Je leest:

Geen muurbloempjes meer

Geen muurbloempjes meer

Auteur: | 1 juni 2010

Astrocyten, wijdvertakte cellen in het brein, kregen tot voor kort maar weinig aandacht. Ze waren een soort hersenlijm, zo werd gedacht. Maar nu blijkt dat sommige astrocyten kunnen uitgroeien tot zenuwcel, staan ze in het middelpunt van de belangstelling.

Stervormig maar vooralsnog zonder sterrenstatus, zo zouden we ze kortweg kunnen typeren: astrocyten. Ze komen veel voor (in de meeste hersengebieden zo’n tien keer vaker dan zenuwcellen) maar kregen tot nu toe weinig aandacht. Dat is aan het veranderen. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat astrocyten veel meer doen dan alleen de boel een beetje aan elkaar plakken. De voormalige muurbloempjes van het brein zijn hot.

Kenmerkend voor astrocyten is de aanwezigheid van GFAP (glial fibrillary acidic protein). Verschillende varianten (zogenaamde isovormen) van het eiwit kunnen als marker, als herkenningspunt, fungeren voor de stervormige steuncellen.

Neurale stamcellen

Neurowetenschapper Jinte Middeldorp, verbonden aan het op het AMC-terrein gevestigde Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN), gebruikte GFAP dan ook om astrocyten op te sporen en te analyseren. Er blijken verschillende soorten te bestaan met uiteenlopende functies. ‘Ze kunnen stoffen verwijderen, stimuleren herstel van zenuwcellen en spelen een cruciale rol bij het doorgeven van elektrische signalen tussen neuronen, om er maar een paar te noemen.’ Nog belangrijker: Middeldorp en collega-onderzoekers toonden aan dat sommige astrocyten eigenlijk neurale stamcellen zijn: voorlopercellen in de hersenen die zich, net als stamcellen in de rest van het lichaam, kunnen ontwikkelen tot diverse celtypen. Bepaalde astrocyten, herkenbaar aan een specifieke variant van GFAP, zijn zelfs in staat om uit te groeien tot zenuwcel. Niet alleen in de embryonale fase als het brein nog volop in ontwikkeling is, maar ook op volwassen leeftijd.

Astrocyten zijn meer dan hersenlijm. De cellen hebben uiteenlopende functies. Ze kunnen stoffen verwijderen, stimuleren herstel van zenuwcellen en spelen een cruciale rol bij het doorgeven van elektrische signalen tussen neuronen. Sommige astrocyten zijn zelfs neurale stamcellen.

Vooral dat laatste is interessant nieuws voor bijvoorbeeld Alzheimerpatiënten. Immers: lukt het om via ‘stamcel-astrocyten’ nieuwe neuronen te ‘kweken’, dan kan op die manier wellicht verdere cognitieve achteruitgang worden voorkomen, en wie weet zelfs bestaande schade worden hersteld. Voor haar promotie-onderzoek vergeleek Middeldorp daarom bij Alzheimerpatiënten en gezonde leeftijdsgenoten deze stamcel-astrocyten in verschillende delen van het brein. Ze zag grote individuele verschillen, maar op groepsniveau bleken patiënten gemiddeld evenveel van deze astrocyten te hebben als gezonde leeftijdsgenoten. Anders gezegd: zowel dementiepatiënten als gezonde ouderen beschikken over een (ongeveer even grote) voorraad ‘proto-neuronen’.‘Hoe die transformeren tot echte zenuwcellen weten we nog niet. Maar op termijn biedt dat gegeven misschien aangrijpingspunten voor nieuwe medicijnen om de aanmaak van neuronen te stimuleren.’

Astrocyt-ziekten

Beïnvloeden astrocyten ook de ophoping van amyloïd bèta-eiwit in zogenaamde plaques – één van de meest in het oog springende kenmerken van Alzheimer? ‘Daarop hebben we nog geen eenduidig antwoord. We zien verhoogde reactiviteit van bepaalde astrocyten rondom de plaques. Vermoedelijk een gevolg van ontstekingsreacties in de hersenen. Geen oorzaak dus.’

Is dit nu het begin van de ontdekking van een nieuwe categorie aandoeningen: de astrocyt-ziekten? ‘Eentje is al bekend’, zegt Middeldorp. ‘De ziekte van Alexander, een ernstige neurologische aandoening veroorzaakt door een mutatie in het GFAP-gen. Daardoor is de astrocyt-functie ernstig verstoord. De ziekte treft vooral jonge kinderen, maar is gelukkig heel zeldzaam. Een behandeling is er nog niet.’ Vaak gaat de aandoening gepaard met epilepsie, en dat is een interessant gegeven. Op dit moment loopt in het NIN namelijk nog meer onderzoek naar de rol van astrocyten bij hersenziekten als Parkinson en – in samenwerking met de afdeling Neuropathologie van het AMC – epilepsie. Middeldorp weet het dan ook zeker: ‘Astrocyten, daar gaan we nog heel veel van horen.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.