Je leest:

Gammacanon (4): Menselijk kapitaal

Gammacanon (4): Menselijk kapitaal

Auteur: | 23 januari 2010

Het klinkt niet aardig, om mensen met machines te vergelijken. Zelfs binnen de economische discipline duurde het enige tijd voordat het begrip ‘menselijk kapitaal’ gemeengoed was. Wie zich echter over de morele verontwaardiging heen zet, komt tot de ontdekking dat het inzicht dat je ook in mensen kunt investeren een krachtig analytisch instrument is.

Ten eerste is het begrip menselijk kapitaal behulpzaam bij de analyse van onderwijsbeslissingen. Kort en goed gaat de human capital theorie ervan uit dat iemand onderwijs blijft volgen zolang de opbrengsten van een extra jaar (of extra maand, of extra dure opleiding) hoger zijn dan de kosten daarvan. Daarbij gaat het niet alleen om opbrengsten en kosten in financiële zin, maar ook om immateriële opbrengsten en kosten. Dit model leidt tot toetsbare voorspellingen ten aanzien van de effecten van onder meer een verhoging van het collegegeld, een verlaging van de basisbeurs of een verandering van de inkomstenbelasting. Bovendien kan het model verklaren waarom kinderen meer onderwijs volgen naarmate ze slimmer zijn of rijkere ouders hebben.

Het ‘menselijk kapitaal’–model is ook nuttig bij de analyse van inkomensverschillen. Allereerst maakt het model duidelijk dat het hogere inkomen als gevolg van een hogere opleiding voor een deel gezien kan worden als een compenserend beloningsverschil. Iemand die meer opleiding heeft gevolgd, verdient meer vanwege de uitgestelde beloning gedurende de extra opleidingstijd. Het hogere inkomen dat later wordt verdiend, compenseert daarvoor.

Meer opleiding, meer inkomen?

Onderwijs is goed voor je portemonnee.

De afgelopen 15-20 jaar hebben economen veel onderzoek gedaan naar het oorzakelijke effect van onderwijs op inkomen. De lastigheid is daarbij dat mensen die meer onderwijs volgen ook in andere – vaak niet-geobserveerde – kenmerken verschillen van mensen met minder opleiding.

Idealiter zouden we een experiment willen uitvoeren waarin sommigen door toeval bepaald wel een extra opleiding kunnen volgen en anderen – eveneens door toeval bepaald – niet. Dat is vanzelfsprekend niet mogelijk. In het onderzoek is men daarom op zoek gegaan naar omstandigheden die dit gerandomiseerde experiment zo goed mogelijk nabootsen. Voorbeelden van zulke “quasi-experimenten” zijn eeneiige tweelingen die een verschillend opleidingsniveau hebben; mensen die zijn geboren vlak voor of vlak na de datum die geldt als grens waarop het verplicht is om naar school te gaan; plotselinge veranderingen in de duur van de leerplicht; of plotselinge veranderingen in de duur van bepaalde opleidingen. Een mooi voorbeeld van dat laatste is de verkorting van de universitaire opleiding in Nederland van 5 jaar naar 4 jaar die in 1982 plaatsvond.

Onderwijs is een rendabele investering

Dus eigenlijk is huiswerk maken een soort investering in jezelf…

Het empirisch onderzoek van de laatste jaren laat overtuigend zien dat onderwijs voor degenen die het volgen een behoorlijk rendabele investering is. Een jaar extra onderwijs leidt gemiddeld genomen tot een inkomenstoename van zo’n 5 tot 10%. ‘Gemiddeld genomen’ omdat het rendement van een extra jaar onderwijs niet voor elk jaar hetzelfde is en bovendien verschilt tussen personen; de één heeft er meer baat bij dan de ander.

De hoogte van het rendement op onderwijs hangt verder af van vraag naar en aanbod van hoger opgeleiden en kan daardoor verschillen tussen landen en perioden. Hoe groter de vraag naar hoger opgeleiden en hoe geringer het aanbod, des te hoger het rendement. In dat verband heeft de Nederlandse Nobelprijs-winnaar Jan Tinbergen het beeld gebruikt waarin de mate van inkomensongelijkheid de uitslag is van een wedren tussen technologische ontwikkeling en deelname aan onderwijs. Technologische ontwikkeling leidt tot een toename van de vraag naar hoger opgeleide werknemers en daarmee tot grotere inkomensverschillen. Een grotere deelname aan hoger onderwijs leidt daarentegen tot een toename van het aanbod van hoger opgeleiden en daarmee tot kleinere inkomensverschillen. Omdat het rendement op onderwijs de laatste jaren is gestegen, kunnen we concluderen dat de vraag naar hoger opgeleide werknemers sterker is gegroeid dan het aanbod.

Het idee dat in mensen kan worden geïnvesteerd, is niet alleen toegepast bij analyses van onderwijs, maar ook bij de analyse van onder meer bedrijfsopleidingen, gezondheid en zelfs immigratie. Ook in die gevallen heeft dit tot verhelderende inzichten geleid.

Hessel Oosterbeek is hoogleraar Economics of Education aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer lezen?

Gammacanon

Gammacanon (11): Sociaal kapitaal

Joep de Hart

Deeltijders scholen zich minder

Opleiding bepaalt levensduur

Marco van Kerkhoven

Waarom schaarse bèta’s niet zoveel verdienen

Djoerd de Graaf en Arjan Heyma
Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 januari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.