Je leest:

Gammacanon (16): Keynes

Gammacanon (16): Keynes

Auteur: | 17 april 2010

Niet de markt, maar de overheid kan en moet ervoor zorgen dat de burger een aangenaam bestaan leidt.

Met zijn lijf van 1 meter 98 was John Maynard Keynes letterlijk een zeer grote econoom, zeker voor de tijd waarin hij leefde (1883-1946). In zijn meesterwerk uit 1936, General Theory of Employment, Interest and Money, betoogde hij dat de overheid in geval van crisis de markteconomie te hulp moest schieten door zelf meer te gaan besteden. Zo wordt de totale vraag naar goederen en diensten gestimuleerd, gaan de productie en werkgelegenheid omhoog, en verdwijnt de werkloosheid. Budgettair en/of monetair beleid moet worden ingezet om economische recessies en depressies te bestrijden. Met dit keynesiaanse inzicht was de moderne studie van de macro-economie geboren.

Sinds het verschijnen van de General Theory woedt er een ware titanenstrijd tussen de keynesianen en de klassieken. Laatstgenoemden verwerpen het keynesiaanse inzicht en zoeken hun inspiratie bij de klassieke economen uit de 18de en 19de eeuw. De kracht van de markt staat centraal. Als de marktkoopman aan het eind van de dag zijn bloemen nog niet aan de man heeft gebracht, verlaagt hij zijn prijs en raakt hij ze alsnog kwijt aan de koopjesjagers die bereid zijn te wachten. Dit is een typisch micro-economische redenering. Vertaald naar de macro-economie betogen de klassieke economen dat een discrepantie tussen de macro-economische vraag en het aanbod automatisch zal verdwijnen als gevolg van prijs- en loonaanpassingen.

John Maynard Keynes.

Deze redenering klopt niet, stelde Keynes. Als die aanpassingen zo gladjes verlopen, waar komt die extreem hoge werkloosheid van de jaren dertig dan vandaan? De klassieke verklaring is micro-economisch van aard, terwijl de negatieve vraagschok juist macro-economisch is, en heel veel markten en mensen tegelijkertijd treft.

Stel dat de prijzen flexibel zijn, maar dat de nominale lonen op de korte termijn niet verlaagd kunnen worden. Dan zal een economie na een negatieve vraagschok in een situatie met werkloosheid terechtkomen. De prijzen dalen wel, maar omdat het loon op de korte termijn niet kan dalen, stijgen de reële loonkosten, waardoor bedrijven werknemers moeten afstoten. De overheid kan deze werkloosheid bestrijden door de vraag te stimuleren.

Het keynesiaanse gedachtengoed viel in vruchtbare aarde. Na de Tweede Wereldoorlog voerden vrijwel alle marktgeoriënteerde landen een anticyclisch budgettair beleid dat zo veel mogelijk gericht was op het nastreven van volledige werkgelegenheid. De resultaten waren ernaar: in Nederland was de werkloosheid verwaarloosbaar laag in de jaren vijftig en zestig.

Ook in wetenschappelijke kringen leek er consensus te zijn in de vorm van de neo-keynesiaanse synthese. Op korte – en middellange termijn zou de economie keynesiaanse eigenschappen hebben, op lange termijn zouden de wetten van de klassieke economen gelden. Maar, om de woorden van Keynes zelf te volgen, ‘op de lange termijn zijn we allemaal dood’. Het is de korte termijn waar het allemaal om draait. De triomf van Keynes leek compleet.

Milton Friedman.
Free to choose media

De klassieke economen waren echter niet volledig van de aardbodem verdwenen. Ondanks zijn geringe postuur van 1 meter 57 wordt monetarist Milton Friedman (1912-2006) door velen gezien als de titaan van de macro-economie in de 20ste eeuw. Eind jaren zestig voorspelde hij dat keynesiaans vraagbeleid tot stagflatie zou leiden, een combinatie van oplopende werkloosheid en stijgende inflatie. Mede als gevolg van de oliecrisis van 1973 werden de meeste westerse economieën eind jaren zeventig en begin jaren tachtig inderdaad getroffen door stagflatie. Friedmans ster rees, en het keynesiaanse huis stond op instorten.

In Nederland reageerde het kabinet-Lubbers I met drastische bezuinigingen, en het Akkoord van Wassenaar, gericht op het stimuleren van de aanbodzijde van de economie. In het Verenigd Koninkrijk omhelsde Margaret Thatcher Friedmans gedachtengoed. Zij dereguleerde en privatiseerde erop los, en pakte de vakbonden aan.

De financiële crisis van 2008-‘09 heeft laten zien waar de vrije markt toe in staat is en heeft veel economen wakker geschud uit hun klassieke roes. Financiële markten zijn instabiel, moeilijk tastbare animal spirits beïnvloeden het investeringsgedrag, en de overheid kan en moet een rol spelen om het bestaan van haar burgers zo aangenaam mogelijk te maken. Het keynesianisme is terug van weggeweest. Niet Milton maar Maynard is de titaan van de 20ste-eeuwse macro-economie.

Ben J. Heijdra is hoogleraar economie aan de Rijksuniversteit Groningen.

De kredietcrisis breidt zich uit

C.A. de Kam en Tamara Slief

Onstilbare honger van investeerders

Dit artikel is een publicatie van Volkskrant.
© Volkskrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.