Je leest:

Gastcolumn voor Maand van de Geschiedenis

Gastcolumn voor Maand van de Geschiedenis

Arm en rijk in de Gouden Eeuw

Auteur: | 1 oktober 2012

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over de wetenschap achter een gebeurtenis in de maatschappij of uit ons dagelijks leven. Deze week in het kader van de Maand van de Geschiedenis: Historicus Henk Looijesteijn over arm en rijk in de Gouden Eeuw.

Historicus Henk Looijesteijn
IISG

Nederland is altijd een rijk land geweest. Al voor de Gouden Eeuw was dit het geval. Weliswaar zijn er altijd mensen geweest die het niet zo breed hadden, maar vergeleken met andere landen waren ze – zeker in de Gouden Eeuw – minder slecht af. Dat kwam omdat er naar verhouding veel geld in Nederland was en dus een grote groep rijke mensen. Wie rijk was, werd in het Nederland van de Gouden Eeuw geacht zijn geld niet alleen te besteden aan grote huizen, dure kleding en mooie spullen, maar ook aan arme mensen.

Liefdadigheid was niet alleen een plicht voor de rijken. Iedereen, zo hielden pastoor en predikant de Nederlanders voor, deed er goed aan om degenen die minder hadden dan zijzelf te helpen. Er werd zelfs zo veel geld aan liefdadigheid besteed dat buitenlandse bezoekers vaak opmerkten dat de Nederlanders bijzonder gul voor hun armen waren.

Het lijkt erop dat het een plicht was die met liefde werd vervuld. Steden en soms ook dorpen bouwden grote gebouwen om de armen te helpen. Denk aan weeshuizen voor kinderen, oudemannenhuizen en oudevrouwenhuizen en gasthuizen voor de zieken. Het geld dat daarvoor nodig was, kwam bijeen door inzamelingen en collectes.

Liefdadigheid als verplichting

De overheid had meestal namelijk niet genoeg geld om die gebouwen zelf neer te zetten. Omdat veel mensen uit de middenklasse er niet op konden rekenen dat het altijd goed met hen zou gaan – ook toen waren er wel eens financiële crises – gaven ook zij graag aan liefdadigheidsinstellingen. Wie weet had je ze zelf nog eens nodig!

Het Hofje van Staats in Haarlem. De rijke handelaar Ysbrand Staats liet zijn hele fortuin na voor de bouw van dit hofje voor de armen van de stad.
wikimedia commons

De rijkere Nederlanders hoefden voor dit laatste minder bang te zijn, maar er werd dan ook meer van hen verwacht. Uit historisch onderzoek dat nu aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis wordt gedaan, blijkt dat er voor mensen met veel geld talloze mogelijkheden waren om iets goeds te doen voor de samenleving.

Zo bouwden rijke mensen vaak hofjes waar oude mensen van een rustige oude dag konden genieten, terwijl ze daarnaast ook zorgden voor hun oude en zieke personeel en voor arme verwanten. Dat was een sociale verplichting, want wie niet zorgde voor zijn personeel en familie, stond niet goed bekend.

Een mogelijkheid om bijvoorbeeld jonge verwanten te helpen was het opzetten van studiebeursstichtingen, zodat ze naar de universiteit konden, en waarbij de stichter bepaalde dat familieleden van hem of haar altijd voorrang kregen op mensen die geen familie waren. Zo konden talentvolle jongens ontsnappen aan de armoede en een beter leven krijgen. Het is moeilijk te achterhalen hoe groot het aandeel van de rijke Nederlanders precies was in de zorg voor de armen. Maar dat het aandeel aanzienlijk was is zeker. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat de armen in Nederland inderdaad beter af waren dan elders.

Henk Looijesteijn is als historicus verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.