Je leest:

Framen om de verkiezingen te winnen

Framen om de verkiezingen te winnen

Auteur: | 18 februari 2011

Hoe kunnen politici zorgen voor een goed imago, instemming en vertrouwen onder kiezers? Het antwoord is vaak: framing. Dit is het geven van een bepaalde duiding aan een gebeurtenis of standpunt. Politici of hun voorlichters geven journalisten bepaalde informatie om ervoor te zorgen dat hun visie van de werkelijkheid in de media terecht komt en niet die van hun politieke concurrent.

Framing speelt bij debatten over politieke thema’s een belangrijke rol. Framing gaat over het gezichtspunt van waaruit verhalen worden verteld. Neem bijvoorbeeld de kwestie van bezuinigingen op sociale werkplaatsen. Het kabinet-Rutte bezuinigt de komende periode op deze sociale werkplaatsen waar mensen met een arbeidshandicap kunnen werken.

Veel mensen vinden het slecht om te bezuinigen op voorzieningen voor gehandicapten. Tegenstanders van dit voorstel beweren dan ook dat gehandicapten de dupe worden van de bezuinigingen, het risico lopen werkloos thuis te zitten, en nooit meer aan het werk te komen. De oppositiepartijen willen graag dat burgers deze duiding geloven. Het zou immers betekenen dat de bezuinigingen van het kabinet asociaal zijn en een reden om de volgende verkiezingen op andere partijen te gaan stemmen.

Het kabinet-Rutte komt echter met een heel eigen ‘frame’ of een heel eigen duiding van het voorstel: er zouden in Nederland veel mensen ten onrechte arbeidsgehandicapt worden verklaard en daarom in sociale werkplaatsen terecht komen. Deze mensen zouden echter prima een gewone baan kunnen vervullen, zodat alleen ‘echte’ arbeidsgehandicapten gebruik hoeven te maken van sociale werkplaatsen. Omdat er teveel mensen in de werkplaatsen zitten die er niet thuishoren, kan er volgens het kabinet-Rutte best bezuinigd worden.

Het NOS lijkt in dit item te kiezen voor het frame van de oppositie, niet voor Rutte’s perspectief.

Overkoepelende verhalen

Wie heeft er gelijk? Dat is niet zo duidelijk. Bij het geven van een bepaalde duiding aan een gebeurtenis is het uitgangspunt dat er geen ‘echte’ werkelijkheid bestaat: de feiten zijn vaak wel duidelijk, maar niet concreet genoeg voor burgers om te begrijpen. Zij hebben een overkoepelend verhaal nodig zodat ze de feiten in de juiste context kunnen plaatsen. Politici bieden die overkoepelende verhalen. Voor burgers is het probleem dat politici onderling conflicterende verhalen vertellen.

Het probleem voor politici en hun voorlichters is dat ze de kiezer moeten overtuigen van hun versie van het overkoepelend verhaal, en niet van de versie van hun politieke concurrent. Daarbij zijn politici afhankelijk van journalisten die schrijven over de dagelijkse politieke gebeurtenissen en debatten. Journalisten hebben echter veel vrijheid zelf te bepalen welke verhalen ze schrijven en vooral hoe ze die verhalen schrijven: welke frames, duidingen en verwoordingen ze gebruiken.

Het is dus niet verbazingwekkend dat politici en hun adviseurs veel moeite doen om journalisten ‘hun versie van de waarheid’ te verkopen en zo de berichtgeving in een voor hen positieve richting te beïnvloeden. Politici zetten hier verschillende technieken voor in. Zij proberen journalisten ervan te overtuigen dat hun analyse van maatschappelijke problemen de juiste is en niet die van hun politieke tegenstanders. Ook geven zij journalisten achtergrondinformatie die hun versie van het verhaal kan onderbouwen, in de hoop dat journalisten die informatie in hun berichtgeving gaan gebruiken.

De invloed van journalisten

De vraag is of journalisten open staan voor dit soort pogingen van politici en hun adviseurs om de berichtgeving te beïnvloeden. Journalisten beweren dat dit niet het geval is. Journalisten zien het als hun werk om verschillende bronnen te raadplegen en zoveel mogelijk betrokkenen te spreken. Het maakt volgens hen dus geen verschil voor de uiteindelijke artikelen of politici hen een bepaald, gekleurd verhaal vertellen. Zij weten immers dat politici een bepaald belang hebben om dat verhaal te vertellen en bovendien horen ze van andere politici weer andere verhalen. Op deze manier kunnen journalisten een eigen afweging maken welke verhalen ze wel en welke ze niet geloven. Bovendien moeten politici volgens journalisten oppassen dat ze hun perspectief niet met te veel nadruk naar voren brengen, want dan kunnen journalisten hier ook misbruik van maken door deze pogingen in de krant belachelijk te maken.

