Je leest:

Gammacanon (6): De stad

Gammacanon (6): De stad

Auteur: | 6 februari 2010

Steden zijn een agglomeratie geworden, met knooppunten van netwerken en migranten met een belangrijke functie.

M_Y

De eerste steden, mogelijk gemaakt door de uitvinding van de landbouw, waren kleine nederzettingen met hooguit enkele tienduizenden inwoners. Maar er waren uitzonderingen. Steden die aan het hoofd stonden van een politiek imperium, konden uitgroeien tot enorme proporties, zoals Babylon, met meer dan 200 duizend inwoners in de 7de eeuw v. Chr. Het zou tot de 19de eeuw duren vooraleer Londen meer inwoners telde dan het oude Rome, een miljoenenstad.

De industriële revolutie leidde tot een explosieve groei van het inwonertal van vele steden. Dat gebeurde het eerst in Europa en de Verenigde Staten aan het eind van de 19de eeuw, en een eeuw later ook in Azië en Latijns-Amerika, waardoor steden als Shanghai, Mumbai, São Paulo en Mexico City nu tot de grootste ter wereld behoren. Momenteel woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden.

De explosief groeiende industriesteden trokken aan het begin van de 20ste eeuw de aandacht van sociologen. Die zagen ze vooral als een ruimtelijke manifestatie van de moderniteit. De Duitse socioloog Georg Simmel beschreef en verklaarde de levensstijl die kenmerkend is voor inwoners van metropolen. Volgens Simmel hebben stadsbewoners een uitgebreid repertoire van omgangsvormen, die allemaal neerkomen op het beleefd negeren van anderen in de publieke ruimte. De verklaring daarvoor is erin gelegen dat stedelingen, anders dan plattelandsbewoners, voortdurend geconfronteerd worden met mensen die ze niet persoonlijk kennen. De stadsbewoner is daarom genoodzaakt tot berekenend gedrag en het in toom houden van zijn emoties.

Photocapy

Op grond van stadsetnografisch onderzoek in de jaren twintig van de vorige eeuw, verricht door sociologen van de Universiteit van Chicago onder leiding van Robert E. Park, werd echter duidelijk dat er in de grote stad ook buurtgemeenschappen zijn van mensen met dezelfde achtergrond qua etniciteit en klasse. Volgens Park vormen die buurtgemeenschappen een beschermende laag tussen de individuele stadsbewoner en de metropool. Een gezichtspunt dat een belangrijke rol speelt in het huidige stedelijke beleid waarin getracht wordt de sociale cohesie in buurten en wijken te vergroten.

De vorm en het functioneren van steden worden sterk bepaald door technologische ontwikkelingen. Zonder liften geen wolkenkrabbers, zonder roltrappen geen grote warenhuizen. Door de komst van de auto als massavervoermiddel konden mensen letterlijk steeds meer afstand van elkaar nemen. Zo werd suburbanisatie mogelijk: wonen in kleine kernen rond de steden. De vier grote Nederlandse steden verloren hierdoor tussen 1960 en 1980 een half miljoen inwoners; eenvijfde van hun omvang.

De afgelopen decennia heeft de IT-revolutie gevolgen gehad voor de steden, vooral omdat daardoor de beperkingen die fysieke afstand aan sociale betrekkingen stelt, belangrijk zijn gereduceerd. In een wereld waarin mobiliteit sterk is toegenomen, moeten steden steeds meer concurreren om werkgelegenheid, investeringen en talent. Het culturele klimaat, de sociale atmosfeer, het aanzien, en de kwaliteit van voorzieningen spelen nu een belangrijke rol in de attractiviteit van steden.

n0ll

Steden zijn regionale agglomeraties geworden. Door toegenomen mobiliteit vallen allerlei activiteiten in die agglomeraties qua schaal en ritme veel minder samen dan eerder het geval was. In de sociale wetenschappen is de aandacht verschoven van de stad naar de onderlinge relaties tussen stedelijke agglomeraties. Die worden gezien als knooppunten in een veelheid van netwerken. De belangrijkste financiële knooppunten zijn de global cities. Maar steden zijn ook knooppunten in allerlei andere netwerken, zoals dat van plaatsen waar marathons worden gelopen, waar vestigingen van multinationals zijn, podia voor popconcerten, musea voor moderne kunst, filmfestivals, en waar havens zijn waar containers worden verladen. De stad wordt tegenwoordig gezien als een ‘polycentrisch’ systeem.

Zoals dat altijd al het geval was, zijn migranten ook nu nog de levensader van de stad. Zonder de 800 duizend migranten die tussen 1990 en 2000 aankwamen, zou New York veel van zijn vitaliteit hebben verloren. Migranten zorgen ervoor dat steden niet afsterven. Steden zijn zelfvernietigende systemen, omdat de vruchtbaarheid van hun populaties veelal onder het vervangingsniveau ligt. Desondanks zijn spanningen tussen degenen die er al eerder waren en degenen die later arriveerden, tussen gevestigden en buitenstaanders, een constante in het sociale en politieke leven in de stad. Dat gold voor het Athene van Pericles niet minder dan voor het Rotterdam van Aboutaleb.

Jack Burgers is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Stadscultuur en twijfel

Ellie Smolenaars

‘Buren passen nog steeds op elkaars kinderen’

Jolanda Koffijberg

Prachtwijk moet winnende wijk zijn

Silke van Arum en Matthijs Uyterlinde

De laatste artikelen over de stad

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/stad/index.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 februari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.