Je leest:

‘Ga nooit mee in oorlogsretoriek’

‘Ga nooit mee in oorlogsretoriek’

Auteur: | 8 april 2008

Terrorisme is een politiek probleem, dat je niet militair kunt oplossen, zegt dr. Beatrice de Graaf van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden/Campus Den Haag. Woensdag 16 april spreekt ze op het symposium Historisch Terrorisme.

Achterban

‘Begrijp me goed, wie een terroristische aanslag pleegt is een misdadiger, die opgesloten moet worden. Maar als je als samenleving weerbaar wilt zijn tegen terrorisme, dan moet je je niet alleen met militair geweld op de terrorist richten, maar ook de achterban in het bestrijdingsplan betrekken. Dorpsgenoten kunnen informatie over de verblijfplaats van terroristen verstrekken. Maar familieleden, vrienden en sympathisanten kunnen ook de volgende lichting terroristen vormen. En je moet je afvragen: wat doet terrorisme met een samenleving, met individuen? Hoe moet je terrorisme signaleren? Hoe moet de lokale politiek erop reageren?’

Stasi-archieven

De Graaf is een van de sprekers op het symposium Historisch Terrorisme, dat woensdag 16 april in Leiden plaatsvindt. Ze studeerde geschiedenis en Duits, en deed promotieonderzoek in de archieven van de Stasi. Het mondde uit in een proefschrift over de bemoeienis van de DDR met Nederlandse politieke activisten. Nu is ze bezig met een vergelijkend onderzoek naar de bestrijding van terrorisme in de jaren ’70 in de VS, Italië, Duitsland en Nederland, waarbij ze haar onderzoek niet indeelt naar land, maar naar methode: intelligence, strafrechtelijke vervolging, wetgeving.

‘Als je als samenleving weerbaar wilt zijn tegen terrorisme, dan moet je je niet alleen met militair geweld op de terrorist richten, maar ook de achterban in het bestrijdingsplan betrekken.’

Bestrijdingspraktijken

Het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme wil, zoals de website het zo mooi uitdrukt ‘bijdragen aan de verhoging van de analysekwaliteit bij de verschillende overheidsdiensten die zich bezighouden met terrorismebestrijding’. Helpt een vergelijkend onderzoek naar de bestrijdingspraktijken van de jaren ‘70 daarbij? ’Ja’, zegt De Graaf. ‘Natuurlijk is geschiedenis geen exacte wetenschap die wetten oplevert. Maar ik denk dat door dat vergelijkend onderzoek wel degelijk een aantal algemene voorwaarden en patronen geschetst kunnen worden van effectief en legitiem ct-beleid.’

Black Panthers

‘Als je kijkt naar Amerika in de jaren ’70 zie je dat de FBI de Black Panthers en de Weather Underground, een militante studentenverzetsbeweging (’Bring the Vietnam War home!‘, red.) hardhandig bestreed, onder meer met counter-intelligence methoden. De FBI heeft verschrikkelijk huisgehouden op campussen en in zwarte wijken, met invallen en arrestaties. Dat ging naar onze maatstaven alle perken te buiten, maar het werkte wel. Via informanten en infiltranten verkreeg The Bureau informatie op grond waarvan ze precies wisten welke leiders zich waar bevonden, en wanneer ze die konden uitschakelen. Toch verloor de FBI en de regering Nixon daardoor aan legitimiteit bij grote delen van de studentenpopulatie en de bevolking.’

Infiltreren

Een les uit het verleden is dus: informanten blijken enorm belangrijk te zijn, aldus De Graaf. ‘Een beleid van contraterrorisme via intelligence leidt tot de meeste informatie. Je krijgt inzicht in de hiërarchie, je weet wie de leiders zijn, waar de zwakke plekken zitten, en wat de capaciteiten van de betreffende cel of organisatie zijn. In de huidige situatie is dat heel moeilijk: infiltreren in bewegingen in het Midden-Oosten is bijna onmogelijk.’

Beatrice de Graaf: ‘Een War on Terror uitroepen is het stomste wat je kunt doen.’ Foto: Universiteit Leiden.

Oorlogsretoriek

Wat je nooit moet doen is meegaan in de oorlogsretoriek van de terroristen, zegt De Graaf. ‘Een War on Terror uitroepen is het stomste wat je kunt doen. Zeg nooit: Nederland is in oorlog met de islam. Dan laat je het discours bepalen door terroristen, en ondersteun je hun poging tot polarisatie. Terroristen hebben een verhaal, waarin hun kijk op de wereld is vastgelegd. Een narratief. Daar moet je een ander narratief tegenover zetten.’

‘Fascistische zwijnen’

‘Het narratief van de RAF was: de Bondsrepubliek heeft nooit afgerekend met het Derde Rijk, heeft alle vormen van emancipatie de kop ingedrukt, bijvoorbeeld door middel van repressieve tolerantie. De parlementaire democratie was in die visie de vlag op de modderschuit van een neofascistische autoritaire politiestaat, gedomineerd door het grootkapitaal. Daarmee won de RAF aanvankelijk ook nog aardig wat sympathie onder sociaal-democratische en linkse kiezers. Het enige tegennarratief dat de Bondsregering bood was: de RAF is een groepje criminelen. Daarmee had de regering Schmidt pas succes na de moord op Hanns-Martin Schleyer in 1977. In Nederland sloeg het verhaal van de RAF overigens nauwelijks aan. Hier kon onmogelijk hard gemaakt worden dat alle politieagenten fascistische zwijnen waren en dat de parlementaire democratie niet werkte. Groeperingen als De Rode Hulp en de Rode Jeugd slaagden er niet in de bevolking te overtuigen van hun verhaal.’

Moslimslachtoffers

Maar wat voor verhaal zet je dan tegenover een geglobaliseerd terrorisme, dat zich op de islam beroept? De Graaf: ‘Toch het verhaal van het pluralisme, van de parlementaire democratie, van vrijheid van meningsuiting en de scheiding van kerk en staat. Leg er de nadruk op dat in een pluralistische samenleving ook radicale geluiden, zelfs tegenstanders van de democratie, een stem mogen hebben. Verder moet ook benadrukt worden dat Jihadisten als zelfbenoemde voorvechters van een islamitische staat toch de meeste slachtoffers onder moslims maken, zoals in India, Pakistan en Irak.’

‘Yasser Arafat zei al: de een zijn terrorisme is de ander zijn vrijheidsstrijd – wat natuurlijk ook een onzinnige uitspraak is, omdat terrorisme een strategie is, en ’vrijheid’ een einddoel.’

Arafat

Een definitie van terrorisme wil het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme niet geven. ‘Wij zijn niet een instantie die definities ontwikkelen. We zien terrorisme als een politieke categorie. Als historicus zie ik dat terrorisme steeds weer anders is gedefinieerd. Yasser Arafat zei al: de een zijn terrorisme is de ander zijn vrijheidsstrijd – wat natuurlijk ook een onzinnige uitspraak is, omdat terrorisme een strategie is, en ’vrijheid’ een einddoel. Wij kijken hoe terrorisme in een samenleving wordt gedefinieerd, en we problematiseren dat. En als we het hebben over bestrijding gaan we uit van de bestaande juridische kaders: de AIVD, de EU, de VN-resoluties.

Immuniseren

‘Er is natuurlijk wel een aantal algemene kenmerken. Terrorisme is nooit alleen gericht tegen degenen die het slachtoffers worden van de aanslagen, of dat nu anonieme metroreizigers zijn of publieke figuren als Theo van Gogh. Terroristen dragen een driedubbele boodschap uit: ze willen een breder publiek angst aanjagen, machthebbers uitdagen en hun eigen achterban mobiliseren. Een boodschap uitdragen van: zijn jullie niet voor ons, dan zijn jullie tegen ons. De vraag is hoe een samenleving, en met name een radicale achterban, tegen die boodschap geïmmuniseerd kan worden.’

Beatrice de Graaf studeerde geschiedenis en Duits in Utrecht en Bonn. In december 2004 verscheen haar proefschrift ‘Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging.’ Ze won hiervoor de Max van der Stoel Human Rights Award van de Universiteit Tilburg. Sinds juli 2007 werkt ze in het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden/Campus Den Haag.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 april 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.