Je leest:

Gebarentaal in Ghanees ‘dovendorp’

Gebarentaal in Ghanees ‘dovendorp’

Auteur: | 29 maart 2007

In het dorp Adamorobe in Ghana wonen relatief veel doven. Gebarentaal neemt daarom een belangrijke plaats in binnen deze gemeenschap. Victoria Nyst promoveert op 30 maart aan de UvA op deze bijzondere gebarentaal, de Adomorobe Sign Language.

Adamorobe staat in de wijde omtrek van Ghana bekend als ‘dovendorp’, door het hoge percentage doven dat er woont. In Adamorobe wonen circa 1400 mensen, van wie er meer dan dertig doof zijn. Nu lijkt dit niet zoveel, maar het percentage ligt veel hoger dan in andere delen van Ghana. In de jaren ’60 was zelfs 10 procent van de bevolking doof. De laatste jaren is dit percentage gedaald tot 2 procent door een grote toestroom van immigranten. Toch neemt de gebarentaal nog steeds een belangrijke plaats in binnen de gemeenschap aangezien de meeste inwoners van Adamorobe wel een familielid, vriend of buurman hebben die doof is. Veel horenden beheersen de gebarentaal daarom als tweede taal. Het aantal gebruikers van de Adamorobe gebarentaal is dan ook veel groter dan dertig. Wat voor consequenties dit heeft voor de taalstructurele kenmerken van deze gebarentaal wordt besproken in het proefschrift van Victoria Nyst.

Het plaatselijke woord in Adamorobe voor ‘doof persoon’ is ɔso-ti-fɔ, wat letterlijk ‘persoon met geknapt/gebroken oor’ betekent.

Doofheidsgen

Voor het hoge doofheidspercentage in Adamorobe worden verschillende verklaringen gegeven. Eén van de verhalen die de ronde doet is die van een dove god die, wanneer hij beledigd is, mensen straft met dove nakomelingen. Een andere legende vertelt dat er ooit een dove jongeling het dorp aandeed, die zo knap was dat veel dorpelingen het bed met hem wilden delen. Dit laatste verhaal bevat een kern van waarheid: de doofheid in Adamorobe lijkt namelijk genetisch bepaald. Deskundigen denken dat de doofheid een bijkomend effect is van een sterk gen dat evolutionair gezien veel voordelen oplevert, zoals de bescherming tegen insectenbeten.

Iconische gebaren

Onderzoek naar gebarentalen heeft zich tot nu toe vooral gericht op talen van grote dovengemeenschappen. De gebarentaal die Nyst onderzocht vertoont echter meer overeenkomsten met zogenaamde thuistalen, zoals die binnen het gezin gebruikt worden. Doven die weinig contact hebben met andere doven vertonen veel meer variatie in hun gebarentaal. Ze betrekken bijvoorbeeld verschillende lichaamsdelen, zoals hoofd, armen en benen bij het gebaren en maken optimaal gebruik van de ruimte. Ook zijn hun gebaren meer ‘iconisch’, wat betekent dat de gebaren een duidelijke gelijkenis vertonen met het uitgebeelde.

Met name kleine gebarentalen zijn sterk iconisch: er is een grote gelijkenis tussen het gebaar en het object in de werkelijkheid. Neem het woord ‘fles’ dat hiernaast uitgebeeld wordt. Het gebaar neemt dezelfde grootte en vorm van een fles aan.

Tweetalig

De gebarentaal die in Adamorobe wordt gesproken, zit wat het aantal sprekers betreft tussen de kleinere thuistalen en de grotere doventalen in. Er is hier duidelijk sprake van een dovengemeenschap, maar toch zijn er meer inhoudelijke overeenkomsten met thuistalen. De gebaren zijn iconisch, nemen veel ruimte in en worden gemaakt met verschillende lichaamsdelen. Een belangrijk verschil met de meeste grote gebarentalen is de taaloverdracht. Terwijl het in grote dovengemeenschappen vaak voorkomt dat dove kinderen grootgebracht worden door ouders die geen gebarentaal beheersen, groeien de doven in Adamorobe vaak op in een omgeving met gebarende volwassenen. Omdat er veel doven in het dorp wonen, zijn veel horenden tweetalig: zij beheersen zowel de plaatselijke taal Akan als de gebarentaal. Met als gevolg dat de invloed van het Akan op de gebarentaal duidelijk zichtbaar is. Bepaalde gebaren die in het Akan voorkomen, worden overgenomen, maar ook mondbeelden (woorden die doven begrijpen door te liplezen) en bepaalde zinsstructuren.

In Adamorobe wordt de arm gebruikt als een soort meetlint. Iets dat een grote afmeting heeft, beslaat de hele arm, maar om aan te geven dat iets klein is, wordt bijvoorbeeld de duim gebruikt. Het gebaar op de foto betekent ‘kind’. Deze manier om grootte aan te duiden komt ook voor bij horenden in Ghana. Het is dus waarschijnlijk overgenomen uit het Akan.

Taalverwerving

Volgens Nyst wijkt de Adamorobe gebarentaal vooral af van de grotere gebarentalen omdat veel sprekers van deze gebarentaal tweede taalleerders zijn. Ze hebben de taal geleerd om met hun naasten te communiceren. Voor tweede taalleerders is een iconische taal met weidse gebaren makkelijker te leren. Een belangrijke conclusie in dit proefschrift is daarom dat niet alleen het aantal sprekers de taalstructurele kenmerken van gebarentaal bepaalt, maar vooral ook het type spreker.

Victoria Nyst promoveert op vrijdag 30 maart 2007 aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift ‘A Descriptive Analysis of Adamorobe Sign Language (Ghana)’.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.