Je leest:

Gemeentes dupe van crisis

Gemeentes dupe van crisis

Auteur: | 14 oktober 2008

Zeker tien gemeenten in Nederland kwamen van een oude kermis thuis, omdat ze bankierden bij de failliete IJslandse bank Landsbanki. Had dit voorkomen kunnen worden? Hoe houdt de overheid toezicht op de financiën?

Gemeenten ondervinden nu ook rechtstreeks de gevolgen van de kredietcrisis. Zeker tien gemeenten in Nederland bankierden bij de omgevallen bank Landsbanki, bekend van IceSave. Amstelveen is koploper; de gemeente heeft vijftien miljoen euro uitstaan bij de bank uit IJsland. Bij Goes en Pijnacker- Nootdorp gaat het om twaalf miljoen euro. Alphen aan den Rijn en Veere stalden elk drie miljoen euro bij de failliete bank, Zundert 2,5 miljoen, Naarden en het Brabantse Asten beide een miljoen. Het is nog maar de vraag of ze dit geld ooit terugzien.

De gemeente Groningen spaarde ook bij de IJslandse bank, maar haalde dit geld bijtijds terug. Een medewerker van de afdeling financiën twijfelde aan de betrouwbaarheid van de bank.Volgens een woordvoerster van Amstelveen zet de gemeente ,,alle denkbare stappen om het geld terug te krijgen’’. Maar de stad bereidt ,,zich ook voor op het slechtst denkbare scenario, namelijk dat de bank de tegoeden niet kan terugbetalen’’.

Wethouder van Financiën van Pijnacker- Nootdorp Kees van der Kraan spreekt van een pijnlijke situatie. Op het moment van het afsluiten van de contracten, vorige maand, had Landsbanki nog de hoogst mogelijke rating voor korte termijn deposito’s. Dan kun je gerust spreken van een pijnlijke verrassing, aldus Van der Kraan.

Is de schatkist van sommige gemeenten nu leeg?

Rol van de overheid

De gemeente Pijnacker- Nootdorp had zich aan alle wettelijke eisen gehouden. De overheid verplicht gemeenten (met de wet Fido) om voorzichtig om te gaan met hun geld. Ze mogen het niet risicovol beleggen, een financiële tegenpartij moet minimaal een A-status hebben en elke gemeente moet beschikken over een ‘treasurystatuut’, waarin het financiële beleid uit de doeken wordt gedaan.

Bazelse akkoorden

Vanuit Europa is er ook aandacht voor de kredietwaardigheid van banken. De Bazelse akkoorden zijn akkoorden tussen alle centrale banken over de garanties die een bank moet kunnen geven dat zij aan haar verplichtingen kan voldoen. Voor die garanties zijn solvabiliteitseisen (de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen) opgesteld. In 1988 werd het eerste akkoord opgesteld, Bazel I. Dit akkoord hield in dat banken standaard kredietregels krijgen voorgeschreven die tot doel hebben hun solvabiliteitsposities te verbeteren.

Bazel II is een akkoord dat vanaf 2007geldt. Het biedt de banken richtlijnen waarmee zij kunnen vaststellen hoeveel kapitaal zij minimaal opzij moeten zetten om onverwachte verliezen op te vangen die voortvloeien uit hun financiële en operationele risico’s. De akkoorden stimuleren banken om verfijndere methoden te hanteren om hun risico’s in kaart te brengen en te houden. Het directe gevolg is dat de bank een beter zicht moet krijgen op de individuele risico’s van hun klanten.

Conclusie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken weet inmiddels welke provincies en gemeenten in financiële problemen verkeren door de kredietcrisis. Ze zullen onderzoeken of de lagere overheden in strijd hebben gehandeld met de wet. Dit is het geval als ze geleend geld bij bank A wegzetten tegen een hogere rente bij bank B.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.