Je leest:

Geen verrassingen achteraf

Geen verrassingen achteraf

Auteur: | 19 augustus 2010

Medicijnen maken met behulp van dierlijke cellen is handig, maar de stap van een klein celkweekje naar goedkope medicijnproductie in grote vaten is nog hopeloos ouderwets: pas aan het eind valt te bepalen of het medicijn geslaagd is. En dat kost geld en bijvoorbeeld dierproeven. Jonge wetenschapper Mathieu Streefland (32) wil dat veranderen.

Mathieu Streefland begint niet zomaar ergens aan. Eerst even rondkijken. Uitproberen. De nieuwsgierigheid bevredigen. Kenmerkend daarvoor was de periode vlak na zijn studie: in plaats van gewoon onderzoeker aan de universiteit te worden, waarbij je jezelf als zogenaamde AIO voor vier jaar vastlegt, liet hij zich liever van klus naar klus sturen via een detacheringsbureau. Niet dat hij geen lange-termijn-ambities heeft. Een roeping volgde acht jaar geleden: medicijnen en vaccins worden op een vreselijk ouderwetse manier gemaakt, en dat kan beter.

“Een autofabrikant moet er niet aan denken om van elke auto pas achteraf te testen of hij het doet en of hij veilig is”, zegt Mathieu Streefland op zijn kamer met royaal uitzicht over de Utrechtse Heuvelrug, in Wageningen University. Zijn ambitie om medicijnproductie te verbeteren verduidelijkt hij al jaren met dit voorbeeld. Zijn denkbeeldige autofabrikant heeft een probleem: hij weet niet hoe zijn fabriek de auto’s maakt.

Elke nieuwe auto in de muur crashen als veiligheidstest is een beetje zonde.
Brady Holt

En hoewel autofabrikanten hier dan ook geen last van hebben – ze weten vaak prima hoe hun fabriek werkt – geldt zeker niet hetzelfde voor de situatie waarin sommige farmaceuten zich bevinden. Streefland heeft het dan over de geneesmiddelen die gemaakt worden door dierlijke cellen in grote vaten. Omdat dierlijke cellen soms onvoorspelbaar zijn, lopen kosten en tijd die je nodig hebt om medicijnen te maken soms onnodig hoog op, vindt de onderzoeker.

Waarom zou een farmaceut dan dierlijke cellen gebruiken om medicijnen te produceren? Omdat ze er gewoon goed in zijn. “Er worden nog steeds (delen van) virusvaccins door niercellen van apen geproduceerd”, vertelt Streefland. “En een andere veelgebruikte lijn diercellen voor medicijnproductie komt uit de Chinese dwerghamster.”

Wat maakt het produceren van geneesmiddelen uit dierlijke cellen dan zo duur? “Stel”, vervolgt Streefland, “je ontdekt dat een bepaalde dierlijke cel goed is in het maken van een nieuw medicijn. Om dat medicijn voor een aantrekkelijke prijs te verkopen moet je het op veel grotere schaal maken dan je ontdekking. Je wilt zoveel mogelijk diercellen in een vat stoppen en die het medicijn uit laten scheiden.”

Mathieu Streefland op zijn kamer in Wageningen.
Ronald Veldhuizen

En precies daar zit volgens Streefland het probleem. “De cellen gedragen zich in een vat van vierduizend liter anders dan in een testvat van twintig liter. De temperatuur is bijvoorbeeld anders, of de mengsnelheid. Met andere woorden: als je het proces opschaalt om meer medicijnen te maken, komt het medicijn er misschien anders uit dan je hoopt.” Alle veiligheidstests voor dat medicijn moeten volgens de keuringsdiensten dan opnieuw, waaronder ook de dierproeven. Dat vindt Streefland zonde: “Niet alleen van het geld, maar ook van de dierproeven.”

Hoe je processen met levende cellen van een kleine naar grote schaal oprekt en dan nog hetzelfde product krijgt, is een wetenschapsgebied in haar kinderschoenen. “Je hebt aan de ene kant alle technische details die met productie op grote schaal te maken hebben, en aan de andere kant je farmaceutische product en hoe je wilt dat het in het lichaam zal werken. Daartussenin bestaat op dit moment een enorm gat. Voor veel medicijnen uit diercellen duurt het lang om te achterhalen hoe je uit een vat van tienduizend liter exact hetzelfde medicijn kunt halen als uit een glaasje van een paar milliliter. Er bestaan wel opleidingen die leren hoe je bioprocessen kunt opschalen, maar wat voor effect die opschalingen op een complex product als een therapeutisch eiwit hebben, dat is grotendeels onbekend terrein.”

Hoe wil Streefland het gat opvullen? Door tijdens het van klein naar groot gaan met de medicijnproductie zoveel mogelijk details over je cellen te verzamelen, en te berekenen wat de volgende stap moet zijn. “Dan beheers je het proces.” Dat je een medicijnproces met levende cellen kan beheersen, bewees Streefland de afgelopen jaren bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid & Milieu (RIVM). Daar had hij zeven jaar gewerkt aan het proces voor het maken van een vaccin tegen kinkhoest. “Om zoiets op grote schaal te brengen, moet je twee dingen doen: eraan rekenen en kijken hoe de levende cellen in een vat reageren. Ik vind dat je die twee dingen niet apart, maar tegelijk moet doen.”

En met dat motto in het achterhoofd is Streefland nu bezig een onderzoeksgroep op te zetten aan de WUR. “Ik heb het afgelopen half jaar veel achter de computer gezeten om Nederlandse subsidies aan te vragen.” Maar wanneer de onderzoeksgroep eenmaal is gestart, hoopt Streefland weer iets vaker met zijn nieuwsgierigheid te spelen – met zijn collega’s in het lab nieuwe manieren van medicijnproductie uitproberen.

Zie ook:

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 augustus 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.