Je leest:

Gammastraling uit melkwegkern

Gammastraling uit melkwegkern

Auteur: | 23 september 2004

Een internationaal team van astronomen heeft krachtige gammastraling uit de kern van onze melkweg opgevangen. De onderzoekers zijn nog op zoek naar een passende verklaring voor het fenomeen.

In samenwerking met collega’s uit andere landen heeft dr. Paula Chadwick van de Universiteit van Durham (Verenigd Koninkrijk) het centrum van de melkweg onderzocht. Met de Hess-telescoop in Namibië (High Energy Stereosopic System) ontdekten ze een krachtige bron van gammastraling in de kern. Wat is de bron van die straling? Chadwick en haar collega’s hebben een aantal mogelijke verklaringen.

“We weten dat er 10.000 jaar geleden een supernova – de ontploffing van een zware ster aan het eind van zijn leven – plaatsvond in dit gebied”, zegt Chadwick. “Tijdens zo’n explosie komt genoeg energie vrij om de sterke gammastralen te veroorzaken.” De supernova is niet de enige verklaring; de astronomen zouden ook het superzware zwarte gat in de melkwegkern aan het werk kunnen zien. Bij de val naar het zwarte gat wordt materie namelijk zó verhit, dat het allerlei straling uit gaat zenden, waaronder gammastraling. Een derde verklaring, het uiteen vallen van donkere materie, lijkt het team te onwaarschijnlijk; geen enkele theorie over deze ‘missende massa’ in het universum past goed op de stralingsmetingen.

Het centrum van de melkweg beslaat vanaf de aarde gezien maar een paar boogseconden aan de hemel. Het driehoekje geeft de oorsprong van de mysterieuze gammastraling aan, die Hess oppikt. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Supernova of toch zwart gat?

De melkwegkern is al wel vaker onder de loep genomen. Zowel het Japans/Australische Cangaroo- als het Amerikaanse Whipple-instrument keken in de periode 1995-2002 al naar gammastralen uit de kern. De metingen met Hess hebben de exacte plek van de stralingsbron veel beter in beeld gekregen dan de eerdere experimenten. Opvallend is, dat de nieuwe metingen een andere verdeling van gamma-energieën laten zien dan de oude. Dit zou erop kunnen wijzen dat de bron variabel is over de periode van minstens een jaar. Een zwart gat dat afwisselend grote happen en kleine brokjes materie opslokt kan zo’n variatie verklaren.

Twee van de vier Hess-telescopen in Namibië. Het netwerk van samenwerkende telescopen wordt op 29 september 2004 in gebruik genomen, maar de afzonderlijke telescopen hebben al metingen uitgevoerd. bron: Hess-projectKlik op de afbeelding voor een grotere versie.

De Hess-telescoop in Namibië bestaat uit vier gekoppelde Cherenkov-telescopen. Die zoeken de hemel af naar het kenmerkende lichtflitsje van een deeltje dat de lichtsnelheid in de atmosfeer doorbreekt. In lucht ligt die snelheid wat lager dan in de vrije ruimte. Niets kan volgens de relativiteitstheorie sneller reizen dan licht in vacuüm, maar zo’n beperking is er niet voor de lichtsnelheid in andere omgevingen. Wél raakt de snelheidsovertreder een deel van zijn energie kwijt in de vorm van een kleine lichtflits. De Rus Cherenkov was de eerste die dat voorrekende.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.