Je leest:

Gammacanon (39): Macht

Gammacanon (39): Macht

Auteur: | 25 september 2010

In een democratie dragen kiezers hun oordeel over aan politici. Daarmee wordt macht gelegitimeerd.

Emiel Ketelaar

In 1968 beweerde de voorzitter van het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV), P.J.J. Mertens, dat de gehele economie van ons land in handen was van rond tweehonderd personen. ‘Van een groep mensen die elkaar goed kennen en elkaar frequent ontmoeten in verschillende colleges. Het is een evenzo deskundige, financieel sterke als beangstigende groep’, zo stelde Mertens. Alle kranten gingen op zoek naar de 200 van Mertens en publiceerden lijstjes van topmensen.

De ‘200 van Mertens’

De Amsterdamse politicoloog prof. dr. R.J. Mokken en zijn toenmalige medewerker drs. F.N. Stokman besloten een onderzoek te doen naar het bestaan van deze ‘200 van Mertens’. Zij brachten, in hun boek Graven naar Macht, het netwerk in kaart van bedrijven die met elkaar verbonden bleken door leden van de raad van bestuur of raad van commissarissen die in meer dan één bedrijf een topfunctie vervulden. De suggestie van een grote machtsconcentratie in het bedrijfsleven en van nauwe banden tussen overheid en bedrijfsleven sloeg in. Het weekblad De Nieuwe Linie kopte in december 1971: ‘Banken in Nederland hebben de macht, niet het parlement’.

In een reactie op het rapport van Mokken en Stokman beweerde de toenmalige SER-voorzitter J. de Pous dat Mertens als voorzitter van het NKV ‘tien keer zoveel macht’ had als hij zelf. Ook A. Rinnooy Kan, nummer één van de Volkskrant-top 200, vindt dat zijn macht wordt overschat (de Volkskrant, 15 februari 2008). Leden van de bestuurlijke elite beschouwen zichzelf liever als invloedrijk dan als machtig. Maar de mensen die zo’n invloed ondergaan, hebben de neiging de elite als machtig te beschouwen.

Macht is de kans dat bevelen worden opgevolgd

Wie te lang op basis van dwang probeert te regeren, komt in problemen.
looking4poetry

Macht is de kans dat bevelen worden opgevolgd, zo meende socioloog Max Weber. Die kans is het grootst als er sprake is van dwang. Maar degene die te lang op basis van dwang probeert te regeren, komt in problemen. ‘Men kan met bajonetten alles doen, behalve erop zitten’, wist de Franse kardinaal Richelieu al in de 18de eeuw.

Als bevelen vrijwillig worden opgevolgd, dan spreken wij van gezag. Maar gezag wordt ook wel verbonden met het op voorhand aanvaarden van nog onbestemde beslissingen of zelfs beslissingen die nog niet genomen zijn. Zonder deze tweede vorm van gezag zou een politiek stelsel niet kunnen functioneren. Politiek gezag wordt, vanuit een liberaal-democratisch perspectief, daarom wel gedefinieerd als ‘het overdragen van een politiek oordeel’. In een democratische samenleving wordt die overdracht niet gelegitimeerd op religieuze of traditionele gronden. De constitutionele monarchie, waarin het staatshoofd uitsluitend wordt benoemd omdat hij of zij het oudste kind is van het vorige, is een van de belangrijkste restanten van traditioneel gezag in ons gedemocratiseerde bestuur.

Macht in een democratie

Burgers in een democratie geven alleen macht aan politici die ze bekwaam vinden. De partijstrijd is weer losgebarsten!

In een democratie wordt macht alleen politiek gelegitimeerd: de macht kan uitsluitend op grond van politieke procedures worden uitgeoefend. Degenen die gehoorzamen (‘hun politiek oordeel overdragen’), moeten erop kunnen vertrouwen dat er op basis van die procedures verantwoorde politieke besluiten worden genomen. De vraag is of gezag zich uitsluitend ‘procedureel’ laat afleiden. Degenen die hun politieke oordeel overdragen, moeten toch wel het gevoel hebben dat de besluiten genomen worden op basis van algemeen aanvaarde criteria. Zonder een zeker vertrouwen in de kwaliteit van de politieke elite kan geen politieke macht blijvend bestaan. Politici kunnen dat vertrouwen voor een deel verwerven op dezelfde manier als deskundigen gezag opbouwen door hun deskundigheid te ‘bewijzen’. Zij doen dat als groep vaak ex post doordat hun adviezen en voorspellingen realistisch blijken te zijn. Maar de individuele deskundige doet dat ook ex ante, in een permanente discussie met collega’s. Dezelfde mechanismen zorgen voor vertrouwen in de politieke elites. Burgers dragen hun politieke oordeel alleen over aan politici die hun competentie hebben bewezen (ex ante) en bereid zijn hun kennis en oordeel steeds opnieuw ter discussie te stellen (ex post).

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie van de etnische verhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 september 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.