Je leest:

Geen eenvoud in meervoud

Geen eenvoud in meervoud

Auteurs: en | 11 augustus 2008

Het Nederlands kent een 1ste, 2de en 3de persoonsvorm, en daarbinnen nog het onderscheid tussen enkelvoud en meervoud. Bij persoonlijk voornaamwoorden in het meervoud is het alleen niet altijd even duidelijk naar wie verwezen wordt. Hoe komt dit en zijn er talen die dit beter hebben opgelost?

“Ik, jij, hij, wij, jullie, zij”, zo wordt ons op de basisschool het rijtje van persoonlijke voornaamwoorden geleerd. Je kunt het ook mooi overzichtelijk in een tabel stoppen:

Tabel 1

Maar wat betekent dat, 1ste, 2de en 3de persoon? En waarom is er geen 4de persoon? Eigenlijk is dat heel simpel. Elke zin in een taal heeft een spreker (degene die de zin uitspreekt) en een hoorder (degene die de zin hoort). Als Jan tegen Yolanthe zegt “Ik hou van jou” dan is Jan de spreker en Yolanthe de hoorder. De 1ste persoon ( ik) betreft de spreker en de 2de persoon ( jij) de hoorder, dus in de “Ik hou van jou”-zin slaat ik op Jan en jou op Yolanthe.

Dan blijft de 3de persoon ( hij) nog over. Die wordt gebruikt voor iemand die spreker noch hoorder is – laten we daar de term buitenstaander voor gebruiken, iemand die buiten de conversatie staat. En daarmee zijn de vormen van het enkelvoud benoemd. Natuurlijk kan de 3de persoon enkelvoud ook zij of het zijn – en dan is er nog mij, jou, hem, haar en meervoud ons, hen, hun – maar daar ga ik in dit stukje zoveel mogelijk aan voorbij.

Wij inclusief en wij exclusief

Zodra we bij het meervoud aankomen wordt het al snel moeilijker. Wat betekent bijvoorbeeld wij nou precies? Stel dat er twee personen aan het praten zijn over ene Jantje. Zegt een van de twee nu: “Wij hebben hem niet nodig”, dan slaat wij op de spreker en de hoorder (en hem op Jantje). Zou er echter gezegd zijn: “Wij hebben jou niet nodig”, dan verwijst wij naar de spreker en Jantje (en jou uiteraard naar de hoorder).

Doordat wij in het Nederlands deze twee interpretaties heeft (‘spreker & hoorder’ of ‘spreker & buitenstaander’), kan het gebruik van wij tot onduidelijkheid leiden. Deze interpretaties worden ook wel aangeduid met de termen wij inclusief (‘spreker & hoorder’) en wij exclusief (‘spreker & buitenstaander’), waarbij de woorden inclusief en exclusief aangeven of de hoorder wel of niet in de verzameling aangeduid door wij zit. Een aantal talen heeft twee aparte persoonlijke voornaamwoorden voor beide interpretaties. Eén zo’n taal is het Ojibwa, een Noord-Amerikaanse Indianentaal. Het Ojibwa gebruikt het woord ying als wij inclusief en het woord yaang als wij exclusief. De volgende twee zinnen illustreren dit gebruik in het Ojibwa:

(1)   Aaniish gaa kida ying        ’Wat zeiden wij?’ ( wij inclusief)

(2)   Aaniish gaa kida yaang        ’Wat zeiden wij?’ ( wij exclusief)

In het Nederlands is het onderscheid alleen in mindere mate aanwezig in de gebiedende wijs van het werkwoord laten. In de zin “Laten we gaan!” is we alleen te interpreteren als wij inclusief (spreker & hoorder), terwijl in de zin “Laat ons gaan!” ons gezien moet worden als een vorm van wij exclusief (spreker & buitenstaander).

Groep of meervoud?

Het meervoud van ik kan dus of wij inclusief of wij exclusief zijn. Maar eigenlijk is dat sowieso een vreemde voorstelling van zaken, wij als meervoud van ik. De term meervoud betekent zoveel als “een verzameling individuen”. Het meervoud wielrenners betekent dan “een verzameling van mensen die wielrenner zijn”. Maar hoe anders is dit bij wij. Meestal betekent wij niet “een verzameling van mensen die spreker zijn”, wat je wel zou verwachten als wij het meervoud van ik zou zijn. Alleen als er bijvoorbeeld met kerst “Wij komen tezamen” gezongen wordt dan zou je wij kunnen interpreteren als een verzameling van sprekers. In al die andere gevallen verwijst wij naar een groep mensen waarin maar één persoon een ik is, namelijk de spreker. Geen enkele taal heeft dan ook een apart persoonlijk voornaamwoord voor deze “Wij komen tezamen”- wij.

Dit lijkt misschien niet zo bijzonder, want de interpretatie komt ook maar weinig voor. Maar, er is iets soortgelijks aan de hand bij jullie. Het persoonlijke voornaamwoord jullie kan prima gebruikt worden voor een verzameling van hoorders: “Kinderen, jullie hebben het goed gedaan!” In deze zin was ieder lid van de groep van jullie een hoorder. Zulke situaties komen aan de lopende band voor in een taal. En toch is er geen enkele taal die een apart persoonlijk voornaamwoord heeft voor de interpretatie “verzameling van hoorders”. Blijkbaar maakt het voor een taal niet uit hoeveel hoorders er in de groep van jullie zitten. Al is er maar één persoon in een groep een hoorder dan spreek je al over jullie. Dat is misschien wel de beste manier om jullie te kenmerken: “een verzameling personen van wie er minstens een als hoorder functioneert”.

Voor wij exclusief wordt het dan “een verzameling personen van wie er minstens een als spreker functioneert” en voor wij inclusief “een verzameling personen van wie er minstens een als hoorder en minstens een als spreker functioneert”. Bij wij inclusief gaat het dus noodzakelijkerwijs om een groep van twee of meer: één enkel individu kan niet én als spreker én als hoorder van een zin functioneren. Al met al geeft dit de volgende tabel:

Tabel 2

Al iets complexer dan Tabel 1 nietwaar?

Deze taal kan zoveel gekker

Nu we de persoonlijke voornaamwoorden wat beter hebben bekeken, blijkt dat Tabel 2 een heel wat eerlijker beeld geeft dan Tabel 1. Maar wat vinden talen hier zelf van? Wel, als je kijkt in de (±7000) talen van de wereld, dan blijkt dat het systeem met zes voornaamwoorden (Tabel 1) net zo vaak voorkomt als het systeem met zeven voornaamwoorden (Tabel 2). En dan nog beslaan beide systemen elk maar 14% van de talen. Wat die andere 72% van de talen doet? Daar zijn nog heel wat gekkere dingen aan de hand. Zo kunnen er naast de categorieën ‘individu’ en ‘groep’ nog categorieën als ‘dualis’ (groep van twee), ‘trialis’ (groep van drie) en ‘paucalis’ (groep van een handjevol) voorkomen. Deze categorieën zorgen voor allemaal nieuwe voornaamwoorden. In zijn totaliteit ziet het er dan zo uit:

Tabel 3

Conclusie: het Nederlandse systeem van persoonlijke voornaamwoorden in Tabel 1 is misschien niet helemaal eerlijk, maar wel zo simpel. Toch is het Nederlandse systeem niet eens het minimum. In een taal kunnen verscheidene persoonlijke voornaamwoorden samenvallen, zoals bij het Engelse you dat zowel enkelvoud als meervoud is. Er zijn zelfs talen (zoals het altijd tot de verbeelding sprekende Pirahã) die helemaal geen aparte persoonlijke voornaamwoorden voor het meervoud hebben. Deze talen hebben dus maar drie persoonlijke voornaamwoorden: een voor de spreker(s) ( ik of wij), een voor de hoorder(s) ( jij of jullie) en een voor de buitenstaander(s) ( hij of zij). Tja, dat kan natuurlijk ook, maar dat is misschien dan wel weer té simpel.

Bron: Cysouw, Michael. 2003. The Paradigmatic Structure of Person Marking. (Oxford Studies in Typology and Linguistic Theory). Oxford: Oxford University Press.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 augustus 2008
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.