Je leest:

Geen recht op verdriet

Geen recht op verdriet

Auteur: | 12 september 2006

In onze samenleving bestaan regels die aangeven wie, wanneer, waar, hoe en hoelang en voor wie mensen mogen rouwen. Val je buiten deze regels, dan heb je als het ware ‘geen recht op verdriet’. Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer de relatie met een overledene niet wordt erkend: je ex-man overlijdt, of je minnares. Sommige verliezen worden niet als maatschappelijk betekenisvol beschouwd, zoals bij een abortus of het doodgaan van een huisdier. Bovendien komt het vaak voor dat het eigen verdriet niet erkend wordt, bijvoorbeeld wanneer een partner in een niet-traditionele relatie sterft.

Myriam was al zeven jaar gescheiden toen haar ex-man stierf. In de uitvaartviering had ze het gevoel dat er een weduwe te veel in de kerk zat. In de homilie ging het voortdurend over zijn vrouw en zijn kinderen. Haar kinderen wisten niet of ze vooraan bij de tweede vrouw van hun vader moesten zitten of achteraan bij hun moeder.

Eén van de belangrijkste en vernieuwende begrippen in de studie van rouw is het niet-erkende verdriet, waarbij het verlies maatschappelijk niet wordt herkend en erkend, soms zelfs niet door de rouwenden zelf. Er bestaan ook geen maatschappelijke gebruiken en rituelen die vorm geven aan het verdriet bij een overlijden dat maatschappelijk als zodanig niet wordt erkend. En zouden ze wel bestaan, dan wordt de rouwende er om één of andere reden van uitgesloten. Bij het sterven van een ouder, een echtgenoot of een kind, wordt het verlies erkend en kan verdriet openlijk worden geuit.

Het begrip ‘niet-erkend verdriet’ benadrukt dat er in onze samenleving regels bestaan die nauwgezet aangeven wie, wanneer, waar, hoe en hoelang en voor wie mensen mogen rouwen. We vinden deze regels terug in de arbeidsvoorwaarden. Zo krijgt een personeelslid vijf dagen verlof bij het overlijden van de partner, drie dagen bij het sterven van zijn kind, vader of moeder, broer of zus. Deze regels weerspiegelen dat onze samenleving bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Ze zijn volledig gericht op familierelaties en alleen deze genieten sociale erkenning. Deze regels stemmen echter niet altijd overeen met de aard van de band die mensen met elkaar voelen, met de betekenis die een verlies krijgt en met de gevoelens van de nabestaanden. De vraag doet zich dan ook voor waaróm er sprake is van niet erkend verdriet?

Het begrip ‘niet-erkend verdriet’ benadrukt dat er in onze samenleving regels bestaan die nauwgezet aangeven wie, wanneer, waar, hoe en hoelang en voor wie mensen mogen rouwen.

De relatie wordt niet erkend

Verdriet wordt vaak niet erkend als de relatie niet op verwantschap is gebaseerd. De innigheid van andere relaties dan verwantschapsrelaties wordt niet op dezelfde manier gewaardeerd. Hoewel vriendschap zeer hoog wordt aangeslagen, staan wij er te weinig bij stil wat het betekent als een goede vriend wegvalt. Vrienden, buren, pleegouders, collega’s, stiefouders en stiefkinderen, zorgverleners en kamergenoten kunnen een zeer belangrijke rol spelen in iemands leven. Zelfs als deze relaties worden erkend, dan krijgen de rouwenden niet volledig de kans om te rouwen. Van hen wordt zelfs verwacht dat ze de familieleden steunen en bijstaan, in plaats van aan hun eigen rouw toe te komen.

Daarnaast zijn er relaties die niet ten volle worden erkend of sociaal aanvaard zoals buitenechtelijke verhoudingen. Ook mensen die in het verleden een relatie hadden met elkaar, kunnen diep verdriet voelen wanneer hun vroegere partner sterft. De dood maakt immers het eerdere verlies definitief en onherroepelijk. Het sterven betekent het einde van elk contact, maar ook van de hoop op hereniging. Onze samenleving houdt er geen rekening mee dat verdriet wordt gevoeld bij het sterven van iemand waarvan de rouwende reeds jaren gescheiden is en dat kinderen kunnen treuren om het sterven van een vader die ze nauwelijks hebben gekend. Ze betreuren het verlies `van wat eens was’ en `van wat had kunnen zijn’.

Het verlies wordt maatschappelijk niet als betekenisvol beschouwd

Een miskraam of de sterfte van een kind bij de geboorte wordt vaak niet erkend als een ingrijpend verlies, omdat de ouders het kind nauwelijks hebben gekend. Het afstaan van een kind voor adoptie of een abortus wordt ook vaak onderschat. Het is niet omdat de ouder er zelf mee akkoord ging, dat het geen verlies betekent. Het verlies van kinderen aan het begin en aan het einde van de kindertijd wordt vaak genegeerd. Toen een moeder de opmerking maakte dat het in de uitvaartviering van haar enige zoon uitsluitend over zijn vrouw en kinderen ging, kreeg ze te horen dat hij toch niet meer thuis woonde. Alsof hij dan niet meer haar zoon zou zijn…

Soms bestaan er hechte banden tussen mens en huisdier. Voor sommigen is een huisdier hun enig gezelschap en hun enige hechte band. Toch wordt dit verlies door anderen vaak als niet betekenisvol afgedaan. Bovendien schaamt het achterblijvende baasje zich vaak voor zijn gevoelens en houdt hij deze voor zichzelf, bang dat anderen het niet zullen begrijpen.

De samenleving gaat ook voorbij aan de vele verliezen waarmee migranten worden geconfronteerd. Wat het achterlaten van hun volk, hun land en inburgering in nieuwe gewoonten betekent, wordt onderschat. Vaak wordt gedacht dat het geen verlies betekent omdat ze zelf de beslissing hebben genomen. Ook bemoeilijkt het niet aanwezig kunnen zijn op het stervensmoment van familieleden het rouwproces. Voor medeburgers in hun omgeving zijn deze familieleden onbekend, waardoor het hele gebeuren soms als een non-event aan hen voorbijgaat. Een ander verlies dat vaak als niet betekenisvol wordt afgedaan, is het sterven van een huisdier. Soms bestaan er hechte banden tussen mens en huisdier. Voor sommigen is een huisdier hun enig gezelschap en hun enige hechte band.

Als we een naaste verliezen die nog leeft, maar behandeld wordt alsof hij dood is, zoals bij een levenslange gevangenisstraf, spreken we van `sociale dood’. Iemand die geen besef meer heeft van zijn bestaan, is `psychologisch dood’. Voorbeelden zijn mensen die in een onomkeerbaar coma vertoeven, of hersendood zijn. We spreken over `psychosociale dood’ als de persoonlijkheid zo’n verandering heeft ondergaan, dat de persoon die hij of zij voorheen was als dood kan worden beschouwd. We kunnen hierbij denken aan mensen die door een psychische ziekte, dementering, hersenbeschadiging of verslaving zo veranderd zijn dat ze niet meer dezelfde zijn. In al deze situaties ervaren verwanten een intens gevoel van verlies dat echter niet publiekelijk wordt erkend omdat hun dierbare biologisch nog in leven is.

De verliezer wordt niet als verliezer erkend

Bij mensen die sociaal worden beschouwd als het niet meer in staat zijn tot het voelen van het verlies, zoals hoogbejaarden, jonge kinderen en personen met een mentale handicap, wordt hun nood om te rouwen dan ook niet onderkend. Ze worden vaak uitgesloten van de regelingen en de rituelen bij de uitvaart.

Hoogbejaarden, jonge kinderen of mentaal gehandicapten worden vaak uitgesloten van de afscheidsrituelen die bij een uitvaart horen, omdat wordt gedacht dat zij niet in staat zijn tot het voelen van verlies.

