vrije voeten.

Omdat de planten langs de weg zijn gevonden gaat het hier waarschijnlijk om GM-koolzaad dat letterlijk van de vrachtwagen is gevallen, vertelde Tom Nickson van het biotechbedrijf Monsanto in een reactie tegen het blad Nature. Volgens Nickson betekent dat dat de gentechkoolzaad alleen in bermen groeit en nergens anders. Dus als je ieder jaar gewoon het gras langs de berm maait, is er volgens hem niets aan de hand.

Vallen genetisch veranderde koolzaadplantjes uit de vrachtwagen, of komen ze ook op andere manieren in de natuur terecht?
Wikimedia Commons

Maar deze interpretatie van Monsanto’s woordvoerder is waarschijnlijk niet geheel onpartijdig: zij zijn degene die de GM-koolzaad aan Amerikaanse en Canadese boeren verkopen. Inmiddels is zelfs zo’n negentig procent van alle Amerikaanse koolzaad genetisch veranderd.

En er is nog een reden die Monsanto’s reactie ongeloofwaardig maakt. Het is maar de vraag of de gentechkoolzaad enkel langs de berm is te vinden. Biologen weten namelijk allang dat stuifmeelkorrels van koolzaad erg ver kunnen komen: de korrels liften niet alleen mee op de wind, maar ook met insecten zoals bijen en zweefvliegen. Genetisch veranderde korrels kunnen dus makkelijk elders in de natuur terechtkomen; ook als ze aanvankelijk alleen maar in de berm voor zouden komen.

Sterker nog, gentechkoolzaad zal zich niet alleen buiten akkers kunnen vestigen; het heeft immers al aantoonbaar zijn genen met die van wilde koolzaad gemengd. Dat blijkt uit het werk van Nederlandse, Deense en Zweedse onderzoekers in het tijdschrift Environmental Science and Pollution Research.

Niet dat daarmee de oorspronkelijke koolzaad (lees: wilde koolzaad zonder anti-verdelgings-gen) al geheel is verdwenen. Dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren. Wanneer slechts één gen tussen plantenrassen op en neer reist, verdwijnen niet ineens de andere karakteristieke eigenschappen van die rassen. Zo leeft in Mexico de oerversie van maïs zonder problemen naast de door mensen bewerkte rassen. En ondanks dat deze relatief nieuwe rassen talloze genen uitwisselt met de oerversie, blijft deze gewoon zichzelf, blijkt uit onderzoek van Baltazar Baltazar in Theoretical and Applied Genetics.

Wel zeiden de wetenschappers dat er een reële kans bestaat dat wanneer het gen zich verder ongecontroleerd verspreidt, het misschien in onkruid terechtkomt. En op die dag heeft het hele verhaal geen zin meer: op de akker waar je de onkruidverdelger spuit, blijven de lastige plantjes dan ook gewoon staan.

Bananen en aardappels zijn anders

Eet je bananen, straks kan het misschien niet meer!

Toch betekent bovenstaand verhaal niet dat elke genetisch veranderde plant zich onomkeerbaar in de natuur zal verspreiden. Er bestaan ook planten waarbij het risico op onomkeerbare verspreiding nul is.

Sommige landbouwgewassen zijn hartstikke steriel en zijn niet in staat hun genen -kunstmatig ingebracht of niet- op eigen houtje te verspreiden. De banaan is zo’n plant. Bananenplanten overleven enkel omdat boeren een stukje moederplant afsnijden en dat op een andere plek verder opkweken tot een dochterplant. In feite zijn zowel moeder als dochter exacte kopieën van elkaar. Gekloond dus.

Zouden boeren ophouden met deze praktijk, die stekken heet, dan is er snel geen banaan meer op aarde. Die dag is dichterbij dan je misschien denkt, want schimmels en bacteriën hebben een steeds sterkere grip op de banaan, waardoor oogsten steeds vaker mislukken. Van nature is de banaan weerloos tegen deze ziekten, omdat hij uit zichzelf geen nieuwe resistentiegenen kan evolueren (iets wat andere planten wel doen), hij wordt immers gekloond.

Ironisch genoeg is gentechnologie de enige manier om de banaan van nieuwe resistentiegenen te voorzien. In Uganda staan inmiddels proefvelden met gentechbananen, bewapend met resistientiegenen, die onder leiding van plantbioloog Leena Tripathi worden onderzocht. Deze nieuw ingebouwde resistentiegenen kunnen zich niet zomaar verspreiden, want de banaan is hartstikke steriel. Dus geen onomkeerbare natuurramp in Uganda.

Oogst aangetast door aardappelziekte. Da’s niet lekker. En zonde. De oplossing van Wageningen, de DuRPh-aardappel, is een plant met genen uit andere aardappelvarianten.

Hetzelfde geldt voor de Nederlandse aardappel, waar de Universiteit van Wageningen gentechvarianten van uitprobeert om de beruchte aardappelziekte tegen te gaan. Onze aardappel is zo goed als steriel. Hij bloeit wel, maar blijkt in de praktijk nooit te vermenigvuldigen met wilde varianten. Wie een gentechaardappel van een akker verwijdert, ziet hem nooit meer terug.

De twijfelgevallen

In een overzicht van het verspreidingsrisico van gengewassen, geschreven door biologen Stephen Chandler en Jim Dunwell in het tijdschrift Critical Reviews in Plant Sciences, kom je ook de middenweg tegen.

Bijvoorbeeld maïs en sojaboon. Dat zijn planten die net als koolzaad zich met stuifmeel verspreiden, maar dat niet zo pittig doen als koolzaad. Bij veldexperimenten met maïs blijkt dat dat de genen van twee akkers – de een gentech, de ander normaal – op een afstand van vijftig meter nauwelijks met elkaar kruisen. Jaar na jaar blijven de planten gewoon zoals ze waren. Voor sojaboon is een afstand van tien meter tussen twee akkers al voldoende; er vindt dan geen enkele uitwisseling van genen plaats.

Maar goed: dat zijn normale omstandigheden. Wat gebeurt er als gentechstuifmeel ineens grote afstanden aflegt, doordat er bijvoorbeeld een orkaan overwaait? Afhankelijk van het gen wat er dan in zit, kunnen de gevolgen wel degelijk onomkeerbaar zijn.

Dat is de hamvraag bij elke nieuwe technologie: wegen de baten wel op tegen de risico’s? In het geval van gentechnologie in de landbouw, hangt dat volledig af van het soort gen dat in je de natuur loslaat en de kans dat het zich kan verspreiden. Die afweging is nooit gelijk voor alle soorten gengewassen. Het ene gen is de andere niet, en het risico op verspreiding is ook niet altijd hetzelfde. Gentechnologie in steriele planten, zoals de banaan, is daarom dus meer acceptabel dan in vruchtbare planten zoals koolzaad.

Bronnen

B M. Baltazar et al. (2005) Pollination between maize and teosinte: an important determinant of gene flow in Mexico. Theoretical and Applied Genetics, 110: 519-526.

Jørgensen, R.B., Hauser, T., D’Hertefeldt, T., Andersen, N.S. & Hooftman, D.A.P. (2009) The variability of processes involved in transgene dispersal – case studies from Brassica and related genera. Environmental Science and Pollution Research, 16: 389-395.

Natasha Gilbert (2010) GM crop escapes into the American wild. Nature News, 6 augustus 2010, doi:10.1038/news.2010.393

C.J.A. Hin. Landbouwkundige risico’s van uitkruising van GGO-gewassen. Centrum voor Landbouw en Milieu. Utrecht, oktober 2001. Hier beschikbaar.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink, en hoort bij het thema Voedsel produceren op Biotechnologie.nl.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 november 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.