Je leest:

Geen gebarentaal meer voor dove kinderen met implantaat?

Geen gebarentaal meer voor dove kinderen met implantaat?

De taalontwikkeling van kinderen met een cochleair implantaat die alleen gesproken taal leren verloopt sneller dan die van kinderen met een cochleair implantaat die ook gebarentaal leren. Dit schrijft Leids onderzoeker Karin Wiefferink in haar proefschrift. Zij promoveert op 13 september aan de Universiteit Leiden.

Meisje
Universiteit Leiden

In Nederland worden jaarlijks 150 tot 200 slechthorende en/of dove kinderen geboren. Gehoorverlies heeft grote gevolgen voor hun ontwikkeling, omdat ze geen toegang hebben tot gesproken taal. Daardoor verloopt de interactie tussen deze kinderen en hun veelal horende ouders vaak moeizaam. Een goede interactie tussen ouders en kinderen is belangrijk voor de ontwikkeling, met name de taalontwikkeling, de intellectuele ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw kunnen kinderen met een ernstig gehoorverlies een cochleair implantaat (CI) krijgen, waarmee ze toegang verkrijgen tot gesproken taal.

Wiefferink vergeleek de taalontwikkeling van Vlaamse kinderen met een cochleair implantaat (CI) en die van Nederlandse kinderen, ook met een cochleair implantaat, die echter opgroeiden in een tweetalige omgeving waarin ze zowel gesproken als gebarentaal leerden. Uit het onderzoek bleek dat de gesproken taalontwikkeling van de Vlaamse kinderen sneller verliep dan die van de Nederlandse kinderen. Opvallend was dat de gebarentaal van Nederlandse kinderen zich nauwelijks nog ontwikkelde als ze eenmaal een CI hadden. Bovendien ontwikkelden Nederlandse kinderen na verloop van tijd een voorkeur voor gesproken taal. Deze resultaten suggereren dat een eentalige omgeving beter is voor de taalontwikkeling dan een tweetalige.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Een tweede onderzoek uit het proefschrift laat zien dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een CI trager verloopt dan die van normaal horende kinderen. Opvallend was dat de taalontwikkeling daarbij een beperkte rol speelde. Een mogelijke verklaring is dat CI-kinderen minder meekrijgen van wat er in hun directe omgeving gebeurt, omdat het moeilijk voor ze is om gesprekken te volgen in een rumoerige omgeving. Wiefferink: “De toegang tot de sociale omgeving lijkt dus van belang voor de emotionele ontwikkeling.”

Volgens de onderzoeker is het essentieel om de gesproken taalontwikkeling van kinderen zoveel mogelijk individueel te stimuleren. “Omdat jonge kinderen de meeste tijd met hun ouders doorbrengen, is het dus ook belangrijk om ouders te leren hoe zij hun slechthorende kind kunnen helpen bij het leren herkennen van en het leren omgaan met emoties,” legt Wiefferink uit.

Tweede cochleair implantaat

Ook het plaatsen van een tweede cochleair implantaat lijkt positieve effecten te hebben op de taalontwikkeling. Met twee CI’s kan een kind makkelijker spraak verstaan in een omgeving waar meer geluiden zijn. Het College voor Zorgverzekeringen heeft begin september besloten om voor kinderen tot 5 jaar ook een tweede CI te vergoeden. Tot op heden werd slechts één CI vergoed.

De Universiteit Leiden, het LUMC en de NSDSK, de zorginstelling voor dove en slechthorende kinderen waar de promovenda werkzaam is, zijn een intensieve samenwerking aangegaan. In 2010 heeft de NSDSK een bijzondere leerstoel Sociale en Emotionele Ontwikkeling bij Kinderen met Auditieve en/of Communicatieve beperkingen ingesteld bij de afdeling Ontwikkelingspsychologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Prof.dr. Carolien Rieffe bezet deze leerstoel.

Lees meer over doofheid op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"http://www.kennislink.nl/kernwoorden/doof.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 september 2012

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE