Je leest:

Gat in de dijk vult gat in de markt

Gat in de dijk vult gat in de markt

Auteur: | 1 augustus 2006

Schuld en angst: dat zijn de eerste gevoelens die bovenkomen bij de gedachte aan een stijgende waterspiegel door klimaatverandering. Het is echter niet alleen maar negatief. Dat stijgende water geeft Nederland ook de kans een bloeiende kenniseconomie te ontwikkelen, waarmee we net als met de Deltawerken wereldwijd de show kunnen stelen en miljarden kunnen verdienen.

Een stijgende zeespiegel en overstromende rivieren, harde regens, perioden van droogte en tekort aan zoet water. Klimaatverandering lijkt, als we de deskundigen mogen geloven, weinig goeds in petto te hebben. Hoewel we de toekomst niet precies kunnen voorspellen, variëren schattingen over de mondiale zeespiegelstijging in het jaar 2100 van minimaal 20 en maximaal 110 centimeter ten opzichte van nu.

Hoewel dat behoorlijk gevaarlijk klinkt voor het laaggelegen Nederland, hoeft zo’n stijging helemaal niet erg voor ons te zijn. “Als we vanaf nu rekening houden met de veranderende watersituatie, kunnen we er nog heel goed van afkomen”, zegt Jeroen Aerts, universitair hoofddocent bij het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU. We zijn dan prima voorbereid wanneer het water de komende decennia stijgt. Overhaaste maatregelen zoals gedwongen verhuizingen zijn dan niet nodig; we kunnen het voor iedereen prettig oplossen.

Wat zijn die oplossingen dan? Veilig is om nu alvast rustig te verhuizen naar het hoger gelegen oosten, weg van de zee en de grote rivieren. Alleen zullen niet veel mensen daarvoor warmlopen. Maar er is een interessant alternatief: we geven het regen- en rivierwater ruim baan en passen ons eraan aan. “Tot nu toe waren we alleen bezig met het tegenhouden van het water”, zegt Aerts, “Maar leven mét water heeft de toekomst.”

Hoog water in Nederland.

Dat betekent niet dat we alle dijken doorsteken, de rivieren op hun beloop laten en op woonboten gaan wonen. Aerts ziet een Nederland voor zich dat we, naast beschermen met dijken die op veel plekken gehandhaafd blijven, met een heel arsenaal aan maatregelen anders gaan inrichten. Geleidelijk, zonder in één klap veel geld te moeten ophoesten. “Binnen het gedeelte van Nederland dat onder zeeniveau ligt, zijn gradaties”, zegt Aerts. “In de laagste delen moeten we vanaf nu niet meer bouwen. Voor bestaande bouw in die gebieden kunnen we extra bescherming, maar ook slimme verzekeringsconstructies toepassen.” Op plaatsen waar nieuwbouw wel verantwoord is, maar toch enig risico loopt om soms onder te lopen, ziet Aerts kansen voor klimaatbestendig bouwen. “Bijvoorbeeld in de vorm van drijvende en amfibische woningen: de eerste zijn er al. Verder moeten we meer ruimte creëren om water te bergen als het hard regent en rivieren extreem veel water aanvoeren. Bijvoorbeeld in natuurgebieden. Zo’n buffer kan ook nog dienen als watervoorraad in tijden van droogte.”

Aerts heeft als fysisch geograaf zowel technische als sociaal-economische kennis. Hij is thuis in de wereld van ingenieurs die dijken bouwen, maar ook in die van verzekeraars bij wie mensen in risicovolle gebieden zich mogelijk kunnen verzekeren tegen waterschade. Hij combineert deze verschillende velden die elkaar bij watermanagement tegenkomen en zoekt zo innovatieve manieren om met meer water om te gaan.

Slimme Hollanders

Als we vanaf nu nieuwe woonwijken klimaatbestendig maken en beginnen bestaande bouw helemaal door te lichten en extra te beschermen waar nodig, heeft dit plan voor niemand nadelen. Behalve voor het poldermodel, want dat moet wijken: in plaats van een compromis te kiezen, moeten we nu een duidelijke richting opgaan waarbij langetermijnontwikkelingen een belangrijke rol spelen.

Aerts is optimistisch. “Het lijkt erop dat we wind mee hebben. De politiek wil wel, die probeert de kenniseconomie een impuls te geven.” Die wil namelijk maar niet concreet worden. Maar als Nederland innoveert om stijgend water en juist droge perioden het hoofd te bieden, gaat de geschiedenis van de Deltawerken zich herhalen, verzekert Aerts. “Dankzij de Deltawerken zijn we de beste dijkontwerpers en baggeraars ter wereld. Ze hebben ons miljarden opgeleverd!” En aangezien zeventig procent van de wereldbevolking, arm en rijk, aan een kust leeft en dus te maken krijgt met de stijgende zeespiegel, is het begrijpelijk dat pionieren in het omgaan met water erg lucratief is.

De Superdome in New Orleans, voor en na de ramp. Bron: www.globalsecurity.org

Tel hierbij de ramp in New Orleans van vorig jaar op, en dan is het te begrijpen dat de overheid aan de slag wil met het water in Nederland. Er is al een stimuleringsprogramma in het leven geroepen: Klimaat voor Ruimte (KvR). Dat is zinvol, vindt Aerts: “Voorheen bestond klimaatonderzoek uit gescheiden werelden: Delft onderzocht de techniek, het KNMI het klimaat, Wageningen de natuur en de VU de sociaal-economische kant. KvR dwingt ons via subsidies samen te werken.”

Zo hebben de gemeente, het waterschap en verschillende universiteiten samengewerkt om een Utrechtse nieuwbouwwijk aan te passen. “Het park mag daar onder water lopen als het erg hard regent”, zegt Aerts. “Via daken en regenpijpen stroomt het water naar het park in plaats van het riool. Zo raakt het riool niet verstopt, zoals tegenwoordig vaak gebeurt.” Als we onze dijken op orde houden en onze ruimtelijke ordening gaan toetsen op klimaatbestendigheid, kan Nederland op termijn veel meer water herbergen. We hoeven niet meer te worstelen om boven te komen, maar kunnen rustig met de stroom mee zwemmen.

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.