Eigen verdriet niet erkennen

Het niet erkennen van het verdriet is niet alleen te wijten aan de gangbare normen in de samenleving, maar iemand kan ook zichzelf niet toelaten verdriet te voelen. De bron van niet-erkenning is hier niet de maatschappij, maar ligt in de persoon zelf. Het mechanisme dat dit veroorzaakt, is vaak schaamte. Schaamte over de eigen reacties, bijvoorbeeld bij het sterven van een huisdier. De eigen gevoelens worden niet toegelaten. Bang dat anderen dit niet zullen begrijpen. De specifieke aard van de niet-erkende rouw zorgt voor bijkomende problemen. Allereerst worden de emotionele reacties die zich ook bij de normale rouw voordoen, geïntensiveerd. Gevoelens van agressie, schuld, droefheid, eenzaamheid en hopeloosheid kunnen worden versterkt door het niet erkennen van de rouw.

Een tweede probleem is dat ambivalentie in de relaties zoals bijvoorbeeld het gelijktijdig optreden van crisissen, de rouw kunnen compliceren. Beide omstandigheden doen zich vaak voor in situaties van niet erkende rouw. Uit onderzoek is bekend dat er vaak ambivalente gevoelens bestaan bij abortus, ex-echtgenoten, niet-traditionele relaties, of bij de families van psychisch zieken of demente ouderen. Ook treden er frequent gelijktijdig crisissen en problemen op. Samenwonenden die niet gehuwd zijn, zowel in heteroseksuele als in homoseksuele relaties, ervaren bij het sterven van de partner vaak financiële en legale problemen met betrekking tot erfenissen en eigendommen. Personen met een mentale handicap blijven na de dood van de ouders niet alleen bedroefd achter, maar tezelfdertijd verliezen ze de belangrijkste opvangpersonen.

Een crisis komt zelden alleen: voor veel ongetrouwd samenwonenden betekent het overlijden van hun partner niet alleen leven met een pijnlijk verlies en groot verdriet, maar ook problemen over wie er recht heeft op de erfenis en eigendommen.

Als derde probleem ontbreken rituelen die in normale omstandigheden het uiten van verdriet bevorderen. Een ex-partner of een buitenechtelijke partner wordt niet betrokken in de zorg en de regeling van de uitvaart of heeft geen bevoorrechte plaats bij het gebeuren. Bij bepaalde verliezen, zoals bijvoorbeeld echtscheiding of psychisch ziek worden van de partner, zijn er zelfs geen afscheidsrituelen die vorm kunnen geven aan het verdriet.

Een vierde probleem is dat de specifieke aard van het niet-erkende verdriet ervoor zorgt dat er weinig sociale ondersteuning wordt geboden. Het blijft binnen de privé-sfeer van het individu. Hij krijgt geen verlof van het werk en heeft geen kans om zijn verdriet te uiten. De deelnemingsbetuigingen bij een normale rouw ontvangt hij niet. Zelfs de traditionele maatschappelijke vormen van troost, zoals voorzien door een geloofsgemeenschap, ontbreken als het gaat om een relatie die binnen de gelovige traditie wordt veroordeeld.

Steeds meer mensen leven in niet-traditionele relaties. Het aantal echtscheidingen neemt toe. Meer kinderen groeien op in één-oudergezinnen of in hernieuwd samengestelde gezinnen. De AIDS-crisis zorgt voor een nieuwe vorm van verborgen rouw vanwege schaamte voor de ziekte en de omstandigheden waarin deze werd opgelopen. De multiculturele samenleving brengt veel mensen in nieuwe situaties en de verliezen die ze meedragen of lijden blijven onopgemerkt voor hun omgeving. Er zijn dus heel wat factoren die maken dat het aantal situaties van niet-erkend en verborgen verdriet toenemen.

Dit artikel is een publicatie van Silhouet.
© Silhouet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 september 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.