Politici en hun adviseurs zien dit echter anders. Journalisten hebben lang niet altijd toegang tot verschillende bronnen, bijvoorbeeld bij de formatie van een nieuw kabinet, wanneer er nauwelijks informatie naar buiten komt. Een informant die dan wel enige informatie kan verstrekken kan dan een enorme invloed krijgen op de inhoud en invalshoek van de berichtgeving. Dit geldt ook voor verhalen over de besluitvorming binnen een kabinet: als journalisten hier enige informatie over krijgen, kunnen ze die informatie vaak niet of nauwelijks checken en is het dus wel degelijk mogelijk veel invloed uit te oefenen op hoe er over bepaalde kwesties wordt geschreven. Ook hebben journalisten vaak belang bij ‘sappige verhalen’ over andere politici, zoals blunders. Als journalisten hier informatie over ontvangen, is de kans volgens politici en voorlichters relatief groot dat ze die informatie gebruiken om over te schrijven. Politici en hun adviseurs brengen journalisten dan ook graag op de hoogte van de versprekingen en onhandigheden van hun concurrenten.

Ook beelden zijn niet neutraal

Verhalen worden niet alleen door journalisten verteld. Ook beelden zelf vertellen een verhaal. Deze kunnen behoorlijk afwijken van de frames die politici gebruiken. Een goed voorbeeld is de grote brand die begin dit jaar woedde bij een chemisch bedrijf in Moerdijk.

Inwoners van de gemeente maakten zich grote zorgen over de gevolgen van de brand. Niemand kon hen direct vertellen welke stoffen er opgeslagen lagen en of het gevaarlijk was dat deze stoffen waren verbrand en verspreid. Sommige experts waren van mening dat de stoffen potentieel gevaarlijk zijn, andere experts dachten dat het risico juist zeer klein is. Vanwege de impact van de brand, kwamen de minister van Volksgezondheid en de minister van Veiligheid polshoogte nemen. Op de televisie waren zij te zien, terwijl zij in een busje over het terrein reden.

Op het eerste gezicht is er niets aan de hand met dit beeld: ministers zitten in een busje en kijken welke schade de brand heeft aangericht. Het idee van framing is echter dat beelden niet neutraal zijn, maar juist voor meerdere uitleg vatbaar. De vraag is welk verhaal er bij de beelden wordt verteld.

De officiële boodschap van de politici was dat de overheid niets te verbergen had en dat de brand niet gevaarlijk was. Het verhaal in sommige media was echter geheel anders: als er geen gevaar was, waarom waren de ministers dan in het busje blijven zitten? Wisten zij misschien meer dan zij in de media naar voren lieten komen? De ministers spraken deze interpretatie met klem tegen. Maar welk verhaal is nu waar? Op basis van de beelden kunnen beide versies kloppen.

Het verhaal over de nasleep van de brand laat zien dat framing in de politiek heel belangrijk is: gebeurtenissen staan nooit op zichzelf, maar moeten in een groter verhaal worden geplaatst zodat burgers ze beter kunnen begrijpen. Journalisten gaan op zoek naar verklaringen voor de uitspraken en het gedrag van politici. Als zij opmerkelijke zaken tegenkomen, of zien dat er verschillen zijn tussen wat politici zeggen en doen, wordt daar onmiddellijk over bericht.

Zonder goede frames geen politieke steun

De controverses rondom de sociale werkplaatsen en het busje met ministers laten zien dat verhalen op verschillende manieren kunnen worden verteld. Ze laten ook zien dat politici er groot belang bij hebben dat hun versie van het verhaal in de media komt, en niet die van een ander. Framing is daarbij vaak belangrijk. Zonder goede frames lijkt het vrijwel onmogelijk de steun van burgers voor politieke standpunten of partijen te winnen.

Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie. In 2010 verscheen zijn boek ‘U draait en u bent niet eerlijk’: spindoctoring in politiek Den Haag.

Zie ook over (verkiezings)politiek:

Zie ook over framing:

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 februari 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.