Je leest:

Gammacanon (19): Politiek protest

Gammacanon (19): Politiek protest

Auteur: | 8 mei 2010

Waarom demonstreren mensen? Omdat ze boos zijn, maar ook omdat ze deel uitmaken van een netwerk.

Large
looking4poetry

Grote kans dat er vandaag in de Volkskrant melding wordt gemaakt van protest. Niet alleen in Nederland maar over de hele wereld wordt er geprotesteerd, met straatdemonstraties als meest in het oog lopende vorm. Waarom protesteren mensen? Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: omdat ze ontevreden zijn. Zo simpel is het echter niet. Neem de anti-oorlogsdemonstraties op 15 februari 2003. Op 60 plaatsen over de hele wereld werd actiegevoerd tegen de plannen om Irak binnen te vallen.

Zo ook in Amsterdam, waar 70 duizend mensen de kou trotseerden. Ze waren allemaal verontwaardigd over de plannen van Bush, maar dat gold voor 80 procent van de Nederlanders. Van deze 12 miljoen verbolgen Nederlanders protesteerde slechts 0,6 procent. Waarom deze ontevreden mensen wel protesteerden en al die anderen niet is een vraag waar sociaal-wetenschappers zich al decennia het hoofd over breken.

Small

Demonstranten zouden marginale types zijn: losgeslagen, geïsoleerde individuen. Het tegendeel blijkt waar. Demonstranten zijn juist vaak hoog opgeleid en stevig geworteld in de maatschappij, ze werken, doen vrijwilligerswerk, zijn lid van organisaties. In deze sociale netwerken worden ervaringen uitgewisseld en wordt er gesproken over politiek. Persoonlijk ervaren onrecht wordt gedeelde onrechtvaardigheid, en individuele verontwaardiging collectieve woede. Bovendien fungeren sociale netwerken – reële en steeds vaker virtuele – als informatiekanaal over op handen zijnde demonstraties.

Wellicht protesteren alleen die mensen die protest zien als een kans om de politiek te beïnvloeden? Afgezet tegen andere politieke beïnvloedingswegen als ingezonden brieven schrijven of deelnemen aan verkiezingen is protest opmerkelijk effectief. Rond 30 procent van de protesten bereikt op enigerlei wijze het gestelde doel.

Maar als 70 procent van de acties geen effect heeft, waarom zijn mensen dan toch bereid te protesteren? Naast politiek succes wordt de media halen, de publieke opinie beïnvloeden of solidariteit tonen ook als succes gezien. Demonstreren biedt de mogelijkheid verontwaardiging te uiten.

Waarom protesteren mensen niet? Hebben ze het misschien te goed? Ook hier blijkt het tegendeel: demonstranten zijn zelden degenen die het slechtst af zijn; protest komt vaak van hen die het relatief beter hebben. Bovendien wordt er bij economisch herstel meer gedemonstreerd dan ten tijde van een economische crisis.

Ook verwendheid lijkt de lage opkomst niet te verklaren. Demonstranten zijn inderdaad ontevreden, maar dat verklaart niet dat ze gaan protesteren; ze moeten worden gemobiliseerd.

Small

Een model gebaseerd op de economische metafoor van vraag en aanbod, verduidelijkt dit. De ‘vraag’ wordt gevormd door de mensen die voor een protestactie zijn. Is de onvrede groot, dan zijn veel mensen te mobiliseren. Het ‘aanbod’ bestaat uit organisaties die deze onvrede willen verwoorden en willen mobiliseren.

Dat er protest ‘aangeboden’ wordt, is niet vanzelfsprekend. Weer terug naar de anti-oorlogsdemonstratie, dit keer in Spanje, waar 2,3 miljoen mensen de straat op gingen. Evenveel Spanjaarden als Nederlanders waren verontwaardigd, echter: 7,1 procent van de boze Spanjaarden is gaan protesteren, tegen 0,6 procent van de verontwaardigde Nederlanders.

Waarom was dat? Een van de mogelijke verklaringen zit aan de aanbodzijde. In Spanje werd de demonstratie georganiseerd door een coalitie van grote maatschappelijke organisaties. In Nederland bestond de coalitie uit kleine linkse organisaties, die eerst ruziemaakten over de slogans. Door iets ogenschijnlijk triviaals als ruziënde activisten verscheen het nieuws over de op handen zijnde demonstratie pas een week van tevoren in de kranten. In die week moesten verontwaardigde Nederlanders besluiten of ze wilden en konden demonstreren, wat de lage opkomst helpt te verklaren.

Een protestdemonstratie is geen impulsieve daad, maar een evenement waarvoor ‘vraag’ en ‘aanbod’ zorgvuldig op elkaar afgestemd moeten worden.

Jacquelien van Stekelenburg is socioloog aan de Vrije Universiteit.

De laatste artikelen over protest

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/protest/index.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 mei 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.