Je leest:

Gammacanon (31): Cognitieve dissonantie

Gammacanon (31): Cognitieve dissonantie

Auteur: | 31 juli 2010

Ons gedrag weten we handig goed te praten.

Hoe vaak komt het niet voor dat we dingen doen die niet rijmen met wat we weten of vinden? De roker weet van de negatieve effecten, maar steekt toch een sigaret op; de auto die we net gekocht hebben, is erg snel, maar ook onderhoudsgevoelig; politici doen verkiezingsbeloften, maar kunnen die na coalitiebesprekingen niet waarmaken.

Dit soort tegenstrijdigheden binnen onszelf leidt tot een onprettig gevoel dat weggewerkt moet worden. Dat gevoel van onvrede wordt cognitieve dissonantie genoemd en vormt volgens de theorie die Leon Festinger in 1957 beschreef, de motor achter veranderingen van mening en gedrag.

“Ja, ik rook. Maar mijn opa rookte zijn hele leven en die is 98 geworden!”

Als cognities (kennis, emotie, attitude, intentie, perceptie van eigen gedrag) niet met elkaar stroken, passen mensen daartoe het element aan dat met de minste moeite veranderd kan worden: de negatieve gezondheidseffecten worden gebagatelliseerd, of men leest alleen nog advertenties voor de zojuist aangeschafte auto. Over het algemeen kan men meningen en voorkeuren gemakkelijker aanpassen dan gedrag.

Ach, coalitievorming gaat nu eenmaal gepaard met compromissen…

Een andere manier van dissonantiereductie is het toevoegen van nieuwe elementen die leiden tot consonantie: de roker bedenkt dat hij genetisch beschermd is tegen gevolgen van het roken, of de politicus dat coalitievorming nu eenmaal gepaard gaat met compromissen. Een voorbeeld van deze strategie was een belangrijke inspiratiebron voor Festinger.

Een sekte voorspelde dat de mensheid op 21 december 1954 zou worden uitgeroeid, maar de leden hoopten als ware gelovigen door een buitenaards wezen te worden gered. Sommige leden hadden huis en haard opgegeven; het was dus onmogelijk om het oorspronkelijke denkbeeld te wijzigen. Als reactie op het uitblijven van de Apocalyps voegde de groep een denkbeeld toe: door hun ijver en trouw had God de aarde gespaard, en nu was het zaak de rest van de mensheid te bekeren. Cognitieve dissonantietheorie kan dus verklaren waarom ontkrachting van een heel sterke overtuiging kan leiden tot versterking van die overtuiging.

Sigmund Freud
Wikimedia Commons

Het proces van dissonantiereductie vertoont verwantschap met afweermechanismen die Sigmund Freud in zijn psycho-analytische theorie beschreef, en met name met rationalisatie, maar ook met bijvoorbeeld verdringing en ontkenning. Als iemand iets doet waar hij spijt van krijgt, wordt dit schuldgevoel verminderd door redenen te bedenken die het gedrag verklaren of rationeel maken. Net als in de cognitieve dissonantietheorie beschrijft Freud hoe de afweermechanismen helpen om te gaan met de spanning die voortkomt uit conflicterende eisen.

Invloedrijke theorie

Cognitieve dissonantietheorie is uitgegroeid tot een van de invloedrijkste theorieën in de sociale psychologie. Sinds Festinger is er natuurlijk veel onderzoek verricht. Het blijkt dat louter inconsistentie tussen cognities wel noodzakelijk maar niet voldoende is om dissonantie te veroorzaken. Bijvoorbeeld: als er een inconsistentie is tussen mening en gedrag, treedt er geen dissonantie op als er prettige gevolgen zijn (ik heb er niks voor gedaan, maar krijg toch een beloning), als men geen keuzevrijheid heeft ervaren, de verantwoordelijkheid voor het gedrag niet bij zichzelf legt, of als men de negatieve gevolgen van gedrag niet aan zag komen.

Met behulp van de theorie zijn allerlei fenomenen verklaard, die soms indruisen tegen onze intuïtie. Ontkrachting van een overtuiging leidt tot het sterker aanhangen van dat idee. Effort justification is het toekennen van een grotere waarde aan uitkomsten waar men veel moeite voor heeft moeten doen . Een goed voorbeeld zijn ontgroeningen en initiaties. In tegenstelling tot wat beloningstheorieën voorspellen, verklaart cognitieve dissonantietheorie ook hoe mensen zich aangetrokken gaan voelen tot mensen die hun leed berokkenen. Een vrouw die door haar echtgenoot in toenemende mate mishandeld wordt, kan haar dissonantie (‘waarom blijf ik bij hem?’) het gemakkelijkst reduceren door goede eigenschappen van hem te bedenken en het misbruik te bagatelliseren.

Nanne de Vries is hoogleraar gezondheidseductie en -promotie aan de Universiteit Maastricht

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 31 juli 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.