Je leest:

Gammacanon (8): Nationale rekeningen

Gammacanon (8): Nationale rekeningen

Auteur: | 20 februari 2010

Bruto binnenlands product is een mooie maat, maar meet alleen materiële welvaart.

Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking is in Nederland de afgelopen vijftig jaar verviervoudigd. Het is daarmee nu zeven maal zo hoog als in China of Bhutan en 20 procent minder dan in de Verenigde Staten. Dit soort uitspraken doen we tegenwoordig met het grootste gemak. Ze zijn van essentieel belang om zicht te krijgen op de economische ontwikkeling. Bij het enorme denk- en rekenwerk achter deze cijfers staat niemand meer stil. De beschikbaarheid van dergelijke cijfers is vanzelfsprekend geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw was dat nog geheel anders. Bedrijven gingen failliet, vermogens in aandelen verdwenen als sneeuw voor de zon en veel mensen kwamen zonder werk en inkomen te zitten. Er was crisis maar niemand had een helder beeld van de omvang en oorzaken van de crisis. Pas decennia daarna zijn hierover in Nederland en andere landen goede cijfers en analyses gemaakt.

Nu worden we overspoeld met telkens weer nieuwe informatie. Op basis van enquêtes en administratieve informatie publiceert het CBS elk kwartaal de nationale rekeningen. Deze geven een actueel beeld van de omvang, samenstelling en ontwikkeling van de Nederlandse economie. Hoe groot is de economische groei? In welke bedrijfstakken gaat het goed en in welke minder? Wat is de omvang van het overheidstekort en de overheidsschuld als percentage van het bbp?

Net als de barometer zijn deze statistieken geijkt, dat willen zeggen gebaseerd op één set van definities. Hierdoor kunnen de ontwikkelingen in verschillende landen worden vergeleken en kan als door een wereldwijde telescoop het verloop van de kredietcrisis op de voet worden gevolgd.

Net als veel andere belangrijke uitvindingen zijn de nationale rekeningen niet door één iemand uitgevonden. De eerste ramingen van het nationaal inkomen werden gemaakt aan het eind van de zeventiende eeuw. In Engeland vroegen Petty en King zich af in hoeverre oorlog met Holland en Frankrijk nog betaalbaar was. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw werd grote vooruitgang geboekt. Keynes introduceerde het macro-economische denken en stimuleerde de raming van bijbehorende cijfers in Engeland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden deze nieuwe cijfers een grote rol bij de Engelse oorlogsplanning en het monetair beleid. In de Verenigde Staten ontwikkelden de Russische immigranten Kuznets en Leontief de kwantitatieve analyse van economische groei. In Nederland stimuleerde Tinbergen de ontwikkeling van tijdreeksen van nationale rekeningen. Hij had die nodig voor zijn baanbrekende econometrische modellen van de economie.

De Marshallhulp leidde tot de eerste internationale richtlijnen. Hierin worden begrippen als economische groei en overheid gedefinieerd. Dit is niet alleen essentieel voor internationaal vergelijkbare cijfers. Het voorkomt ook Babylonische spraakverwarringen en maakt internationale afspraken mogelijk, zoals het afstaan van 0,7 procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp en het beperken van het overheidstekort via de EMU.

De nationale rekeningen geven een nuttig overzicht van een belangrijk deel van de economie. Het meten van welvaart in brede zin of houdbaarheid staat niet centraal. Belangrijke economische aspecten, zoals vrije tijd, onbetaalde huishoudelijke arbeid, vrijwilligerswerk, milieuvervuiling en inkomensongelijkheid blijven hierdoor buiten beeld. Informatie over deze aspecten kan echter wel gekoppeld worden aan de nationale rekeningen. Zo kan in satellietrekeningen de vervuiling worden getoond in samenhang met cijfers over de economie. Ook zijn diverse pogingen gedaan om een groen bbp te berekenen. Hierover is echter nog niet veel overeenstemming, want hoeveel is het milieu ons nou eigenlijk waard? En kan dat wel zinvol worden opgeteld bij een maat van materiële welvaart als het bbp?

Een radicaal andere aanpak is gekozen in Bhutan. Vanaf de jaren zeventig staat daar niet het bbp maar de index van het bruto nationaal geluk centraal. In deze geluksindex wordt ook rekening gehouden met culturele aspecten (Kent u de traditionele dansen?) en psychisch welbevinden (Hoe vaak bent u jaloers?).

Ondanks drie eeuwen vooruitgang zitten nationale rekeningencijfers nog vol met meetproblemen. Wat is de kwaliteit van een computer, een hartoperatie of een financiële dienst en hoe kun je dat in geld uitdrukken? Ook de eisen worden steeds hoger: sneller, beter vergelijkbaar en met minder administratieve lastendruk. Om een helder zicht op de economische ontwikkelingen te houden is dus nog veel inspanning en innovatie nodig.

Frits Bos is analist bij het Centraal Plan-bureau (CPB) in Den Haag.

Eerst inhoud dan financiën

Gelijn Werner

Geld niet langer graadmeter voor geluk

Jan Kornelis Dijkstra en Michiel Fokke Zwaan

EU regio’s groeien uit elkaar

Rogier Aalders
Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 februari 2010
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.