Je leest:

Gammacanon (5): De pil

Gammacanon (5): De pil

Auteur: | 30 januari 2010

Een typisch voorbeeld van de juiste vinding op de juiste plaats en op het juiste moment.

De pil, zoals deze al snel genoemd werd, had het karakter van een geplande geboorte. De mannelijke inbreng bestond uit de voortschrijdende wetenschappelijke kennis over de voortplantingsfysiologie, terwijl de vrouw vooral compassie over het lot van de vrouw als slachtoffer van haar vruchtbaarheid inbracht. Hij was de bioloog Gregory Pincus, en zij heette Margaret Sanger, een radicale feministische activiste. Sanger zocht Pincus in 1950 op met de vraag welke mogelijkheden de nieuwe kennis over geslachtshormonen inhield voor het ontwikkelen van nieuwe anticonceptiva, en hij liet zich verleiden.

Het principe van onderdrukking van de ovulatie door toediening van progesteron was op dat moment al zo’n tien jaar bekend uit de veterinaire wetenschap. Pincus ging aan de slag. Zes jaar later was hij klaar en begon het eerste pilonderzoek onder vrouwen in de krottenwijken van San Juan op Puerto Rico.

In 1960 werd de anticonceptiepil in de Verenigde Staten goedgekeurd. Andere landen volgden snel. In 1961 begon de NVSH in Amsterdam een onderzoek met een vergelijkbaar Nederlands preparaat van de firma Organon: Lyndiol. Het middel bleek een schot in de roos: één decennium na introductie gebruikte ongeveer tweederde van de Nederlandse vrouwen die zwangerschap wilden voorkomen, de pil. Rond 1975 kende Nederland het hoogste percentage pilgebruik ter wereld.

De laatste tien jaar is het gebruik van de pil gedaald van 48 procent (van alle vrouwen tussen 18 en 45 jaar) in 1998 naar 40 procent in 2008. Onder vrouwen van 18 tot 24 blijft het gebruik onveranderd hoog; bij degenen die een partner hebben, was dit in 2008 nog altijd 79 procent.

In 1988 werd in een onderzoek aan een 16-jarig meisje gevraagd waarom ze de pil gebruikte. Haar verbaasde antwoord was: ‘Om seks te kunnen hebben met mijn vriend.’ Bij doorvragen bleek dit letterlijk bedoeld – ze dacht dat coïtus zonder de pil niet mogelijk was! Onder jongeren bleek het gebruik van de pil al zo vanzelfsprekend, dat seks zonder de pil bijna onvoorstelbaar was. Seks en de pil waren onafscheidelijk, en pilgebruik was de norm geworden. In onderzoeken kwam ook geregeld naar voren dat jongens er voetstoots van uitgingen dat een meisje wel ‘aan de pil’ móést zijn, want anders was ze toch nooit met hem naar bed gegaan?

Wat was geïntroduceerd als een revolutionaire innovatie die een eind kon maken aan de ellende van ongewenste zwangerschappen, te veel kinderen en levensgevaarlijke illegale abortuspraktijken, was twintig jaar later een volkomen vanzelfsprekende verworvenheid. Van een oplossing voor een probleem was het in korte tijd geëvolueerd tot een onmisbare bestaansvoorwaarde, een element waarop het leven zoals we dat kennen en wensen, in belangrijke mate gebaseerd is.

De kernverandering die de pil teweegbracht, was dat seksualiteit werd losgemaakt van voortplanting. Eén belangrijk gevolg hiervan was dat seksuele contacten tussen jongeren algemeen werden, en geleidelijk ook algemeen werden geaccepteerd. Dat je er dan wel voor moest zorgen niet zwanger te worden, werd even vanzelfsprekend als tandenpoetsen.

Maar kwam dit nu allemaal door ‘de pil’? Ja, en nee. Nee, want er waren allang andere anticonceptiemethoden. Aletta Jacobs, die in 1881 in Amsterdam de eerste kliniek voor geboorteregeling ter wereld opende, instrueerde vrouwen daar toen al in het gebruik van het pessarium. En condooms, periodieke onthouding en ‘voor het zingen de kerk uit’ waren ook al bekend. De pil is wereldwijd ook niet de meest gebruikte methode; dat is namelijk sterilisatie, en het spiraaltje komt op plaats twee.

Toch gaf de pil de doorslag. De belangrijkste reden was dat de pil het eerste anticonceptie-‘medicament’ was, waardoor geboorteregeling gemedicaliseerd en daarmee respectabel werd. Het niet gewenst zijn van zwangerschap werd de ‘indicatie’ voor het ‘medicament’ orale anticonceptie. Ook kon de pil het daglicht verdragen omdat het innemen ervan los stond van seksuele handelingen. Verder werd de pil door de vrouw zelf toegepast, en ook dat was een belangrijk voordeel.

En ten slotte was de pil bijna 100 procent betrouwbaar, wat hem ook in medische kring acceptabel maakte, omdat artsen hierdoor niet meer mede schuldig zouden zijn aan ongewenste zwangerschap en vooral aan abortus. De pil zou juist een einde maken aan smeekbeden van vrouwen om afbreking van rampzalige zwangerschappen.

De pil was zo een typisch voorbeeld van de juiste vinding op de juiste plaats en op het juiste moment.

Evert Ketting is als socioloog verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 januari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.