Je leest:

Gammaflitsen in de achtertuin

Gammaflitsen in de achtertuin

Auteur: | 25 april 2006

Onze melkweg is geen broedplaats voor dodelijke gammaflitsen, de grootste explosies van het heelal. Dat stelt sterrenkundige Krzysztof Stanek van Ohio State University na onderzoek aan vier gammaflitsen in andere stelsels. Zijn collega Adrian Melott van de universiteit van Kansas twijfelt aan Stanek’s analyse. De melkweg heeft gevaarlijke eetgewoontes, denkt Melott.

Geen gammaflitsen in de melkweg? Dat is goed nieuws, want zelfs als zo’n ontploffing op 6000 lichtjaar afstand plaatsvindt, zou hij de ozonlaag wegvagen en de atmosfeer vullen met giftig stikstof dioxide. Een dodelijke klap voor het aardse leven. Bij een zware gammaflits komt zoveel energie vrij, dat de bron aan de andere kant van het heelal te zien is. Krzysztof Stanek, die in 2003 ontdekte hoe lange gammaflitsen van een paar minuten lang – de heftigste variant – ontstaan, denkt dat de melkweg teveel zware elementen bevat voor een fatsoenlijke gammaflits.

Artist’s impression van een gammaflits die de ozonlaag wegbrandt. bron: NASA. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

“Veel mensen hebben zich afgevraagd of gammaflitsen verantwoordelijk waren voor massale uitstervingen van leven toen de aarde nog jong was”, vertelt Stanek op de website Space.com. “Volgens ons werk is dat niet het geval.”

Stanek baseert zijn uitspraak op onderzoek aan vier lange gammaflitsen in het nabije heelal. Allevier vonden ze plaats in sterrenstelsels met vijf keer zo weinig zware elementen als onze eigen melkweg. Juist die zware elementen smoren een lange gammaflits in de kiem, denkt Stanek. Volgens zijn onderzoek uit 2003 ontstaan gammaflitsen als grote, snel draaiende sterren van het lichte waterstof en helium aan het eind van hun leven ineenstorten. Voeg zwaardere atomen toe aan zo’n reuzenster, en hij spuugt gedurende zijn leven zoveel materiaal uit dat een gammaflits onmogelijk wordt.

NASA’s satelliet Swift is speciaal ontworpen om de lokatie van een gammaflits binnen een minuut na zijn begin vast te prikken aan de hemel. De uitbarsting van gammastraling duurt milliseconden tot een paar minuten, dus haast is geboden om zoveel mogelijk data te verzamelen. Observatoria op de grond speuren na een Swift-waarschuwing naar de nagloeiende resten van de gammaflits. In röntgen-straling, zichtbaar en infrarood licht is de bron van de gammaflits nog dagen later zichtbaar. bron: NASA. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Import

Volgens Stanek’s vakgenoot Melott kan een gammaflits tóch plaatsvinden, als de melkweg botst met de juiste dwergsterrenstelsels. “Stanek’s redenering gaat eraan voorbij dat er in de melkweg sterren zijn van uiteenlopende samenstelling. Ook is er bewijs dat de melkweg regelmatig dwergstelsels met weinig zware elementen opslokt.” Juist in een groot sterrenstelsel, dat een dwergstelsel opslokt en waarin door de botsing nieuwe, zware sterren ontstaan, is het volgens Melott prima gammaflitsen kweken. Hij plaatste zijn commentaar in de database Arxiv, waar vakgenoten voor plaatsing van een stuk in een vakblad inzage krijgen in nieuw onderzoek.

Gammaflitsen en massale uitsterving?

Om zijn kritiek kracht bij te zetten wijst Melott op aanwijzingen dat er minder dan 100.000 jaar geleden een gammaflits afging in de melkweg. Nagloeiende straling in het gebied tussen radio- en infraroodgolven zou daarop wijzen. De ontploffing gebeurde zo ver van de aarde dat de ozonlaag intact bleef.

De aarde is niet altijd de gammadans ontsprongen. In 2005 publiceerde een team van Amerikaanse sterrenkundigen bewijs dat de aarde 443 miljoen jaar geleden, ver voor de tijd van de dinosauriërs, een gammaflits te verduren kreeg. Daarbij kwamen allerlei levensvormen in zee om – op het land was nog nauwelijks leven aanwezig. Even afsluiten met positief nieuws: sterrenkundigen kennen binnen 6000 lichtjaar van de aarde geen reuzensterren die aan het eind van hun leven een gammaflits af zullen geven. Het vuurwerk vindt voorlopig ver van huis plaats.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 april 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.