Je leest:

Geen mobiel als radiotelescoop

Geen mobiel als radiotelescoop

Vanmiddag met de handen in de lucht gestaan om ruimtesonde Huygens op te vangen? Jammer, maar het heeft niets uitgehaald. Niet vanwege te lage opkomst: de natuurkunde van het plan klopte niet. Kennislinks 1-april grap van 2005 was een groot succes.

Bergen e-mail mochten we verstouwen: van “huygens op zoek naar het signaal op 1.4.05” tot “trapt hier nou iemand in?” Radiozenders interviewden ons de oren van het hoofd. En dat alles door een toch wel doorzichtig 1 april geintje. Want, eh, even onder ons? De Huygens-sonde zendt al tijden niet meer uit. Zelfs áls Huygens nu nog had uit staan zenden was het signaal gruwelijk zwak geweest. Vijf uur achtereen gegevens ontvangen en verzenden, daar hadden de ontwerpers nog op gerekend, maar de sonde was niet gebouwd om maanden achtereen te werken.

Schematische werking van een radiotelescoop. Inkomende radiostraling wordt door de speciale vorm van de radioreflecterende schotel in een brandpunt gebundeld. Daar hangen sensoren of een tweede spiegel die de straling verderstuurt.

Zoals gezegd, Huygens heeft maar het zendvermogen van een mobiele telefoon. Tientallen radiotelescopen over de hele planeet moesten op 14 januari samenwerken om alleen maar de draaggolf op te kunnen vangen – laat staan dat ze de gegevens uit konden lezen. Die vormen namelijk maar een klein deel van het totale signaal. Tienduizend mobieltjes-dragers kónden dan ook geen verbetering in brengen in de ontvangst.

Maar hád het kunnen werken, ons idee om met mobiele telefoons een radiospiegel te maken? Helaas niet. Wat ontbrak er? Materiaal en vorm zijn de sleutel tot een fatsoenlijke telescoop. Mobiele telefoons zijn dan wel gevoelige radio- ontvangers, maar ze kaatsen beroerd terug de ruimte in. Ook niet met dertig of tienduizend mobieltjes tegelijk. Daar moet je toch echt een metalen schotel voor nemen, zoals de bekende telescoopparken in Drenthe (Westerbork Synthesis Radio Telescope) of New Mexico (Very Large Array) of de Arecibo telescoop hebben.

Very Large Array in New Mexico bron: NRAOKlik op de afbeelding voor een grotere versie.

Echte schotelantennes zijn niet alleen van radioreflecterend materiaal gebouwd, ze bundelen radiostraling die op de schotel valt ook in een brandpunt. Daar wordt de echte detector opgehangen, of hangt een tweede spiegel die de straling richting sensoren kaatst.

Die uiteindelijke radiodetector krijgt alle straling die op het schoteloppervlak valt te verwerken: oren van tientallen vierkante meters groot dus. Voor goede bundeling in een brandpunt is wel een speciale komvorm nodig! Onze snel opgerichte “spiegel” was zo vlak als Nederland en bundelde geen straling in één punt, laat staan in de radiotelescopen in Drenthe. Het Huygens Observation Aperture eXperiment was, zoals de naam al zei, één grote HOAX.

Ondertussen komen de foto’s binnen; we verzamelen die op een aparte pagina. Even wachten nog…

Organisatie

De Grote Huygens-meting was een idee van Kennislink. Onze partners-in-crime NU.nl, Planet Internet Wetenschapsnieuws, de Mars Society, UFO Plaza, Kennisnet, Natuurkunde.nl en het Stedelijk Gymnasium Haarlem waren zo sympathiek het verhaal te verspreiden: thanks people!

Natuurlijk ook dank aan Sidney Cadot voor het verzinnen van ’t Huygens Observation Aperture eXperiment (HOAX).

Tekst, beeld en animatie: Carl Koppeschaar, Ilja van Dam, Giovanni Stijnen en Gieljan de Vries

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 april 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE